Beëindiging van duurovereenkomsten; grondslagen, richtlijnen en procedurele middelen

  • van Beukering, E.J.M., (Researcher)
  • de Hoon, M.W., (Researcher)

Project: Research project

Description

De be�indiging van duurovereenkomsten, waaronder vaak dienstverleningsrelaties, is veelal een bron van langdurige en kostbare conflicten. Dergelijke overeenkomsten kunnen om diverse redenen tot een einde komen. Dit onderzoek zal met name gericht zijn op vormen van be�indiging waarbij het daadwerkelijke conflict pas ontstaat bij het uit elkaar gaan. Voorafgaand aan de be�indiging is er niet echt een directe reden, zoals bijvoorbeeld een dringende reden voor be�indiging van een arbeidsovereenkomst, aanwijsbaar. Dergelijke 'neutrale' vormen van be�indiging lopen te vaak alsnog uit op een langdurig en kostbaar conflict. Door middel van het aanreiken van richtlijnen als handvaten voor partijen zal getracht worden deze neutrale vormen van be�indiging op een effici�nte en rechtvaardige wijze te laten geschieden.
Het onderzoek zal bestaan uit 3 delen. Het eerste deel heeft betrekking op de mogelijke grondslagen van post-contractuele verplichtingen. Deze grondslag kan contractueel dan wel buiten-contractueel (onrechtmatige daad/ongerechtvaardigde verrijking) zijn. In het kader van de contractuele aansprakelijkheid zal tevens aandacht besteed worden aan 'Reliance and Promise Theories', in de buitencontractuele sfeer eveneens (zij het niet te uitvoerig) aan het fenomeen 'Unjust Enrichement'. Tevens zal aan bod komen het 'Fait accompli' (investeren op basis van gerechtvaardigd vertrouwen) als grondslag voor schadevergoedingen. Het onderzoek naar de grondslagen zal niet beperkt blijven tot het bovenstaande; van groot belang zijn de invloeden van (deels) recente stromingen waarbij de relevantie van het onderscheid tussen contractuele dan wel buitencontractuele aansprakelijkheid terrein lijkt te verliezen. Als belangrijkste bouwsteen geldt de uit het Anglo-Amerikaanse recht afkomstige theorie betreffende 'Relational Contracts'. Verbonden aan deze theorie zijn de rechtseconomische gedachten gebundeld in de theorie: 'Efficient Breach'. Deze stromingen kunnen gezien worden als bouwstenen voor de richtlijnen zoals geformuleerd in Deel II.
Deel II van het onderzoek zal bestaan uit het aanreiken van richtlijnen voor het uit elkaar gaan van partijen na duurovereenkomsten. Gestreefd wordt naar een set van richtlijnen waarvan de basis toepasbaar zal zijn op alle commerci�le duurrelaties. Afwijkende regelingen op bepaalde punten voor specifieke duurovereenkomsten zullen hierbij wellicht niet te vermijden zijn, daar menige specifieke duurovereenkomsten typische knelpunten hebben. Het algemene onderliggende raamwerk zal een indeling van de verschillende verplichtingen in drie categorie�n zijn. Per categorie zullen richtlijnen worden gegeven, die grotendeels een uitwerking zullen zijn van de in Deel I besproken bouwstenen.
Het derde deel omvat de (procedurele) middelen die langdurige conflicten mogelijk kunnen voorkomen dan wel beperken. Hierbij kan gedacht worden aan spelregels voor gedrag bij het ontstaan van conflicten en aan ADR-vormen. Maar ook een naar moderne inzichten ingerichte civiele overheidsprocedure c.q. arbitrale procedure zou hierbij een belangrijke rol kunnen spelen.
De resultaten van het onderzoek zullen worden neergelegd in een dissertatie van mw. mr. M.W. de Hoon. Op deelterreinen van het onderzoeksproject zal mogelijk gezamenlijk onderzoek worden verricht (hetgeen zal resulteren in een of meer artikelen).
StatusActive
Effective start/end date1/01/00 → …