Abstract
In de EU wordt momenteel onderhandeld over de invoering van de digitale euro. De digitale euro is een vorm van publiek geld en bedoeld als aanvulling op contanten. Hoewel de wetgeving nog vastgesteld moet worden, krijgen de contouren van de digitale euro steeds meer vorm. De digitale euro krijgt – net als contanten – de status van wettig betaalmiddel en er zal geen rente over worden vergoed. In het oog springen verder de aanhoudingslimieten en de rol van betaaldienstverleners als intermediairs voor het aanhouden van digitale euro’s. Het ziet ernaar uit dat er zowel een offline- als online-variant van de digitale euro zal komen.
Een open vraag is hoe de Europese verordening zich tot het nationale privaatrecht verhoudt. Mijns inziens is de digitale euro geen vorderingsrecht op een centrale bank, maar een vermogensrecht in de zin van art. 3:6 BW. De Europese denkrichting gaat ook die kant op: de Europese Commissie ziet het als een ‘non-physical in rem asset’ en de Raad stelt voor om expliciet in de verordening op te nemen dat het gaat om een ‘immaterial asset in the context of national private law’. Bij het vormgeven van de eisen voor ‘overdracht’ van de digitale euro moet aan drie randvoorwaarden zijn voldaan: aansluiting bij de digitale infrastructuur, een duidelijk moment van vermogensovergang en bescherming van de degene die te goeder trouw digitale euro’s heeft ontvangen. Titel 7b Boek 7 BW biedt, in samenhang met de rechtspraak van de Hoge Raad, een kader dat aan deze randvoorwaarden voldoet. Dat betekent dat de digitale euro, net als giraal geld, kan worden ‘overgedragen’ door overboeking.
Een open vraag is hoe de Europese verordening zich tot het nationale privaatrecht verhoudt. Mijns inziens is de digitale euro geen vorderingsrecht op een centrale bank, maar een vermogensrecht in de zin van art. 3:6 BW. De Europese denkrichting gaat ook die kant op: de Europese Commissie ziet het als een ‘non-physical in rem asset’ en de Raad stelt voor om expliciet in de verordening op te nemen dat het gaat om een ‘immaterial asset in the context of national private law’. Bij het vormgeven van de eisen voor ‘overdracht’ van de digitale euro moet aan drie randvoorwaarden zijn voldaan: aansluiting bij de digitale infrastructuur, een duidelijk moment van vermogensovergang en bescherming van de degene die te goeder trouw digitale euro’s heeft ontvangen. Titel 7b Boek 7 BW biedt, in samenhang met de rechtspraak van de Hoge Raad, een kader dat aan deze randvoorwaarden voldoet. Dat betekent dat de digitale euro, net als giraal geld, kan worden ‘overgedragen’ door overboeking.
| Translated title of the contribution | The evolution of public money: the digital euro |
|---|---|
| Original language | Dutch |
| Article number | 2026/42 |
| Pages (from-to) | 279-286 |
| Number of pages | 13 |
| Journal | Ondernemingsrecht |
| Volume | 2026 |
| Issue number | 7 |
| Publication status | Published - Apr 2026 |
Fingerprint
Dive into the research topics of 'The evolution of public money: the digital euro'. Together they form a unique fingerprint.Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver