Communicatie in het internationaal milieurecht

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientific

Abstract

In deze bijdrage is de veronderstelling dat ¿soft law' gericht is op communicatie en pas na verloop van tijd langzaam meer inhoud en betekenis krijgt door het voeren van juridische debatten onderzocht. Dit is gebeurd door te bezien hoe in de internationale jurisprudentie wordt omgegaan met beginselen die zijn opgenomen in belangrijke milieuverklaringen. Uit het onderzoek blijkt dat het harder worden nogal verschilt per beginsel. Sommige beginselen spelen nauwelijks nog enige rol in het internationale juridische debat, andere beginselen worden juist erg vaak aangevoerd. De internationale rechter blijkt erg voorzichtig te zijn met het toepassen van ¿soft law'. Vaak blijft het bij ¿dissenting opinions' die het belang van ¿soft law' benadrukken, of doen alleen partijen er een beroep op, zonder dat de rechter met dit pleidooi veel doet. Toch zie je bij sommige beginselen wel dat ze (langzaam) vaker een rol spelen in internationale juridische geschillen. Dit geldt momenteel vooral voor het voorzorgbeginsel, dat erg in de belangstelling staat. Van dit beginsel wordt ook door sommige auteurs reeds betoogd dat het nu snel veranderd zal zijn tot een norm van internationaal gewoonterecht (of zoals art. 38 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof het formuleert: ¿international custom, as evidence of a general practice accepted as law'). In elk geval blijkt het beginsel steeds vaker in bindende verdragen te verschijnen en doen partijen in geschillen voor internationaalrechtelijke instanties steeds vaker een beroep op het beginsel bij de uitleg van concretere regels uit verdragen. Geconcludeerd kan dan ook worden dat sommige beginselen in het internationale milieurecht een ontwikkeling doormaken van ¿soft law' naar dwingend internationaal gewoonterecht. Deze ontwikkeling lijkt vooral plaats te vinden door discussie over de toepassing van concretere normen. Hiermee kan geïllustreerd worden dat ¿soft law'-beginselen het debat over het toepassen van internationale rechtsregels stimuleren en de inhoud van rechtsregels beïnvloeden. Maar tegelijkertijd krijgen deze normen zelf ook alleen een duidelijkere juridische betekenis dóór de toepassing ervan in concrete situaties, ondersteund door concrete rechtsregels. Zo staan beginselen in het centrum van het juridische debat dat vooral sinds de VN-conferentie inzake milieu en ontwikkeling van Rio de Janeiro gericht is op het verwezenlijken van het ideaal van een duurzame ontwikkeling. Dankzij de (nog) niet-bindende beginselen kunnen juristen beter met elkaar communiceren over een (te) vaag begrip duurzame ontwikkeling, waarmee je, zonder verdere richtsnoer, nog alle kanten opkunt
Original languageDutch
Title of host publicationDe overtuigende wetgever
EditorsB. van Klink, W.J. Witteveen
Place of PublicationDeventer
PublisherW.E.J. Tjeenk Willink
Pages161-171
Number of pages11
ISBN (Print)9027152357
Publication statusPublished - 2000

Publication series

NameCentrum voor wetgevingsvraagstukken

Projects

Beginselen van wetgeving en wetgevingsbeleid

Eijlander, P., Voermans, W. J. M., de Moor, A. J. C., van Gestel, R. & Verschuuren, J.

1/01/0031/12/04

Project: Research project

Cite this

Verschuuren, J. M. (2000). Communicatie in het internationaal milieurecht. In B. van Klink, & W. J. Witteveen (Eds.), De overtuigende wetgever (pp. 161-171). (Centrum voor wetgevingsvraagstukken). W.E.J. Tjeenk Willink.