De bewijslastverdeling in het aansprakelijkheidsrecht

  • Giesen, I., (Researcher)

Project: Research project

Description

De afwikkeling van aansprakelijkheidskwesties die niet door partijen in den minne geschikt kunnen worden, en dus vaak tot een procedure zullen leiden, kunnen veelal (mede) niet geschikt worden omdat er tussen partijen, dan wel hun respectievelijke verzekeraars, geen eenstemmigheid te bereiken is over de feiten zoals die zich voorgedaan hebben bij en rond de gebeurtenis die tot de claim leidde. Men discussieert bijvoorbeeld over de vraag aan wie de gebeurtenis te wijten was en wat nu precies de oorzaak ervan was.
In die gevallen zal dat probleem van die feitelijke onzekerheid zich veelal voortzetten in de uiteindelijke procedure, omdat ook in dat stadium onzeker blijft wat er precies gebeurd is. Partijen trachten wel bewijs te leveren, maar daarin zullen zij geregeld niet kunnen slagen omdat er geen bewijsmiddelen voorhanden zijn, bijvoorbeeld omdat er geen getuigen waren. Dat speelt zeker in het delictuele aansprakelijkheidsrecht, alwaar partijen na de gebeurtenis voor het eerst met elkaar in contact treden en er dus geen overeenkomst of een ander schriftelijk stuk aanwezig is waarop men kan terugvallen. Als er wel een overeenkomst bestond tussen partijen, is die vaak niet op schrift gesteld of is de inhoud van de daaruit voortvloeiende rechten en plichten niet nauwkeurig bepaald. Dat zien we geregeld op het terrein van de dienstverlening. Artsen en advocaten sluiten veelal geen schriftelijke overeenkomst met hun cli�nten .
Indien de feitelijke kant van de gebeurtenis niet voldoende opgehelderd kan worden, dient de rechter het juridische geschil te beslissen, en wordt de aansprakelijkheid dus afgewikkeld, op basis van de regels van bewijslastverdeling. De partij die de bewijslast draagt zal, kort gezegd, indien zij niet slaagt in de bewijsopdracht, de procedure verliezen. Het belang van die regels is voor de afwikkeling van aansprakelijkheidsprocedures is dus erg groot.
Dit onderzoek beoogt de regels van bewijslastverdeling, mede via de rechtsvergelijkende methode, in kaart te brengen en theoretisch te verankeren. Daartoe wordt niet alleen de hoofdregel van bewijslastverdeling, zoals die in Nederland en elders geldt, onderzocht, maar worden ook, en met name, de mogelijkheden van en rechtvaardigingen voor uitzonderingen op die hoofdregel, nader geanalyseerd en in een theoretisch kader geplaatst.
Het onderzoek is in principe breed opgezet. Het omvat in beginsel het gehele aansprakelijkheidsrecht, al is dat terrein om praktische redenen nader ingeperkt. Binnen die brede opzet wordt in het onderzoek echter veel aandacht geschonken aan diverse vormen van aansprakelijkheidsrecht waarin de verdeling van de bewijslast een belangrijke rol speelt. De inzichten die op dat terrein reeds verkregen zijn (Giesen 1999) zullen dan ook gebruikt worden om tot algemenere conclusies te komen die voor het gehele aansprakelijkheidsrecht zouden kunnen gelden.
De resultaten van het onderzoek zullen worden gepubliceerd door middel van een dissertatie.
StatusActive
Effective start/end date1/01/00 → …