De dochter van de dichter

Over ambivalente leestekens en woordloze rechtsficties

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientificpeer-review

Abstract

'Law is like literature’, stelde Dworkin meer dan twintig jaar geleden. Deze rechtsfilosoof beschouwt het recht als een ketenroman, geschreven door rechtsvormers. Die Dworkiniaanse metafoor is sinds haar verschijnen luidkeels bejubeld, maar wordt, zoals het grote gedachten vaak vergaat, met vergelijkbare hartstocht verguisd. Als we aannemen dat het recht inderdaad als literatuur is, dan kan de wet, de concrete manifestatie van het recht, worden gezien als een verhaal. Zijn mooiste versie zou een vertelling zijn die niet alleen zijn schrijvers, maar ook zijn lezers overtuigt. Dit verhaal zou de morele kracht van het recht, spiegel van waarden in onze samenleving, onbegrensd verwoorden omdat een splinter van deze spiegel aanwezig zou zijn in het hart van iedere rechtsregel. In die splinter zou dezelfde kracht schuilen als in de hele spiegel, zodat de lezers van het verhaal in al zijn regels het grotere beeld zouden kunnen zien. Als het recht zo zou zijn, dan zouden we ademloos luisteren naar dit verhaal, zijn fictie niet betwijfelen. Zo zou het verhaal van de wet geschreven moeten worden. Feit is dat deze vertelling, deze fictie (nog) niet bestaat. Dan rijst de vraag of schrijvers van literaire fictie wellicht wetgevers de maat kunnen nemen. Deze bijdrage onderzoekt de inspiratie die de literatuur onze (fiscale) wetgever kan bieden. In deze korte vertelling speelt de rechtsfictie een hoofdrol. Recht en literatuur ontmoeten elkaar immers in het alsof van de rechtsfictie.
Original languageDutch
Title of host publicationWegen der vrijheid
Subtitle of host publicationLiber amicorum voor Willem Witteveen
EditorsC. Elion-Valter, B. Van Klink, S. Taekema
Place of PublicationDen Haag
PublisherBoom juridisch
Pages267-276
Number of pages10
Volume1
ISBN (Print)9789462905498
Publication statusPublished - 2019

Keywords

  • Rechtsfictie
  • Witteveen
  • Dworkin

Cite this

Dusarduijn, S. (2019). De dochter van de dichter: Over ambivalente leestekens en woordloze rechtsficties. In C. Elion-Valter, B. Van Klink, & S. Taekema (Eds.), Wegen der vrijheid: Liber amicorum voor Willem Witteveen (Vol. 1, pp. 267-276). Den Haag: Boom juridisch.
Dusarduijn, Sonja. / De dochter van de dichter : Over ambivalente leestekens en woordloze rechtsficties. Wegen der vrijheid: Liber amicorum voor Willem Witteveen. editor / C. Elion-Valter ; B. Van Klink ; S. Taekema. Vol. 1 Den Haag : Boom juridisch, 2019. pp. 267-276
@inbook{5863d6ab96b741c5a25430ba2fbd0f01,
title = "De dochter van de dichter: Over ambivalente leestekens en woordloze rechtsficties",
abstract = "'Law is like literature’, stelde Dworkin meer dan twintig jaar geleden. Deze rechtsfilosoof beschouwt het recht als een ketenroman, geschreven door rechtsvormers. Die Dworkiniaanse metafoor is sinds haar verschijnen luidkeels bejubeld, maar wordt, zoals het grote gedachten vaak vergaat, met vergelijkbare hartstocht verguisd. Als we aannemen dat het recht inderdaad als literatuur is, dan kan de wet, de concrete manifestatie van het recht, worden gezien als een verhaal. Zijn mooiste versie zou een vertelling zijn die niet alleen zijn schrijvers, maar ook zijn lezers overtuigt. Dit verhaal zou de morele kracht van het recht, spiegel van waarden in onze samenleving, onbegrensd verwoorden omdat een splinter van deze spiegel aanwezig zou zijn in het hart van iedere rechtsregel. In die splinter zou dezelfde kracht schuilen als in de hele spiegel, zodat de lezers van het verhaal in al zijn regels het grotere beeld zouden kunnen zien. Als het recht zo zou zijn, dan zouden we ademloos luisteren naar dit verhaal, zijn fictie niet betwijfelen. Zo zou het verhaal van de wet geschreven moeten worden. Feit is dat deze vertelling, deze fictie (nog) niet bestaat. Dan rijst de vraag of schrijvers van literaire fictie wellicht wetgevers de maat kunnen nemen. Deze bijdrage onderzoekt de inspiratie die de literatuur onze (fiscale) wetgever kan bieden. In deze korte vertelling speelt de rechtsfictie een hoofdrol. Recht en literatuur ontmoeten elkaar immers in het alsof van de rechtsfictie.",
keywords = "Rechtsfictie, Witteveen, Dworkin",
author = "Sonja Dusarduijn",
year = "2019",
language = "Dutch",
isbn = "9789462905498",
volume = "1",
pages = "267--276",
editor = "C. Elion-Valter and {Van Klink}, {B. } and S. Taekema",
booktitle = "Wegen der vrijheid",
publisher = "Boom juridisch",

}

Dusarduijn, S 2019, De dochter van de dichter: Over ambivalente leestekens en woordloze rechtsficties. in C Elion-Valter, B Van Klink & S Taekema (eds), Wegen der vrijheid: Liber amicorum voor Willem Witteveen. vol. 1, Boom juridisch, Den Haag, pp. 267-276.

De dochter van de dichter : Over ambivalente leestekens en woordloze rechtsficties. / Dusarduijn, Sonja.

Wegen der vrijheid: Liber amicorum voor Willem Witteveen. ed. / C. Elion-Valter; B. Van Klink; S. Taekema. Vol. 1 Den Haag : Boom juridisch, 2019. p. 267-276.

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientificpeer-review

TY - CHAP

T1 - De dochter van de dichter

T2 - Over ambivalente leestekens en woordloze rechtsficties

AU - Dusarduijn, Sonja

PY - 2019

Y1 - 2019

N2 - 'Law is like literature’, stelde Dworkin meer dan twintig jaar geleden. Deze rechtsfilosoof beschouwt het recht als een ketenroman, geschreven door rechtsvormers. Die Dworkiniaanse metafoor is sinds haar verschijnen luidkeels bejubeld, maar wordt, zoals het grote gedachten vaak vergaat, met vergelijkbare hartstocht verguisd. Als we aannemen dat het recht inderdaad als literatuur is, dan kan de wet, de concrete manifestatie van het recht, worden gezien als een verhaal. Zijn mooiste versie zou een vertelling zijn die niet alleen zijn schrijvers, maar ook zijn lezers overtuigt. Dit verhaal zou de morele kracht van het recht, spiegel van waarden in onze samenleving, onbegrensd verwoorden omdat een splinter van deze spiegel aanwezig zou zijn in het hart van iedere rechtsregel. In die splinter zou dezelfde kracht schuilen als in de hele spiegel, zodat de lezers van het verhaal in al zijn regels het grotere beeld zouden kunnen zien. Als het recht zo zou zijn, dan zouden we ademloos luisteren naar dit verhaal, zijn fictie niet betwijfelen. Zo zou het verhaal van de wet geschreven moeten worden. Feit is dat deze vertelling, deze fictie (nog) niet bestaat. Dan rijst de vraag of schrijvers van literaire fictie wellicht wetgevers de maat kunnen nemen. Deze bijdrage onderzoekt de inspiratie die de literatuur onze (fiscale) wetgever kan bieden. In deze korte vertelling speelt de rechtsfictie een hoofdrol. Recht en literatuur ontmoeten elkaar immers in het alsof van de rechtsfictie.

AB - 'Law is like literature’, stelde Dworkin meer dan twintig jaar geleden. Deze rechtsfilosoof beschouwt het recht als een ketenroman, geschreven door rechtsvormers. Die Dworkiniaanse metafoor is sinds haar verschijnen luidkeels bejubeld, maar wordt, zoals het grote gedachten vaak vergaat, met vergelijkbare hartstocht verguisd. Als we aannemen dat het recht inderdaad als literatuur is, dan kan de wet, de concrete manifestatie van het recht, worden gezien als een verhaal. Zijn mooiste versie zou een vertelling zijn die niet alleen zijn schrijvers, maar ook zijn lezers overtuigt. Dit verhaal zou de morele kracht van het recht, spiegel van waarden in onze samenleving, onbegrensd verwoorden omdat een splinter van deze spiegel aanwezig zou zijn in het hart van iedere rechtsregel. In die splinter zou dezelfde kracht schuilen als in de hele spiegel, zodat de lezers van het verhaal in al zijn regels het grotere beeld zouden kunnen zien. Als het recht zo zou zijn, dan zouden we ademloos luisteren naar dit verhaal, zijn fictie niet betwijfelen. Zo zou het verhaal van de wet geschreven moeten worden. Feit is dat deze vertelling, deze fictie (nog) niet bestaat. Dan rijst de vraag of schrijvers van literaire fictie wellicht wetgevers de maat kunnen nemen. Deze bijdrage onderzoekt de inspiratie die de literatuur onze (fiscale) wetgever kan bieden. In deze korte vertelling speelt de rechtsfictie een hoofdrol. Recht en literatuur ontmoeten elkaar immers in het alsof van de rechtsfictie.

KW - Rechtsfictie

KW - Witteveen

KW - Dworkin

M3 - Chapter

SN - 9789462905498

VL - 1

SP - 267

EP - 276

BT - Wegen der vrijheid

A2 - Elion-Valter, C.

A2 - Van Klink, B.

A2 - Taekema, S.

PB - Boom juridisch

CY - Den Haag

ER -

Dusarduijn S. De dochter van de dichter: Over ambivalente leestekens en woordloze rechtsficties. In Elion-Valter C, Van Klink B, Taekema S, editors, Wegen der vrijheid: Liber amicorum voor Willem Witteveen. Vol. 1. Den Haag: Boom juridisch. 2019. p. 267-276