Abstract
In dit artikel wordt onderzocht of het UWV zijn aanspraak die voortvloeit uit de loongarantieregeling, in faillissement kan indienen op grond van een 403-verklaring. De Hoge Raad heeft in zijn arrest UWV/Econcern geoordeeld dat het UWV in dat geval slechts een concurrente 403-vordering op de moedermaatschappij heeft.1 Het lijkt erop dat toen voorbij is gegaan aan de vraag of het UWV überhaupt wel een 403-vordering heeft. In deze bijdrage wordt beschreven hoe het UWV slechts subrogeert in de loonvorderingen op de dochter en niet in de 403-vordering op de moeder. Dit betekent dat het UWV geen vordering bij de moedermaatschappij kan indienen, omdat die 403-vordering een zelfstandige vordering is, die niet automatisch met de hoofdvordering mee over gaat.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | 28 |
| Pages (from-to) | 261-269 |
| Number of pages | 9 |
| Journal | Tijdschrift voor Insolventierecht |
| Volume | 2025 |
| Issue number | 6 |
| Publication status | Published - 12 Dec 2025 |
Keywords
- Faillissement
- UWV
- 403-vordering
- zekerheid
- jaarrekening
- vrijstelling
- art. 2:403 BW
- hoofdelijkheid
- concern
- groepsfaillissement
- loongarantieregeling