Een verkenning van gezichtsherkenning en privacyrisico’s in horizontale relaties

Project: Research project

Project Details

Description

Gezichtsherkenningstechnologie wordt ingezet om op basis van digitale beelden (bijvoorbeeld een
foto of video), gezichten of gezichtskenmerken te herkennen. De technologie wordt al enige tijd op
beperkte schaal ingezet door overheden voor opsporing en beveiliging, maar is sinds kort ook
beschikbaar voor bedrijven en burgers. Dit opent een scala aan mogelijkheden voor commerciële
ondernemingen en particulieren om mensen te identificeren, te volgen en te profileren. Zo passen
zoekmachines en sociale-mediaplatformen gezichtsherkenningstechnologie toe om portretten en
beelden automatisch te beschrijven en van labels (tags) te voorzien; in de retailsector wordt het
ingezet om winkelende klanten te monitoren en hen gepersonaliseerde aanbiedingen te doen; bij
evenementen wordt de technologie gebruikt om mensen toegang te verschaffen of juist te weren;
en diverse bedrijven bieden gezichtsanalyse -en gezichtsherkenningsmodules aan om zelf aan de
slag te gaan met het ontwikkelen van bijvoorbeeld smartphone-applicaties. Mensen kunnen zulke
gezichtsherkenningstoepassingen gebruiken om anderen op straat te identificeren en informatie
over hen te vinden, zoals hun eerdere gedragingen, relaties tot andere mensen of voorkeuren.
Omdat het aannemelijk is dat gezichtsherkenningstoepassingen in de nabije toekomst op
aanzienlijke schaal beschikbaar zullen zijn voor zowel burgers als bedrijven, is het noodzakelijk
om in kaart te brengen of, en, zo ja, welke aanpassingen aan het huidige juridische raamwerk en
aan andere reguleringsinstrumenten nodig zijn om de privacy van de burger te beschermen.
Daarbij is het van belang om op te merken dat dit onderzoek zich uitsluitend richt op het gebruik
van gezichtsherkenningstechnologie in horizontale relaties: relaties tussen bedrijven en burgers
en tussen burgers onderling. De inzet van gezichtsherkenningstechnologie in verticale relaties, dat
wil zeggen die tussen overheid en burger, is geen onderdeel van dit onderzoek.
Dit onderzoek is gebaseerd op een brede literatuurstudie naar geautomatiseerde
gezichtsherkenningstechnologie en privacy-inbreuken, waarvoor naast academische literatuur ook
nieuwsberichten, websites, blogs, persberichten en brochures zijn onderzocht. Hierbij hebben wij
naar materiaal gekeken afkomstig uit zowel Nederland als het buitenland. De literatuurstudie is
vervolgens toegespitst aan de hand van vier specifieke gezichtsherkenningstoepassingen
(zogenaamde domeinstudies). Deze domeinstudies richten zich op: de evenementensector,
smartphone-apps, de slimme deurbel en de retailsector. Voor deze domeinstudies is de
literatuurstudie verder aangevuld met 11 stakeholder- en expertinterviews; oftewel bedrijven die in
de genoemde sectoren opereren en wetenschappers die op dit terrein onderzoek doen. Er is
tevens een workshop georganiseerd met 12 experts (bedrijfsleven, wetenschap, beleid,
maatschappelijke organisaties) waarbij een aantal van de genoemde domeinstudies kritisch is
besproken en de eerste bevindingen zijn voorgelegd. Om in kaart te brengen wat de huidige
juridische middelen zijn om gezichtsherkenningstechnologie te reguleren, is een rechtsverkenning
uitgevoerd die zich richt op de rechtsgebieden privacy- en gegevensbescherming, privaatrecht en
strafrecht. Daaruit zijn tot slot een aantal reguleringsopties voortgekomen, evenals factoren die
van invloed zijn op de keuze tussen de verschillende opties.
StatusFinished
Effective start/end date1/03/1916/01/20

Keywords

  • facial recognition technology
  • private sector
  • data protection
  • privacy risks
  • comparative law