Skip to main navigation Skip to search Skip to main content

Ambulantisering en regionalisering van MO en BW in de regio Flevoland onderzoek 2023 - 2028: Rapportage derde meting

Research output: Book/ReportReport

4 Downloads (Pure)

Abstract

Onderzoek ambulantisering en regionalisering MO/BW regio Flevoland
Derde meting (2024-2025)

In totaal zijn er de afgelopen drie jaar 123 interviews afgenomen met 71 unieke cliëntparticipanten. De participanten kunnen onderverdeeld worden in de volgende categorieën: instabiel traject/(herhaalde)dakloosheid(n=33); (richting) beschermd wonen(n=27); uitstroom naar woning(n=11).

1. Woontrajecten.
• Bijna de helft van 71 deelnemers heeft instabiele of herhaald dakloze trajecten; dit is het meest voorkomende trajecttype.
• Instabiele trajecten worden gekenmerkt door verplaatsingen tussen MO, BW, klinische settingen, detentie, netwerk en straat.
• BW fungeert zowel als vervolgstap na dakloosheid of MO, als schakel in langere zorg-en woontrajecten.
• Deelnemers in BW-trajecten willen vooral zelfstandig wonen mits ondersteuning en betaalbare huisvesting beschikbaar zijn.
• Woonstabiliteit blijft kwetsbaar bij terugval, problemen en te laat inschakelen van hulp.

2. Frictie wonen/zorg bij door- en uitstroom
Zelfstandigheid is een toegewezen, beoordeelbare status die ook weer kan worden ingetrokken.
• Voorwaarden voor uitstroom zijn vaak onduidelijk, breed en interpretatiegevoelig.
• Regels moeten zelfstandigheid bevorderen, maar kunnen autonomie ook beperken door controle.
• Stabiel inkomen en arbeidsparticipatie worden sterk gekoppeld aan uitstroom, maar zijn door systeemonzekerheid niet altijd haalbaar voor cliënten.
• Zelfstandigheid krijgt een performatiefkarakter: niet alleen kunnen, maar ook zichtbaar laten zien dat je het kunt.

3 Samenwerking ketenzorg mo/bwen ggz
De samenwerking van de keten hangt zeer sterk op persoonlijke relaties in de uitvoering.
Schaarste aan woningen, zorgbudget en personeel belemmert effectieve ketensamenwerking.
Bij de overgang van de FACT-teams naar de ggz-gebiedsteams is de out-reachende werkwijze deels verloren gegaan.
De waakvlamfunctie is deels wegbezuinigd en verschoven naar de eerstelijnszorg.
MO/BW-medewerkers worden in de samenwerking met crisisdiensten niet altijd erkend als professionele gesprekspartners.
Verschillende psychiatrische visies, in combinatie met middelengebruik, vormen voor de crisisdienst een contra-indicatie voor beoordeling van cliënten.

4 Bestuurlijke knelpunten in de zorgketen
• Flevoland wordt door stakeholders gezien als atypisch met culturele verschillen en diverse problematiek (stedelijk én landelijk), maar lijkt op andere regio’s in Nederland.
• Er is een bestuurlijke mismatch, omschreven als: “grootstedelijke problematiek, kleine gemeentemodus”.
• Het (historische) primaire werkgebied van ggz-aanbieders ligt grotendeels buiten de regio.
• MO/BW is niet verankerd in duidelijke afspraken en samenwerkingskaders met de ggz.
• Gemeenten vangen de gaten op die ontstaan door de beperkte aanwezigheid van de ggz.

5 Participatie
De participatiegraad in de regio daalt, maar het is nog onduidelijk in hoeverre deze afname komt door de gebruikte methode en het moment van interviewen, of door veranderd beleid.
IPS-trajecten worden breed ingezet en positief ervaren; het scheiden van werk, zorg en huisvesting ondersteunt herstel en participatie.
Andere herstelgerichte trajecten, zoals trajecten rond ervaringsdeskundigheid en sport, dragen eveneens bij aan herstel en participatie.
Bij een deel van de cliënten is ondersteuning bij participatie geen integraal onderdeel van het traject, terwijl dit wenselijk lijkt, ook om terugval in dakloosheid te voorkomen.
Original languageDutch
PublisherOnderzoeksinstituut Nienke Boesveldt
Number of pages40
Publication statusPublished - 22 Jun 2026

Cite this