De oogst van het milieurecht

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientific

Abstract

De oogst aan milieurechtelijke proefschriften is rijk. Het is zonder enige moeite mogelijk om slechts aan de hand van de verschenen proefschriften de stand van het milieurecht te beschrijven. Een aantal zaken valt daarbij wel op. De belangrijkste bevinding is, naar mijn mening, dat de meeste proefschriften zeer monodisciplinair zijn. Slechts weinige auteurs hebben het nodig gevonden of aangedurfd om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken. Sterker nog, de meeste proefschriften begeven zich slechts op één deelgebied binnen het milieurecht, bijvoorbeeld alleen strafrecht of alleen bestuursrecht. Voor een deel is dat te begrijpen en is dat naar mijn mening ook goed. Voor sommige onderwerpen is het noodzakelijk dat tot in de kleinste details de huidige juridische stand van zaken (het 'positieve recht') wordt onderzocht en beschreven. Dergelijke, door niet-juristen doorgaans als 'technisch-juridisch' onderzoek gekwalificeerde, publicaties zijn van groot belang als bouwstenen voor verder juridisch en milieukundig onderzoek. Ze sluiten wat betreft systematiek en uitvoering aan bij ander (d.w.z. niet-milieu) juridisch onderzoek. Behalve dat het dus goed is om óók monodisciplinair onderzoek te doen, is dergelijk onderzoek soms ook vanwege meer externe factoren bijna onontkoombaar. Ik doel op de steeds groter wordende complexiteit van het recht. Het is bijna niet doenlijk om een multidisciplinaire aanpak te kiezen als er binnen een beperkte tijdspanne een proefschrift op hoog niveau moet worden afgerond. De toenemende complexiteit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de enorme internationale en Europese invloeden op het nationale milieurecht. Het vakgebied van het milieurecht is enorm aan internationalisering onderhevig. Het lijkt dan ook niet langer wenselijk te zijn een milieurechtelijk proefschrift te schrijven waarin geen aandacht wordt besteed aan het internationaal en/of Europees recht. Tegelijkertijd moet geconcludeerd worden dat proefschriften spannender (maar dat is een subjectieve term, geef ik toe) en minder snel door de tand des tijds aangetast worden indien de auteur zich mede heeft laten inspireren door andere wetenschapsgebieden. Sommige van de besproken proefschriften hebben uitdrukkelijk niet alleen van juridische bronnen gebruik gemaakt, maar ook van inzichten die zijn verkregen op andere wetenschapsgebieden, zoals de bestuurskunde (Van Gestel 2000), de economie (Peeters 1992, Van Gestel 2000), de organisatiekunde (Huisman 2001) en de filosofie (Verschuuren 1993, Van Gestel 2000). Hoewel ik dus niet wil bepleiten dat er geen monodisciplinair onderzoek meer mag worden verricht, lijkt het me toch goed als het aantal 'minder monodisciplinaire' proefschriften zou toenemen. Ik wil daartoe een drietal suggesties doen: - wetenschappelijk onderzoek zou niet alleen binnen een traditionele juridische onderzoeksgroep (vakgroep staatsrecht, vakgroep strafrecht, etc.) moeten plaatsvinden, maar zou ook moeten worden ing
Original languageDutch
Title of host publicationDe oogst van milieu
EditorsJ. Boersema, Tinus Pulles, Jan van der Straaten, Joeri Bertels
Place of PublicationAmsterdam
PublisherBoom
Pages210-227
Number of pages18
ISBN (Print)9053528490
Publication statusPublished - 2003

Cite this

Verschuuren, J. M. (2003). De oogst van het milieurecht. In J. Boersema, T. Pulles, J. V. D. Straaten, & J. Bertels (Eds.), De oogst van milieu (pp. 210-227). Amsterdam: Boom.
Verschuuren, J.M. / De oogst van het milieurecht. De oogst van milieu. editor / J. Boersema ; Tinus Pulles ; Jan van der Straaten ; Joeri Bertels. Amsterdam : Boom, 2003. pp. 210-227
@inbook{96da7f353ec64b0dab1624f6a7810781,
title = "De oogst van het milieurecht",
abstract = "De oogst aan milieurechtelijke proefschriften is rijk. Het is zonder enige moeite mogelijk om slechts aan de hand van de verschenen proefschriften de stand van het milieurecht te beschrijven. Een aantal zaken valt daarbij wel op. De belangrijkste bevinding is, naar mijn mening, dat de meeste proefschriften zeer monodisciplinair zijn. Slechts weinige auteurs hebben het nodig gevonden of aangedurfd om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken. Sterker nog, de meeste proefschriften begeven zich slechts op {\'e}{\'e}n deelgebied binnen het milieurecht, bijvoorbeeld alleen strafrecht of alleen bestuursrecht. Voor een deel is dat te begrijpen en is dat naar mijn mening ook goed. Voor sommige onderwerpen is het noodzakelijk dat tot in de kleinste details de huidige juridische stand van zaken (het 'positieve recht') wordt onderzocht en beschreven. Dergelijke, door niet-juristen doorgaans als 'technisch-juridisch' onderzoek gekwalificeerde, publicaties zijn van groot belang als bouwstenen voor verder juridisch en milieukundig onderzoek. Ze sluiten wat betreft systematiek en uitvoering aan bij ander (d.w.z. niet-milieu) juridisch onderzoek. Behalve dat het dus goed is om {\'o}{\'o}k monodisciplinair onderzoek te doen, is dergelijk onderzoek soms ook vanwege meer externe factoren bijna onontkoombaar. Ik doel op de steeds groter wordende complexiteit van het recht. Het is bijna niet doenlijk om een multidisciplinaire aanpak te kiezen als er binnen een beperkte tijdspanne een proefschrift op hoog niveau moet worden afgerond. De toenemende complexiteit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de enorme internationale en Europese invloeden op het nationale milieurecht. Het vakgebied van het milieurecht is enorm aan internationalisering onderhevig. Het lijkt dan ook niet langer wenselijk te zijn een milieurechtelijk proefschrift te schrijven waarin geen aandacht wordt besteed aan het internationaal en/of Europees recht. Tegelijkertijd moet geconcludeerd worden dat proefschriften spannender (maar dat is een subjectieve term, geef ik toe) en minder snel door de tand des tijds aangetast worden indien de auteur zich mede heeft laten inspireren door andere wetenschapsgebieden. Sommige van de besproken proefschriften hebben uitdrukkelijk niet alleen van juridische bronnen gebruik gemaakt, maar ook van inzichten die zijn verkregen op andere wetenschapsgebieden, zoals de bestuurskunde (Van Gestel 2000), de economie (Peeters 1992, Van Gestel 2000), de organisatiekunde (Huisman 2001) en de filosofie (Verschuuren 1993, Van Gestel 2000). Hoewel ik dus niet wil bepleiten dat er geen monodisciplinair onderzoek meer mag worden verricht, lijkt het me toch goed als het aantal 'minder monodisciplinaire' proefschriften zou toenemen. Ik wil daartoe een drietal suggesties doen: - wetenschappelijk onderzoek zou niet alleen binnen een traditionele juridische onderzoeksgroep (vakgroep staatsrecht, vakgroep strafrecht, etc.) moeten plaatsvinden, maar zou ook moeten worden ing",
author = "J.M. Verschuuren",
note = "Pagination: 18",
year = "2003",
language = "Dutch",
isbn = "9053528490",
pages = "210--227",
editor = "J. Boersema and Tinus Pulles and Straaten, {Jan van der} and Joeri Bertels",
booktitle = "De oogst van milieu",
publisher = "Boom",

}

Verschuuren, JM 2003, De oogst van het milieurecht. in J Boersema, T Pulles, JVD Straaten & J Bertels (eds), De oogst van milieu. Boom, Amsterdam, pp. 210-227.

De oogst van het milieurecht. / Verschuuren, J.M.

De oogst van milieu. ed. / J. Boersema; Tinus Pulles; Jan van der Straaten; Joeri Bertels. Amsterdam : Boom, 2003. p. 210-227.

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientific

TY - CHAP

T1 - De oogst van het milieurecht

AU - Verschuuren, J.M.

N1 - Pagination: 18

PY - 2003

Y1 - 2003

N2 - De oogst aan milieurechtelijke proefschriften is rijk. Het is zonder enige moeite mogelijk om slechts aan de hand van de verschenen proefschriften de stand van het milieurecht te beschrijven. Een aantal zaken valt daarbij wel op. De belangrijkste bevinding is, naar mijn mening, dat de meeste proefschriften zeer monodisciplinair zijn. Slechts weinige auteurs hebben het nodig gevonden of aangedurfd om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken. Sterker nog, de meeste proefschriften begeven zich slechts op één deelgebied binnen het milieurecht, bijvoorbeeld alleen strafrecht of alleen bestuursrecht. Voor een deel is dat te begrijpen en is dat naar mijn mening ook goed. Voor sommige onderwerpen is het noodzakelijk dat tot in de kleinste details de huidige juridische stand van zaken (het 'positieve recht') wordt onderzocht en beschreven. Dergelijke, door niet-juristen doorgaans als 'technisch-juridisch' onderzoek gekwalificeerde, publicaties zijn van groot belang als bouwstenen voor verder juridisch en milieukundig onderzoek. Ze sluiten wat betreft systematiek en uitvoering aan bij ander (d.w.z. niet-milieu) juridisch onderzoek. Behalve dat het dus goed is om óók monodisciplinair onderzoek te doen, is dergelijk onderzoek soms ook vanwege meer externe factoren bijna onontkoombaar. Ik doel op de steeds groter wordende complexiteit van het recht. Het is bijna niet doenlijk om een multidisciplinaire aanpak te kiezen als er binnen een beperkte tijdspanne een proefschrift op hoog niveau moet worden afgerond. De toenemende complexiteit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de enorme internationale en Europese invloeden op het nationale milieurecht. Het vakgebied van het milieurecht is enorm aan internationalisering onderhevig. Het lijkt dan ook niet langer wenselijk te zijn een milieurechtelijk proefschrift te schrijven waarin geen aandacht wordt besteed aan het internationaal en/of Europees recht. Tegelijkertijd moet geconcludeerd worden dat proefschriften spannender (maar dat is een subjectieve term, geef ik toe) en minder snel door de tand des tijds aangetast worden indien de auteur zich mede heeft laten inspireren door andere wetenschapsgebieden. Sommige van de besproken proefschriften hebben uitdrukkelijk niet alleen van juridische bronnen gebruik gemaakt, maar ook van inzichten die zijn verkregen op andere wetenschapsgebieden, zoals de bestuurskunde (Van Gestel 2000), de economie (Peeters 1992, Van Gestel 2000), de organisatiekunde (Huisman 2001) en de filosofie (Verschuuren 1993, Van Gestel 2000). Hoewel ik dus niet wil bepleiten dat er geen monodisciplinair onderzoek meer mag worden verricht, lijkt het me toch goed als het aantal 'minder monodisciplinaire' proefschriften zou toenemen. Ik wil daartoe een drietal suggesties doen: - wetenschappelijk onderzoek zou niet alleen binnen een traditionele juridische onderzoeksgroep (vakgroep staatsrecht, vakgroep strafrecht, etc.) moeten plaatsvinden, maar zou ook moeten worden ing

AB - De oogst aan milieurechtelijke proefschriften is rijk. Het is zonder enige moeite mogelijk om slechts aan de hand van de verschenen proefschriften de stand van het milieurecht te beschrijven. Een aantal zaken valt daarbij wel op. De belangrijkste bevinding is, naar mijn mening, dat de meeste proefschriften zeer monodisciplinair zijn. Slechts weinige auteurs hebben het nodig gevonden of aangedurfd om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken. Sterker nog, de meeste proefschriften begeven zich slechts op één deelgebied binnen het milieurecht, bijvoorbeeld alleen strafrecht of alleen bestuursrecht. Voor een deel is dat te begrijpen en is dat naar mijn mening ook goed. Voor sommige onderwerpen is het noodzakelijk dat tot in de kleinste details de huidige juridische stand van zaken (het 'positieve recht') wordt onderzocht en beschreven. Dergelijke, door niet-juristen doorgaans als 'technisch-juridisch' onderzoek gekwalificeerde, publicaties zijn van groot belang als bouwstenen voor verder juridisch en milieukundig onderzoek. Ze sluiten wat betreft systematiek en uitvoering aan bij ander (d.w.z. niet-milieu) juridisch onderzoek. Behalve dat het dus goed is om óók monodisciplinair onderzoek te doen, is dergelijk onderzoek soms ook vanwege meer externe factoren bijna onontkoombaar. Ik doel op de steeds groter wordende complexiteit van het recht. Het is bijna niet doenlijk om een multidisciplinaire aanpak te kiezen als er binnen een beperkte tijdspanne een proefschrift op hoog niveau moet worden afgerond. De toenemende complexiteit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de enorme internationale en Europese invloeden op het nationale milieurecht. Het vakgebied van het milieurecht is enorm aan internationalisering onderhevig. Het lijkt dan ook niet langer wenselijk te zijn een milieurechtelijk proefschrift te schrijven waarin geen aandacht wordt besteed aan het internationaal en/of Europees recht. Tegelijkertijd moet geconcludeerd worden dat proefschriften spannender (maar dat is een subjectieve term, geef ik toe) en minder snel door de tand des tijds aangetast worden indien de auteur zich mede heeft laten inspireren door andere wetenschapsgebieden. Sommige van de besproken proefschriften hebben uitdrukkelijk niet alleen van juridische bronnen gebruik gemaakt, maar ook van inzichten die zijn verkregen op andere wetenschapsgebieden, zoals de bestuurskunde (Van Gestel 2000), de economie (Peeters 1992, Van Gestel 2000), de organisatiekunde (Huisman 2001) en de filosofie (Verschuuren 1993, Van Gestel 2000). Hoewel ik dus niet wil bepleiten dat er geen monodisciplinair onderzoek meer mag worden verricht, lijkt het me toch goed als het aantal 'minder monodisciplinaire' proefschriften zou toenemen. Ik wil daartoe een drietal suggesties doen: - wetenschappelijk onderzoek zou niet alleen binnen een traditionele juridische onderzoeksgroep (vakgroep staatsrecht, vakgroep strafrecht, etc.) moeten plaatsvinden, maar zou ook moeten worden ing

M3 - Chapter

SN - 9053528490

SP - 210

EP - 227

BT - De oogst van milieu

A2 - Boersema, J.

A2 - Pulles, Tinus

A2 - Straaten, Jan van der

A2 - Bertels, Joeri

PB - Boom

CY - Amsterdam

ER -

Verschuuren JM. De oogst van het milieurecht. In Boersema J, Pulles T, Straaten JVD, Bertels J, editors, De oogst van milieu. Amsterdam: Boom. 2003. p. 210-227