Toetsing van wetgeving aan grondrechten

  • Koekkoek, A.K., (Researcher)
  • Vlemminx, Frank (Researcher)
  • Zoontjens, Paul, (Researcher)

Project: Research project

Description

De rechter mag op grond van artikel 120 Grondwet de grondwettigheid van wetten niet beoor-delen. Hij mag wetten dus niet toetsen aan grondwettelijke grondrechten. Hij moet daarentegen de toepassing van wetten wel toetsen aan grondrechten in eenieder verbindende ver-dragsbepalingen. Bovendien vinden grondrechten erkenning in het Europese recht, dat voor-rang heeft boven het Nederlandse recht.
De vraag is hoe de Nederlandse rechter de toetsing aan internationale en Europese grondrechten verricht. Verschilt de wijze van toetsing met die van supra- en internationale rechters (EHRM, HvJEG)? Verder valt grondrechtelijke toetsing van wetten te vergelijken met toetsing in landen die daarmee langere tijd (Verenigde Staten) of korter (Duitsland, Canada, Zuid-Afrika) ervaring hebben.
Naast de grondrechtelijke toetsing van wetten in formele zin is er de grondrechtelijke toetsing van lagere regelgeving. Hier geldt het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet niet.
Voor de interactie tussen wetgever en rechter is van belang welk effect de rechterlijke toetsing aan grondrechten heeft. In hoeverre werkt zij preventief en welke gevolgen verbindt de wet-gever aan rechterlijke uitspraken? Gaat de wetgever de confrontatie met de rechter aan in die zin dat hij het laat aankomen op onverbindendverklaring of laat hij grondrechtelijke vragen juist open, zodat de rechter ze moet beantwoorden? Welke rol spelen actoren in het wetgevingsproces (bijvoorbeeld Tweede en Eerste Kamer en de Raad van State) bij de beantwoording van grondrechtelijke vragen?
StatusFinished
Effective start/end date1/01/0031/12/04