De transdiagnostische benadering

Research output: Contribution to journalArticleScientificpeer-review

Abstract

In dit artikel wordt een schets gegeven van de stand van zaken met betrekking tot transdiagnostische ontwikkelingen in de ggz. Nadat wordt vastgesteld dat een aantal problemen samenhangt met de dominante stoornisspecifieke (DSM-)benadering van de afgelopen 25 jaar, wordt onderzocht in hoeverre transdiagnostische ontwikkelingen deze problemen zouden kunnen verminderen. In dat kader wordt eerst stilgestaan bij een aantal transdiagnostische aspecten waarmee al veel langer, als vanzelfsprekend, binnen de psychiatrie en vooral de psychotherapie wordt gewerkt; vaak zelfs al voordat de stoornisspecifieke werkwijze dominant werd. Individuele casusconceptualisatie wordt in dat kader genoemd als een benadering waarin de psychotherapeutische methodiek veel bepalender is dan de specifieke (classificerende) DSM-diagnose die men de patiënt toekent. Ook worden enkele proceselementen besproken die niet of nauwelijks van diagnostische classificaties afhankelijk zijn, zoals therapeutische relatie, opvattingen vanuit de common-factorsbenadering en aspecten van de behandelstructuur. Daarna worden behandelinhoudelijke transdiagnostische ontwikkelingen geschetst. Vastgesteld wordt dat er een toenemende neiging is om interventies te ontwikkelen en toe te passen die gericht zijn op het beïnvloeden van problemen en kwetsbaarheden die stoornisoverstijgend zijn, zoals zelfwaardering, perfectionisme, piekeren en intolerantie voor onzekerheid. Tevens wordt geschetst hoe men met cognitieve-bias-modificatietrainingen tracht om automatische disfunctionele informatieverwerkingsprocessen bij te sturen. Ook blijkt het samenvoegen en integreren van de meest relevante onderdelen van bestaande, bewezen effectieve methoden tot beloftevolle interventies te kunnen leiden, zodat meerdere verschillende stoornissen met hetzelfde protocol kunnen worden behandeld. Tot slot wordt kort stilgestaan bij een ontwikkeling die misschien nog eerder a-diagnostisch moet worden genoemd dan transdiagnostisch. In het netwerkanalysemodel gaat men immers niet meer uit van onderliggende classificerende diagnoses die de symptomen veroorzaken. In de netwerkanalyse gaat men ervan uit dat de symptomen opzichzelfstaande fenomenen zijn die zichzelf en elkaar beïnvloeden en in stand houden.
Original languageDutch
JournalDth: Directieve Therapie
Volume37
Issue number4
Publication statusPublished - 2017

Cite this

@article{cefc8b714c4542758ce438302b06e60b,
title = "De transdiagnostische benadering",
abstract = "In dit artikel wordt een schets gegeven van de stand van zaken met betrekking tot transdiagnostische ontwikkelingen in de ggz. Nadat wordt vastgesteld dat een aantal problemen samenhangt met de dominante stoornisspecifieke (DSM-)benadering van de afgelopen 25 jaar, wordt onderzocht in hoeverre transdiagnostische ontwikkelingen deze problemen zouden kunnen verminderen. In dat kader wordt eerst stilgestaan bij een aantal transdiagnostische aspecten waarmee al veel langer, als vanzelfsprekend, binnen de psychiatrie en vooral de psychotherapie wordt gewerkt; vaak zelfs al voordat de stoornisspecifieke werkwijze dominant werd. Individuele casusconceptualisatie wordt in dat kader genoemd als een benadering waarin de psychotherapeutische methodiek veel bepalender is dan de specifieke (classificerende) DSM-diagnose die men de pati{\"e}nt toekent. Ook worden enkele proceselementen besproken die niet of nauwelijks van diagnostische classificaties afhankelijk zijn, zoals therapeutische relatie, opvattingen vanuit de common-factorsbenadering en aspecten van de behandelstructuur. Daarna worden behandelinhoudelijke transdiagnostische ontwikkelingen geschetst. Vastgesteld wordt dat er een toenemende neiging is om interventies te ontwikkelen en toe te passen die gericht zijn op het be{\"i}nvloeden van problemen en kwetsbaarheden die stoornisoverstijgend zijn, zoals zelfwaardering, perfectionisme, piekeren en intolerantie voor onzekerheid. Tevens wordt geschetst hoe men met cognitieve-bias-modificatietrainingen tracht om automatische disfunctionele informatieverwerkingsprocessen bij te sturen. Ook blijkt het samenvoegen en integreren van de meest relevante onderdelen van bestaande, bewezen effectieve methoden tot beloftevolle interventies te kunnen leiden, zodat meerdere verschillende stoornissen met hetzelfde protocol kunnen worden behandeld. Tot slot wordt kort stilgestaan bij een ontwikkeling die misschien nog eerder a-diagnostisch moet worden genoemd dan transdiagnostisch. In het netwerkanalysemodel gaat men immers niet meer uit van onderliggende classificerende diagnoses die de symptomen veroorzaken. In de netwerkanalyse gaat men ervan uit dat de symptomen opzichzelfstaande fenomenen zijn die zichzelf en elkaar be{\"i}nvloeden en in stand houden.",
author = "C.W. Korrelboom",
year = "2017",
language = "Dutch",
volume = "37",
journal = "Dth: Directieve Therapie",
issn = "0167-238X",
publisher = "Bohn Stafleu van Loghum",
number = "4",

}

De transdiagnostische benadering. / Korrelboom, C.W.

In: Dth: Directieve Therapie, Vol. 37, No. 4, 2017.

Research output: Contribution to journalArticleScientificpeer-review

TY - JOUR

T1 - De transdiagnostische benadering

AU - Korrelboom, C.W.

PY - 2017

Y1 - 2017

N2 - In dit artikel wordt een schets gegeven van de stand van zaken met betrekking tot transdiagnostische ontwikkelingen in de ggz. Nadat wordt vastgesteld dat een aantal problemen samenhangt met de dominante stoornisspecifieke (DSM-)benadering van de afgelopen 25 jaar, wordt onderzocht in hoeverre transdiagnostische ontwikkelingen deze problemen zouden kunnen verminderen. In dat kader wordt eerst stilgestaan bij een aantal transdiagnostische aspecten waarmee al veel langer, als vanzelfsprekend, binnen de psychiatrie en vooral de psychotherapie wordt gewerkt; vaak zelfs al voordat de stoornisspecifieke werkwijze dominant werd. Individuele casusconceptualisatie wordt in dat kader genoemd als een benadering waarin de psychotherapeutische methodiek veel bepalender is dan de specifieke (classificerende) DSM-diagnose die men de patiënt toekent. Ook worden enkele proceselementen besproken die niet of nauwelijks van diagnostische classificaties afhankelijk zijn, zoals therapeutische relatie, opvattingen vanuit de common-factorsbenadering en aspecten van de behandelstructuur. Daarna worden behandelinhoudelijke transdiagnostische ontwikkelingen geschetst. Vastgesteld wordt dat er een toenemende neiging is om interventies te ontwikkelen en toe te passen die gericht zijn op het beïnvloeden van problemen en kwetsbaarheden die stoornisoverstijgend zijn, zoals zelfwaardering, perfectionisme, piekeren en intolerantie voor onzekerheid. Tevens wordt geschetst hoe men met cognitieve-bias-modificatietrainingen tracht om automatische disfunctionele informatieverwerkingsprocessen bij te sturen. Ook blijkt het samenvoegen en integreren van de meest relevante onderdelen van bestaande, bewezen effectieve methoden tot beloftevolle interventies te kunnen leiden, zodat meerdere verschillende stoornissen met hetzelfde protocol kunnen worden behandeld. Tot slot wordt kort stilgestaan bij een ontwikkeling die misschien nog eerder a-diagnostisch moet worden genoemd dan transdiagnostisch. In het netwerkanalysemodel gaat men immers niet meer uit van onderliggende classificerende diagnoses die de symptomen veroorzaken. In de netwerkanalyse gaat men ervan uit dat de symptomen opzichzelfstaande fenomenen zijn die zichzelf en elkaar beïnvloeden en in stand houden.

AB - In dit artikel wordt een schets gegeven van de stand van zaken met betrekking tot transdiagnostische ontwikkelingen in de ggz. Nadat wordt vastgesteld dat een aantal problemen samenhangt met de dominante stoornisspecifieke (DSM-)benadering van de afgelopen 25 jaar, wordt onderzocht in hoeverre transdiagnostische ontwikkelingen deze problemen zouden kunnen verminderen. In dat kader wordt eerst stilgestaan bij een aantal transdiagnostische aspecten waarmee al veel langer, als vanzelfsprekend, binnen de psychiatrie en vooral de psychotherapie wordt gewerkt; vaak zelfs al voordat de stoornisspecifieke werkwijze dominant werd. Individuele casusconceptualisatie wordt in dat kader genoemd als een benadering waarin de psychotherapeutische methodiek veel bepalender is dan de specifieke (classificerende) DSM-diagnose die men de patiënt toekent. Ook worden enkele proceselementen besproken die niet of nauwelijks van diagnostische classificaties afhankelijk zijn, zoals therapeutische relatie, opvattingen vanuit de common-factorsbenadering en aspecten van de behandelstructuur. Daarna worden behandelinhoudelijke transdiagnostische ontwikkelingen geschetst. Vastgesteld wordt dat er een toenemende neiging is om interventies te ontwikkelen en toe te passen die gericht zijn op het beïnvloeden van problemen en kwetsbaarheden die stoornisoverstijgend zijn, zoals zelfwaardering, perfectionisme, piekeren en intolerantie voor onzekerheid. Tevens wordt geschetst hoe men met cognitieve-bias-modificatietrainingen tracht om automatische disfunctionele informatieverwerkingsprocessen bij te sturen. Ook blijkt het samenvoegen en integreren van de meest relevante onderdelen van bestaande, bewezen effectieve methoden tot beloftevolle interventies te kunnen leiden, zodat meerdere verschillende stoornissen met hetzelfde protocol kunnen worden behandeld. Tot slot wordt kort stilgestaan bij een ontwikkeling die misschien nog eerder a-diagnostisch moet worden genoemd dan transdiagnostisch. In het netwerkanalysemodel gaat men immers niet meer uit van onderliggende classificerende diagnoses die de symptomen veroorzaken. In de netwerkanalyse gaat men ervan uit dat de symptomen opzichzelfstaande fenomenen zijn die zichzelf en elkaar beïnvloeden en in stand houden.

M3 - Article

VL - 37

JO - Dth: Directieve Therapie

JF - Dth: Directieve Therapie

SN - 0167-238X

IS - 4

ER -