Abstract
Deze bijdrage vormt de schriftelijke uitwerking van de inaugurele rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Ondernemingsrecht en financiering aan Tilburg University op 17 april 2026. Centraal staat de rol van moderne aandeelhouders en hun verantwoordelijkheid voor duurzame langetermijnwaardecreatie. Hoewel het ondernemingsrecht duidelijke verplichtingen oplegt aan bestuurders, geldt dat in veel mindere mate voor aandeelhouders, terwijl hun invloed aanzienlijk kan zijn. De bijdrage richt zich op twee typen moderne aandeelhouders: institutionele beleggers en beursgenoteerde moedervennootschappen van grensoverschrijdende concerns. Institutionele beleggers oefenen invloed uit via hun positie op de kapitaalmarkt en hun aandeelhoudersrechten. Moedervennootschappen ontlenen hun macht aan hun positie binnen het concern en hun rol als groepshoofd. Voor beide typen aandeelhouders is een verschuiving zichtbaar naar toenemende verwachtingen op het gebied van duurzaamheid. Voor institutionele beleggers komt dit tot uitdrukking in de groeiende aandacht voor duurzaamheidsthema's binnen hun betrokkenheidsbeleid. Voor moedervennootschappen staat met name de vraag centraal in hoeverre zij verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor negatieve effecten op milieu en mensenrechten die voortvloeien uit activiteiten van buitenlandse dochtervennootschappen. De auteur betoogt dat het juridisch kader de machtsposities en verantwoordelijkheden van deze moderne aandeelhouders nog onvoldoende erkent als het gaat om duurzame langetermijnwaardecreatie. Daarom zou de Nederlandse Corporate Governance Code (NCGC) explicieter moeten vastleggen dat alle institutionele beleggers die aandelen houden in Nederlandse beursvennootschappen hun aandeelhoudersrechten actief moeten uitoefenen in lijn met duurzame langetermijnwaardecreatie. Asset owners moeten bovendien hun vermogensbeheerders zorgvuldig selecteren en aansturen. De empirische analyse laat immers duidelijk zien dat een zeer klein aantal zeer grote Amerikaanse vermogensbeheerders dat duidelijk minder waarde hecht aan duurzaamheid, aanzienlijke stemmacht heeft, ook in Nederlandse beursvennootschappen. Ook moet passende zorgvuldigheid als verplichting voor moedervennootschappen explicieter worden verankerd in de NCGC, waarbij institutionele beleggers bestuurders actief moeten steunen en aanspreken op de uitvoering van dit beleid.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | 29 |
| Pages (from-to) | 182-199 |
| Number of pages | 18 |
| Journal | Ondernemingsrecht |
| Publication status | Published - 17 Apr 2026 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver