Project Details
Description
Samenhangende rechtsverhoudingen zijn ook buiten het privaatrecht waarneembaar. Mede ten gevolge van de uitbreiding van de strafrechtelijke mogelijkheden tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in 1993 zijn een aantal onderdelen van het strafrecht onlosmakelijk verbonden met het civiele recht. De verdachte/veroordeelde en het Openbaar Ministerie (OM) zijn daarbij veelal niet de enige partijen. Zo kan er sprake zijn van een slachtoffer met zijn schadeclaim, een handlanger van de verdachte die vermogenscomponenten uit het zicht houdt of een bewaarder die ten behoeve van het OM goederen beheert die in beslag zijn genomen. Dergelijke samenhangende rechtsverhoudingen worden enerzijds beheerst door de relevante strafrechtelijke wetgeving, en anderzijds be�nvloed - direct of indirect - door civielrechtelijke leerstukken.
Het meest in het oog springende voorbeeld hiervan is de 'doorbraak van aansprakelijkheid' bij het verhaal van de ontnemingsmaatregel. Uit de zogenaamde Bucro-beschikking (HR 9 januari 1996, JOW 1996, 127; zie ook HR 9 januari 1996, NJ 1998, 591, m.nt. Sch) is gebleken dat het strafvorderlijk instrumentarium niet is opgewassen tegen witwasconstructies, waarbij de verdachte/veroordeelde zich formeel van zijn vermogen heeft ontdaan maar daar de facto over kan blijven beschikken. In dit deelproject wordt onderzocht welke oplossingen er voor deze problematiek bestaan. Daarbij moet worden gelet op meerdere, samenhangende rechtsverhoudingen: de relatie OM-verdachte/veroordeelde, de relatie OM-stroman en de relatie verdachte/veroordeelde-stroman. In het project komen niet alleen aanpassingen van de strafrechtelijke regelgeving aan de orde, maar zeker ook de mogelijkheden om langs civiele weg een 'doorbraak' te maken.
De resultaten zullen worden gepubliceerd in de vorm van een dissertatie (waarvan een deel aan de problematiek van de doorbraak is gewijd) en ��n of meerdere artikelen.
Het meest in het oog springende voorbeeld hiervan is de 'doorbraak van aansprakelijkheid' bij het verhaal van de ontnemingsmaatregel. Uit de zogenaamde Bucro-beschikking (HR 9 januari 1996, JOW 1996, 127; zie ook HR 9 januari 1996, NJ 1998, 591, m.nt. Sch) is gebleken dat het strafvorderlijk instrumentarium niet is opgewassen tegen witwasconstructies, waarbij de verdachte/veroordeelde zich formeel van zijn vermogen heeft ontdaan maar daar de facto over kan blijven beschikken. In dit deelproject wordt onderzocht welke oplossingen er voor deze problematiek bestaan. Daarbij moet worden gelet op meerdere, samenhangende rechtsverhoudingen: de relatie OM-verdachte/veroordeelde, de relatie OM-stroman en de relatie verdachte/veroordeelde-stroman. In het project komen niet alleen aanpassingen van de strafrechtelijke regelgeving aan de orde, maar zeker ook de mogelijkheden om langs civiele weg een 'doorbraak' te maken.
De resultaten zullen worden gepubliceerd in de vorm van een dissertatie (waarvan een deel aan de problematiek van de doorbraak is gewijd) en ��n of meerdere artikelen.
| Status | Finished |
|---|---|
| Effective start/end date | 1/01/00 → 1/03/06 |
Fingerprint
Explore the research topics touched on by this project. These labels are generated based on the underlying awards/grants. Together they form a unique fingerprint.
Research output
- 1 Chapter
-
Ambivalentie in overdracht en tegenoverdracht: Gevoelens van toenadering en afwijzing in de (forensische) psychoanalytische praktijk en de disclosure als analytisch wapen
Oei, T. I., 2006, Capita Selecta van de Forensische psychiatrie anno 2006. Oei, T. I. & Groenhuijsen, M. S. (eds.). Deventer: Kluwer, p. 525-541Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceeding › Chapter › Professional
File2737 Downloads (Pure)