Skip to main navigation Skip to search Skip to main content

A Usage-Based Account of Language Transfer: A case study of German speakers in the Netherlands

Research output: ThesisDoctoral Thesis

313 Downloads (Pure)

Abstract

When someone moves to another country and starts speaking that country's language frequently, it can greatly affect how they use their native language: maybe they have more difficulties finding words, they feel more insecure when speaking that language, and they might transfer words or expressions from their second language to their native language. This dissertation investigates these changes, specifically focusing on Dutch-German language transfer by native German speakers living in the Netherlands.
The results show that native German speakers living in the Netherlands tend to experience extensive language transfer from Dutch to German. They might start to use loan translations like *Hintername (‘behind name’ instead of Nachname ‘after name’ based on Dutch achternaam) or *Fliegfeld (‘flyfield’ instead of Flughafen ‘flyport’ based on Dutch vliegveld). They might also apply Dutch grammar patterns to their German, resulting in innovative uses of grammatical elements or in word order patterns in German.
To further investigate this language transfer, this dissertation employs a multi-method approach, combining experimental, survey, corpus, and focusgroup data. Collectively, the results of these studies demonstrate that language transfer is driven both by cognitive, largely automatic processes as well as by speakers’ agency in how they want to use their languages. Summarizing, this interplay between automaticity and agency plays out as follows: In the beginning, when the native German speakers first move to the Netherlands, it is mostly their German that is highly entrenched in their mental language representations. The longer the speakers are living in the Netherlands, however, this also increasingly becomes the case for a lot of Dutch words, expressions, and grammatical patterns. As a result, speakers might easily activate these Dutch language elements – eventually maybe even more easily than their German counterparts. When they select the Dutch elements and use them in their German, they experience language transfer.
Most of the time, this process happens automatically, also because German and Dutch are typologically closely related. This closeness often makes it difficult to recognize cases of language transfer. For example, the German fragen and the Dutch vragen are both used in the sense of ‘to ask a question’. The Dutch vragen can also be used in the sense of ‘to request something’; the German fragen does not carry this meaning. This close overlap between the two words – in both their pronunciation and partially also in their meaning – makes it difficult to distinguish between cases in which the two words are used in similar ways and cases when they are not. As such, it is quite likely for someone who frequently speaks Dutch to also use the German fragen to make a request, often without even recognizing this expression as transfer.
Nevertheless, speakers might become aware of their language transfer, either because they recognize it in their language use themselves or because family or friends back in Germany start to comment on it. They react rather differently to this realization: while some speakers accept language transfer as the natural consequence of being bilingual, others resent it. The latter group thinks that they should be able to speak their native language German in a way that closely resembles their language use before they moved to the Netherlands, and they therefore want to avoid Dutch influence as much as possible. Some of them even think that language transfer has made them lose part of their German identity; they feel sad and embarrassed about their language use. Many speakers with these negative attitudes towards language transfer report to make use of different strategies to prevent transfer from happening. They might keep lists of transfer examples, speak more slowly to reflect on their language use, closely monitor their speech and self-correct cases of transfer, paraphrase expressions when insecure, and regularly practice their German. At the same time, because of the automatic nature of language transfer, many cases of transfer still slip through – despite all of their efforts.
Taken together, the results of this dissertation demonstrate that language transfer is shaped by an interplay between speakers’ cognitively-determined automaticity and their socially-driven agency. As such, they underline the importance of attending to both cognitive and social mechanisms that drive speakers’ language use.

_

Je verwacht het misschien niet, maar als je naar een ander land verhuist kan dit verreikende gevolgen hebben voor je moedertaal. Misschien kom je minder snel op de juiste woorden, je kan je onzeker voelen tijdens het praten of je neemt mogelijk woorden of letterlijke uitdrukkingen uit andere talen over. Dit proefschrift onderzoekt deze veranderingen en focust hierbij specifiek op Nederlandse taaltransfer (d.w.z. het overnemen van talige elementen uit het Nederlands) in het Duits van moedertaalsprekers Duits die woonachtig zijn in Nederland.
Nederlands en Duits lijken veel op elkaar. Dat maakt het lastig om de talen van elkaar gescheiden te houden. De resultaten van dit proefschrift tonen dan ook aan dat veel moedertaalsprekers behoorlijk wat tekenen van taaltransfer in hun Duits laten zien, zeker naarmate ze langer in Nederland wonen. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld Nederlandse uitdrukkingen in hun Duits zoals Hinternamen (i.p.v. Nachnamen gebaseerd op achternaam) of Flugfeld (i.p.v. Flughafen gebaseerd op vliegveld). Soms nemen ze ook grammaticale elementen uit het Nederlands over of gebruiken ze een andere woordvolgorde in het Duits die lijkt op de Nederlandse volgorde.
Om deze vormen van taaltransfer beter te begrijpen, maakt dit proefschrift gebruik van verschillende methodes zoals experimenten, enquêtes, corpus data en focusgroepen. Samen schetsen de resultaten van deze studies een beeld van taaltransfer als een complex fenomeen dat door een verscheidenheid aan cognitieve en sociale factoren wordt beïnvloed. Al deze factoren zorgen ervoor dat taaltransfer er voor iedere spreker anders uitziet, maar we kunnen wel een aantal grote lijnen onderscheiden die voor de meeste sprekers gelden.
Samengevat zien deze grote lijnen er als volgt uit: op het moment dat de Duitse moedertaalsprekers naar Nederland verhuizen, is vooral hun Duits vast verankerd in hun talige repertoire. Naarmate ze langer in Nederland wonen, geldt dit echter ook in toenemende mate voor Nederlandse woorden, uitdrukkingen en grammaticale patronen. Hierdoor worden deze Nederlandse taal-elementen steeds sneller door hen geactiveerd, misschien zelfs wel sneller dan hun Duitse tegenhangers – ook als de sprekers op dat moment eigenlijk Duits willen spreken. Op deze momenten kan het gebeuren dat de sprekers de Nederlandse woorden, uitdrukkingen of patronen overnemen in hun Duits; we spreken dan van taaltransfer.
Taaltransfer gebeurt vaak onbewust, d.w.z. dat de sprekers meestal niet doorhebben dat ze zojuist iets uit het Nederlands hebben overgenomen. Hierbij speelt ook de grote gelijkenis van het Nederlands en Duits een belangrijke rol want deze gelijkenis zorgt ervoor dat het vaak moeilijk is om taaltransfer te herkennen. Een voorbeeld: Duits en Nederlands gebruiken beide het woord fragen/vragen om de betekenis ‘een vraag stellen’ uit te drukken. Daarnaast kan vragen in het Nederlands ook ‘een verzoek doen’ betekenen (Ik wil u vragen om…); het Duitse fragen heeft deze betekenis niet. Als iemand veel Nederlands spreekt, kan het zomaar gebeuren dat diegene ook het Duitse fragen gebruikt om een verzoek te doen – fragen en vragen lijken immers veel op elkaar: in hun uitspraak, maar ook gedeeltelijk in hun betekenis. Dat maakt het lastig om te bepalen wanneer de twee woorden wel en wanneer ze juist niet op dezelfde manier in het Duits en Nederlands worden gebruikt.
Tegelijkertijd kunnen sprekers zich wel degelijk bewust worden van hun taaltransfer, omdat ze het toch opmerken tijdens het spreken of omdat ze commentaar krijgen over hun taalgebruik van vrienden of familie die nog in Duitsland wonen. Sommige sprekers vinden dit geen probleem: zij zien taaltransfer als een natuurlijk gevolg van hun tweetaligheid en ze zijn er trots op omdat taaltransfer laat zien hoe thuis ze zich inmiddels in hun tweede taal Nederlands voelen. Andere sprekers denken veel negatiever over taaltransfer. Zij vinden dat ze als moedertaalsprekers op een perfecte manier Duits moeten kunnen spreken. Taaltransfer is voor hen een afwijking van deze perfecte manier en daarom onacceptabel. Sommige sprekers hebben hierdoor het gevoel dat ze een deel van hun Duitse identiteit zijn kwijtgeraakt en ze schamen zich voor hun taalgebruik. Veel sprekers met dit soort negatieve gevoelens maken gebruik van verschillende strategieën om taaltransfer in hun Duits te beperken. Zo houden ze bijvoorbeeld lijsten bij met voorbeelden van taaltransfer, spreken ze bewust langzamer om zo goed op hun taalgebruik te kunnen letten, gebruiken ze andere woorden of uitdrukkingen als ze onzeker zijn of iets overgenomen is uit het Nederlands en oefenen ze regelmatig hun Duits door Duitse boeken te lezen of Duitse podcasts te beluisteren. Echter, omdat taaltransfer vaak juist onbewust gebeurt, glipt het er toch vaak tussendoor – ondanks al deze inspanningen van de sprekers.
Samengevat kunnen we daarom stellen dat taaltransfer enerzijds een automatisch proces is, maar dat sprekers anderzijds ook actief stappen kunnen ondernemen om hun taalgebruik (tot een bepaalde hoogte) aan hun wensen aan te passen. Hierdoor benadrukken de resultaten het belang om zowel cognitieve als ook sociale factoren te bestuderen om taaltransfer en hierdoor ook tweetalig taalgebruik in het algemeen beter te kunnen begrijpen.
Original languageEnglish
Awarding Institution
  • Tilburg University
Award date1 Mar 2024
Place of PublicationAmsterdam
Publisher
Print ISBNs978-94-6093-448-3
DOIs
Publication statusPublished - 1 Mar 2024

Fingerprint

Dive into the research topics of 'A Usage-Based Account of Language Transfer: A case study of German speakers in the Netherlands'. Together they form a unique fingerprint.

Cite this