Copingstrategieen en hulpbehoefte na seksueel misbruik in de kindertijd

Jongeren aan het woord

P. Okur*, Leontien van der Knaap, Stefan Bogaerts

*Corresponding author for this work

Research output: Contribution to journalArticleScientificpeer-review

Abstract

Slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd kunnen verschillende copingstrategieën hanteren om met hun ervaring(en) om te gaan. Deze studie beoogt deze copingstrategieën in kaart te brengen, te inventariseren welke rol professionele hulpverlening hierin speelt, en een beeld te geven van de opvattingen van slachtoffers over de bestaande hulpverlening. In 23 interviews met jongvolwassenen (18-25 jaar), die te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de kindertijd, zijn gegevens over het soort misbruik, het verwerkingsproces, tevredenheid over het verwerkingsproces en opvattingen over de bestaande hulpverlening verzameld. Uit de interviews blijkt dat respondenten tijdens het verwerkingsproces overwegend drie verschillende copingstrategieën gebruiken. In eerste instantie kiezen de meesten voor de strategie ‘zelf verwerken van het misbruik’. Na verloop van tijd kiezen bijna alle respondenten er echter voor om anderen te vertellen wat ze is overkomen (tweede copingstrategie). Tot slot wordt het ‘het omzetten van de misbruikervaring in iets positiefs’ genoemd, waarbij respondenten de nare misbruikervaring tot een positieve(re) uitkomst hebben weten om te zetten. Sommigen proberen daarnaast door andere meiden te waarschuwen te voorkomen dat anderen soortgelijke ervaringen opdoen.
Het merendeel van de respondenten gaf aan liever eerder met iemand te hebben willen praten dan ze hebben gedaan, maar zag hier geen mogelijkheid voor. Veel respondenten zeiden dat ze de behoefte hadden om met hun ouders over hun misbruikervaring te praten. Respondenten hadden daarentegen een negatief beeld van zowel vertrouwenspersonen op school als online hulpverlening. Het versterken van de communicatie tussen slachtoffers en ouders en het bieden van meer voorlichting over (het aangeven van) grenzen op school lijken veelbelovende strategieën voor de ondersteuning van jonge slachtoffers van seksueel misbruik. Tot slot zou een actieve(re) voorlichting over de voordelen van online hulpverlening kunnen helpen om het wantrouwen jegens online hulpverlening weg te halen.
Original languageDutch
Pages (from-to)105-110
JournalTijdschrift voor Seksuologie
Volume38
Issue number3
Publication statusPublished - 2014

Fingerprint

interview
school

Cite this

@article{b6a0ed32224f4056ae38406a1ddd3071,
title = "Copingstrategieen en hulpbehoefte na seksueel misbruik in de kindertijd: Jongeren aan het woord",
abstract = "Slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd kunnen verschillende copingstrategie{\"e}n hanteren om met hun ervaring(en) om te gaan. Deze studie beoogt deze copingstrategie{\"e}n in kaart te brengen, te inventariseren welke rol professionele hulpverlening hierin speelt, en een beeld te geven van de opvattingen van slachtoffers over de bestaande hulpverlening. In 23 interviews met jongvolwassenen (18-25 jaar), die te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de kindertijd, zijn gegevens over het soort misbruik, het verwerkingsproces, tevredenheid over het verwerkingsproces en opvattingen over de bestaande hulpverlening verzameld. Uit de interviews blijkt dat respondenten tijdens het verwerkingsproces overwegend drie verschillende copingstrategie{\"e}n gebruiken. In eerste instantie kiezen de meesten voor de strategie ‘zelf verwerken van het misbruik’. Na verloop van tijd kiezen bijna alle respondenten er echter voor om anderen te vertellen wat ze is overkomen (tweede copingstrategie). Tot slot wordt het ‘het omzetten van de misbruikervaring in iets positiefs’ genoemd, waarbij respondenten de nare misbruikervaring tot een positieve(re) uitkomst hebben weten om te zetten. Sommigen proberen daarnaast door andere meiden te waarschuwen te voorkomen dat anderen soortgelijke ervaringen opdoen.Het merendeel van de respondenten gaf aan liever eerder met iemand te hebben willen praten dan ze hebben gedaan, maar zag hier geen mogelijkheid voor. Veel respondenten zeiden dat ze de behoefte hadden om met hun ouders over hun misbruikervaring te praten. Respondenten hadden daarentegen een negatief beeld van zowel vertrouwenspersonen op school als online hulpverlening. Het versterken van de communicatie tussen slachtoffers en ouders en het bieden van meer voorlichting over (het aangeven van) grenzen op school lijken veelbelovende strategie{\"e}n voor de ondersteuning van jonge slachtoffers van seksueel misbruik. Tot slot zou een actieve(re) voorlichting over de voordelen van online hulpverlening kunnen helpen om het wantrouwen jegens online hulpverlening weg te halen.",
author = "P. Okur and {van der Knaap}, Leontien and Stefan Bogaerts",
year = "2014",
language = "Dutch",
volume = "38",
pages = "105--110",
journal = "Tijdschrift voor Seksuologie",
issn = "0167-5915",
number = "3",

}

Copingstrategieen en hulpbehoefte na seksueel misbruik in de kindertijd : Jongeren aan het woord. / Okur, P.; van der Knaap, Leontien; Bogaerts, Stefan.

In: Tijdschrift voor Seksuologie, Vol. 38, No. 3, 2014, p. 105-110.

Research output: Contribution to journalArticleScientificpeer-review

TY - JOUR

T1 - Copingstrategieen en hulpbehoefte na seksueel misbruik in de kindertijd

T2 - Jongeren aan het woord

AU - Okur, P.

AU - van der Knaap, Leontien

AU - Bogaerts, Stefan

PY - 2014

Y1 - 2014

N2 - Slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd kunnen verschillende copingstrategieën hanteren om met hun ervaring(en) om te gaan. Deze studie beoogt deze copingstrategieën in kaart te brengen, te inventariseren welke rol professionele hulpverlening hierin speelt, en een beeld te geven van de opvattingen van slachtoffers over de bestaande hulpverlening. In 23 interviews met jongvolwassenen (18-25 jaar), die te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de kindertijd, zijn gegevens over het soort misbruik, het verwerkingsproces, tevredenheid over het verwerkingsproces en opvattingen over de bestaande hulpverlening verzameld. Uit de interviews blijkt dat respondenten tijdens het verwerkingsproces overwegend drie verschillende copingstrategieën gebruiken. In eerste instantie kiezen de meesten voor de strategie ‘zelf verwerken van het misbruik’. Na verloop van tijd kiezen bijna alle respondenten er echter voor om anderen te vertellen wat ze is overkomen (tweede copingstrategie). Tot slot wordt het ‘het omzetten van de misbruikervaring in iets positiefs’ genoemd, waarbij respondenten de nare misbruikervaring tot een positieve(re) uitkomst hebben weten om te zetten. Sommigen proberen daarnaast door andere meiden te waarschuwen te voorkomen dat anderen soortgelijke ervaringen opdoen.Het merendeel van de respondenten gaf aan liever eerder met iemand te hebben willen praten dan ze hebben gedaan, maar zag hier geen mogelijkheid voor. Veel respondenten zeiden dat ze de behoefte hadden om met hun ouders over hun misbruikervaring te praten. Respondenten hadden daarentegen een negatief beeld van zowel vertrouwenspersonen op school als online hulpverlening. Het versterken van de communicatie tussen slachtoffers en ouders en het bieden van meer voorlichting over (het aangeven van) grenzen op school lijken veelbelovende strategieën voor de ondersteuning van jonge slachtoffers van seksueel misbruik. Tot slot zou een actieve(re) voorlichting over de voordelen van online hulpverlening kunnen helpen om het wantrouwen jegens online hulpverlening weg te halen.

AB - Slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd kunnen verschillende copingstrategieën hanteren om met hun ervaring(en) om te gaan. Deze studie beoogt deze copingstrategieën in kaart te brengen, te inventariseren welke rol professionele hulpverlening hierin speelt, en een beeld te geven van de opvattingen van slachtoffers over de bestaande hulpverlening. In 23 interviews met jongvolwassenen (18-25 jaar), die te maken hebben gehad met seksueel misbruik in de kindertijd, zijn gegevens over het soort misbruik, het verwerkingsproces, tevredenheid over het verwerkingsproces en opvattingen over de bestaande hulpverlening verzameld. Uit de interviews blijkt dat respondenten tijdens het verwerkingsproces overwegend drie verschillende copingstrategieën gebruiken. In eerste instantie kiezen de meesten voor de strategie ‘zelf verwerken van het misbruik’. Na verloop van tijd kiezen bijna alle respondenten er echter voor om anderen te vertellen wat ze is overkomen (tweede copingstrategie). Tot slot wordt het ‘het omzetten van de misbruikervaring in iets positiefs’ genoemd, waarbij respondenten de nare misbruikervaring tot een positieve(re) uitkomst hebben weten om te zetten. Sommigen proberen daarnaast door andere meiden te waarschuwen te voorkomen dat anderen soortgelijke ervaringen opdoen.Het merendeel van de respondenten gaf aan liever eerder met iemand te hebben willen praten dan ze hebben gedaan, maar zag hier geen mogelijkheid voor. Veel respondenten zeiden dat ze de behoefte hadden om met hun ouders over hun misbruikervaring te praten. Respondenten hadden daarentegen een negatief beeld van zowel vertrouwenspersonen op school als online hulpverlening. Het versterken van de communicatie tussen slachtoffers en ouders en het bieden van meer voorlichting over (het aangeven van) grenzen op school lijken veelbelovende strategieën voor de ondersteuning van jonge slachtoffers van seksueel misbruik. Tot slot zou een actieve(re) voorlichting over de voordelen van online hulpverlening kunnen helpen om het wantrouwen jegens online hulpverlening weg te halen.

UR - https://www.tijdschriftvoorseksuologie.nl/media/k2/attachments/okur.pdf

M3 - Article

VL - 38

SP - 105

EP - 110

JO - Tijdschrift voor Seksuologie

JF - Tijdschrift voor Seksuologie

SN - 0167-5915

IS - 3

ER -