De wet als symbool: Over wettelijke communicatie en de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid

B.M.J. van Klink

    Research output: ThesisDoctoral Thesis

    195 Downloads (Pure)

    Abstract

    Aan de meest uiteenlopende zaken, gebeurtenissen of personen kunnen zich symbolische betekenissen hechten: de Berlijnse Muur en de val ervan, het Australian-trainingspak van een gabber, Lady Di enzovoorts. Ook wetten en het hieraan voorafgaande totstandkomingsproces ervan worden soms symbolisch opgevat. Dit gebeurt met name, wanneer een wet niet (of niet onmiddellijk) effectief lijkt te zijn. Het vermoeden rijst dan dat de wet niet zozeer wordt uitgevaardigd om de voorgewende doelstellingen te realiseren, maar vooral om politieke doelen - zoals bezwering van een politieke crisis, compromisvorming of electoraal succes - te dienen. Het is echter ook mogelijk dat de wetgever geen directe effectiviteit nastreeft, maar in de wet een fundamentele waarde (bijvoorbeeld gelijkheid) vastlegt teneinde in de samenleving een proces van mentaliteitsverandering op gang te brengen. In beide gevallen wordt in de rechtstheoretische en -sociologische literatuur gesproken van ¿symboolwetgeving'. In deze studie wordt nader onderzocht wat het betekent dat wetten als symbolen fungeren. Om te beginnen wordt een karakterisering van symboolwetgeving (in de verschillende varianten) gegeven. Kwesties die hierbij worden aangekaart, zijn: Op grond waarvan kan een wet symbolisch worden genoemd? Hoe dient een symboolwet geïnterpreteerd te worden? En: welke maatschappelijke functies vervult symboolwetgeving? Vervolgens komt de vraag aan de orde of symboolwetgeving te verenigen is met centrale uitgangspunten van de rechtsstaat. Een wetgever die een symboolwet uitvaardigt, wordt vaak verweten het instrument van wetgeving op een oneigenlijke wijze te gebruiken, te veel macht over de dragen aan de uitvoerende organen en de rechter, en (mede daardoor) de rechtszekerheid in gevaar te brengen. Ten slotte wordt specifiek ingegaan op de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid. Algemeen wordt deze wet beschouwd als een ¿fopspeen' die de vrouwenbeweging tevreden moet stellen. Vanuit het ontwikkelde begrippenkader wordt onderzocht of deze opvatting houdbaar is. Bekeken wordt welke rol de WGB speelt in het publieke debat over gelijkheid, op welke wijze de wettelijke normstelling in de nationale en supranationale rechtspraak is uitgewerkt en welke bijdrage de Commissie gelijke behandeling levert aan de handhaving ervan. Heeft de wet wel zo weinig effect als wordt aangenomen?
    Original languageDutch
    QualificationDoctor of Philosophy
    Supervisors/Advisors
    • Witteveen, W.J., Promotor
    Award date26 Jun 1998
    Place of PublicationDeventer
    Publisher
    Publication statusPublished - 1998

    Cite this