De wet op het politieambt en de grondrechtelijke legaliteitseis. Is er sprake van veroudering, onvolledigheid of onnauwkeurigheid?

The Police Act and the the Legality Requirement. An inaccurate, incomplete act?

P.J.A. de Hert, Georges Pyl

Research output: Contribution to journalArticleProfessional

Abstract

We beperken onze analyse tot een bespreking van de verhouding tussen de wet en het legaliteitsbeginsel: staat alles wat er moet staan in de wet en dit op een wijze die acceptabel is voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)? We onderstrepen de beperktheid van elke discussie over legaliteit. Een ruime benadering van de grondrechten heeft tot gevolg gehad dat het niet volstaat na te gaan of er een wettelijke basis voor een bepaald optreden voorhanden is. Aan de uitoefening van bevoegdheden worden omwille van de grondrechten ook inhoudelijke eisen gesteld. Een wettelijke basis moet niet alleen goed en gedetailleerd zijn, maar moet ook aanleiding geven tot 'goed' politieoptreden in de praktijk. Een bepaald politieoptreden kan weliswaar conform zijn met de nationale wet, maar tegelijkertijd onrechtmatig omdat de wetgeving (of de toepassing ervan) strijdig is met beginselen als legaliteit, legitimiteit en proportionaliteit. In dit verband wordt verwezen naar een arrest van het Hof van beroep te Luik. Dit arrest vloeide voort uit een burgerlijke procedure, aangespannen door vier "anders globalisten" tegen de Belgische Staat. Hierbij werd, in het raam van een gerechtelijk onderzoek tegen deze vier mensen, de procureur des Konings verweten dat hij onterecht een proactieve recherche had laten uitvoeren, een gerechtelijk onderzoek had gevorderd en een hoger beroep had ingesteld tegen de buitenvervolging stelling. De onderzoeksrechter werd verweten een telefoontap te hebben bevolen zonder dat er ernstige aanwijzingen bestonden dat deze mensen betrokken waren bij enig misdrijf. Het Hof trad meerdere van deze middelen bij en weerhield een fout in hoofde van de onderzoeksrechter die de telefoontap had bevolen tijdens de gerechtelijke procedure, die niet proportioneel was, gezien op het ogenblik van het bevel geen enkele ernstige aanwijzing van enig misdrijf bestond. De procureur des Konings had eveneens foutief gehandeld door het vorderen van een gerechtelijk onderzoek nadat een voorafgaand proactief onderzoek geen enkele aanwijzing van enige strafbare gedraging aan het licht bracht.
Het arrest van het Luikse beroepshof geeft mooi aan hoe vandaag vanuit een grondrechtenperspectief naar politieoptreden wordt gekeken: zelfs met mooie wetgeving zoals de wet op het politieambt is het werk niet af. Elke beslissing op het terrein tot handelen of niet-handelen kan aanleiding geven tot een geschil en, om het scherp te stellen, leiden tot een juridische reactie. De legaliteitseis is bijgevolg niet de enige, maar vormt wel het startpunt voor de mensenrechtelijke reflectie over politieoptreden waarrond discussie is.
Original languageDutch
JournalVigiles
Volume20
Issue number5
Publication statusPublished - 2014

Keywords

  • policing legality

Cite this

@article{c10fd722106c4204b1441cae8f202706,
title = "De wet op het politieambt en de grondrechtelijke legaliteitseis. Is er sprake van veroudering, onvolledigheid of onnauwkeurigheid?: The Police Act and the the Legality Requirement. An inaccurate, incomplete act?",
abstract = "We beperken onze analyse tot een bespreking van de verhouding tussen de wet en het legaliteitsbeginsel: staat alles wat er moet staan in de wet en dit op een wijze die acceptabel is voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)? We onderstrepen de beperktheid van elke discussie over legaliteit. Een ruime benadering van de grondrechten heeft tot gevolg gehad dat het niet volstaat na te gaan of er een wettelijke basis voor een bepaald optreden voorhanden is. Aan de uitoefening van bevoegdheden worden omwille van de grondrechten ook inhoudelijke eisen gesteld. Een wettelijke basis moet niet alleen goed en gedetailleerd zijn, maar moet ook aanleiding geven tot 'goed' politieoptreden in de praktijk. Een bepaald politieoptreden kan weliswaar conform zijn met de nationale wet, maar tegelijkertijd onrechtmatig omdat de wetgeving (of de toepassing ervan) strijdig is met beginselen als legaliteit, legitimiteit en proportionaliteit. In dit verband wordt verwezen naar een arrest van het Hof van beroep te Luik. Dit arrest vloeide voort uit een burgerlijke procedure, aangespannen door vier {"}anders globalisten{"} tegen de Belgische Staat. Hierbij werd, in het raam van een gerechtelijk onderzoek tegen deze vier mensen, de procureur des Konings verweten dat hij onterecht een proactieve recherche had laten uitvoeren, een gerechtelijk onderzoek had gevorderd en een hoger beroep had ingesteld tegen de buitenvervolging stelling. De onderzoeksrechter werd verweten een telefoontap te hebben bevolen zonder dat er ernstige aanwijzingen bestonden dat deze mensen betrokken waren bij enig misdrijf. Het Hof trad meerdere van deze middelen bij en weerhield een fout in hoofde van de onderzoeksrechter die de telefoontap had bevolen tijdens de gerechtelijke procedure, die niet proportioneel was, gezien op het ogenblik van het bevel geen enkele ernstige aanwijzing van enig misdrijf bestond. De procureur des Konings had eveneens foutief gehandeld door het vorderen van een gerechtelijk onderzoek nadat een voorafgaand proactief onderzoek geen enkele aanwijzing van enige strafbare gedraging aan het licht bracht.Het arrest van het Luikse beroepshof geeft mooi aan hoe vandaag vanuit een grondrechtenperspectief naar politieoptreden wordt gekeken: zelfs met mooie wetgeving zoals de wet op het politieambt is het werk niet af. Elke beslissing op het terrein tot handelen of niet-handelen kan aanleiding geven tot een geschil en, om het scherp te stellen, leiden tot een juridische reactie. De legaliteitseis is bijgevolg niet de enige, maar vormt wel het startpunt voor de mensenrechtelijke reflectie over politieoptreden waarrond discussie is.",
keywords = "policing legality",
author = "{de Hert}, P.J.A. and Georges Pyl",
year = "2014",
language = "Dutch",
volume = "20",
journal = "Vigiles",
issn = "2030-2703",
number = "5",

}

TY - JOUR

T1 - De wet op het politieambt en de grondrechtelijke legaliteitseis. Is er sprake van veroudering, onvolledigheid of onnauwkeurigheid?

T2 - The Police Act and the the Legality Requirement. An inaccurate, incomplete act?

AU - de Hert, P.J.A.

AU - Pyl, Georges

PY - 2014

Y1 - 2014

N2 - We beperken onze analyse tot een bespreking van de verhouding tussen de wet en het legaliteitsbeginsel: staat alles wat er moet staan in de wet en dit op een wijze die acceptabel is voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)? We onderstrepen de beperktheid van elke discussie over legaliteit. Een ruime benadering van de grondrechten heeft tot gevolg gehad dat het niet volstaat na te gaan of er een wettelijke basis voor een bepaald optreden voorhanden is. Aan de uitoefening van bevoegdheden worden omwille van de grondrechten ook inhoudelijke eisen gesteld. Een wettelijke basis moet niet alleen goed en gedetailleerd zijn, maar moet ook aanleiding geven tot 'goed' politieoptreden in de praktijk. Een bepaald politieoptreden kan weliswaar conform zijn met de nationale wet, maar tegelijkertijd onrechtmatig omdat de wetgeving (of de toepassing ervan) strijdig is met beginselen als legaliteit, legitimiteit en proportionaliteit. In dit verband wordt verwezen naar een arrest van het Hof van beroep te Luik. Dit arrest vloeide voort uit een burgerlijke procedure, aangespannen door vier "anders globalisten" tegen de Belgische Staat. Hierbij werd, in het raam van een gerechtelijk onderzoek tegen deze vier mensen, de procureur des Konings verweten dat hij onterecht een proactieve recherche had laten uitvoeren, een gerechtelijk onderzoek had gevorderd en een hoger beroep had ingesteld tegen de buitenvervolging stelling. De onderzoeksrechter werd verweten een telefoontap te hebben bevolen zonder dat er ernstige aanwijzingen bestonden dat deze mensen betrokken waren bij enig misdrijf. Het Hof trad meerdere van deze middelen bij en weerhield een fout in hoofde van de onderzoeksrechter die de telefoontap had bevolen tijdens de gerechtelijke procedure, die niet proportioneel was, gezien op het ogenblik van het bevel geen enkele ernstige aanwijzing van enig misdrijf bestond. De procureur des Konings had eveneens foutief gehandeld door het vorderen van een gerechtelijk onderzoek nadat een voorafgaand proactief onderzoek geen enkele aanwijzing van enige strafbare gedraging aan het licht bracht.Het arrest van het Luikse beroepshof geeft mooi aan hoe vandaag vanuit een grondrechtenperspectief naar politieoptreden wordt gekeken: zelfs met mooie wetgeving zoals de wet op het politieambt is het werk niet af. Elke beslissing op het terrein tot handelen of niet-handelen kan aanleiding geven tot een geschil en, om het scherp te stellen, leiden tot een juridische reactie. De legaliteitseis is bijgevolg niet de enige, maar vormt wel het startpunt voor de mensenrechtelijke reflectie over politieoptreden waarrond discussie is.

AB - We beperken onze analyse tot een bespreking van de verhouding tussen de wet en het legaliteitsbeginsel: staat alles wat er moet staan in de wet en dit op een wijze die acceptabel is voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)? We onderstrepen de beperktheid van elke discussie over legaliteit. Een ruime benadering van de grondrechten heeft tot gevolg gehad dat het niet volstaat na te gaan of er een wettelijke basis voor een bepaald optreden voorhanden is. Aan de uitoefening van bevoegdheden worden omwille van de grondrechten ook inhoudelijke eisen gesteld. Een wettelijke basis moet niet alleen goed en gedetailleerd zijn, maar moet ook aanleiding geven tot 'goed' politieoptreden in de praktijk. Een bepaald politieoptreden kan weliswaar conform zijn met de nationale wet, maar tegelijkertijd onrechtmatig omdat de wetgeving (of de toepassing ervan) strijdig is met beginselen als legaliteit, legitimiteit en proportionaliteit. In dit verband wordt verwezen naar een arrest van het Hof van beroep te Luik. Dit arrest vloeide voort uit een burgerlijke procedure, aangespannen door vier "anders globalisten" tegen de Belgische Staat. Hierbij werd, in het raam van een gerechtelijk onderzoek tegen deze vier mensen, de procureur des Konings verweten dat hij onterecht een proactieve recherche had laten uitvoeren, een gerechtelijk onderzoek had gevorderd en een hoger beroep had ingesteld tegen de buitenvervolging stelling. De onderzoeksrechter werd verweten een telefoontap te hebben bevolen zonder dat er ernstige aanwijzingen bestonden dat deze mensen betrokken waren bij enig misdrijf. Het Hof trad meerdere van deze middelen bij en weerhield een fout in hoofde van de onderzoeksrechter die de telefoontap had bevolen tijdens de gerechtelijke procedure, die niet proportioneel was, gezien op het ogenblik van het bevel geen enkele ernstige aanwijzing van enig misdrijf bestond. De procureur des Konings had eveneens foutief gehandeld door het vorderen van een gerechtelijk onderzoek nadat een voorafgaand proactief onderzoek geen enkele aanwijzing van enige strafbare gedraging aan het licht bracht.Het arrest van het Luikse beroepshof geeft mooi aan hoe vandaag vanuit een grondrechtenperspectief naar politieoptreden wordt gekeken: zelfs met mooie wetgeving zoals de wet op het politieambt is het werk niet af. Elke beslissing op het terrein tot handelen of niet-handelen kan aanleiding geven tot een geschil en, om het scherp te stellen, leiden tot een juridische reactie. De legaliteitseis is bijgevolg niet de enige, maar vormt wel het startpunt voor de mensenrechtelijke reflectie over politieoptreden waarrond discussie is.

KW - policing legality

M3 - Article

VL - 20

JO - Vigiles

JF - Vigiles

SN - 2030-2703

IS - 5

ER -