Des Pudels Kern? Rechtsbeginselen als fundamentele rechtsbron

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingConference contributionProfessional

Abstract

Algemene rechtsbeginselen kunnen als fundamentele rechtsbron worden gekwalificeerd. Rechtsvorming is regelvorming. Consistente rechtsvorming is slechts mogelijk indien de beslissing in een concreet geval generaliseerbaar is, dus op een regel steunt. Regels zelf zijn het resultaat van een afweging van rechtsbeginselen. Deze afweging impliceert een materiële argumentatie. Omdat het gaat om de grondslagen van bestaande en nieuwe regels is dit een fundamentelere argumentatie dan in geval van louter regeltoepassing. Rechtsbeginselen vormen op deze wijze tevens een maatstaf voor de kwaliteit van recht en rechtsvorming en verzekeren de legitimiteit daarvan. Rechtsbeginselen als normatieve kern van het recht die de brug vormen van het recht naar de gedeelde waarden en normen in de samenleving. Dit is des Pudels Kern. Maar zijn rechtsbeginselen niet veel te vaag - en dus manipuleerbaar door de rechtsvormer? Zijn zij toch niet een moderne versie van Mephistopheles? Neen, beginselen lenen zich slecht voor manipulatie, omdat zij ontspringen aan en deel zijn van de rechtsorde; zij zijn terug te vinden in het positieve recht. Rechtsbeginselen vormen een bovenindividueel objectief kader. Zij bieden argumenten - met een bepaald gewicht - voor een beslissing in een bepaalde richting. Het zijn richtingaanwijzers in het juridische discours. De individuele rechtsvormer kan deze richtingaanwijzers niet naar believen gebruiken. Rechtsvormers worden bij de interpretatie van beginselen `gedisciplineerd' door de eisen van consistentie en juridische integriteit. Een rechtsvormer is actor - met een zekere handelingsvrijheid - én medium. Deze eis van juridische integriteit houdt in dat één coherent stel beginselen als de basis van rechtsvorming moet worden beschouwd. Legitiem recht wordt dus niet ad libitum gevormd.
Original languageDutch
Title of host publicationMet recht en reden, Bijdragen aan het Derde Symposium Juridische Argumentatie 18 juni 1999 te Rotterdam
EditorsE.T. Feteris, H. Kloosterhuis, H.J. Plug, J.A. Pontier
Place of PublicationNijmegen
PublisherArs Aequi
Pages197-204
Number of pages8
ISBN (Print)9069163411
Publication statusPublished - 2000

Cite this

Gribnau, J. L. M. (2000). Des Pudels Kern? Rechtsbeginselen als fundamentele rechtsbron. In E. T. Feteris, H. Kloosterhuis, H. J. Plug, & J. A. Pontier (Eds.), Met recht en reden, Bijdragen aan het Derde Symposium Juridische Argumentatie 18 juni 1999 te Rotterdam (pp. 197-204). Nijmegen: Ars Aequi.
Gribnau, J.L.M. / Des Pudels Kern? Rechtsbeginselen als fundamentele rechtsbron. Met recht en reden, Bijdragen aan het Derde Symposium Juridische Argumentatie 18 juni 1999 te Rotterdam. editor / E.T. Feteris ; H. Kloosterhuis ; H.J. Plug ; J.A. Pontier. Nijmegen : Ars Aequi, 2000. pp. 197-204
@inproceedings{cc08e7fc33ab428b8f28145072fb4ec8,
title = "Des Pudels Kern? Rechtsbeginselen als fundamentele rechtsbron",
abstract = "Algemene rechtsbeginselen kunnen als fundamentele rechtsbron worden gekwalificeerd. Rechtsvorming is regelvorming. Consistente rechtsvorming is slechts mogelijk indien de beslissing in een concreet geval generaliseerbaar is, dus op een regel steunt. Regels zelf zijn het resultaat van een afweging van rechtsbeginselen. Deze afweging impliceert een materi{\"e}le argumentatie. Omdat het gaat om de grondslagen van bestaande en nieuwe regels is dit een fundamentelere argumentatie dan in geval van louter regeltoepassing. Rechtsbeginselen vormen op deze wijze tevens een maatstaf voor de kwaliteit van recht en rechtsvorming en verzekeren de legitimiteit daarvan. Rechtsbeginselen als normatieve kern van het recht die de brug vormen van het recht naar de gedeelde waarden en normen in de samenleving. Dit is des Pudels Kern. Maar zijn rechtsbeginselen niet veel te vaag - en dus manipuleerbaar door de rechtsvormer? Zijn zij toch niet een moderne versie van Mephistopheles? Neen, beginselen lenen zich slecht voor manipulatie, omdat zij ontspringen aan en deel zijn van de rechtsorde; zij zijn terug te vinden in het positieve recht. Rechtsbeginselen vormen een bovenindividueel objectief kader. Zij bieden argumenten - met een bepaald gewicht - voor een beslissing in een bepaalde richting. Het zijn richtingaanwijzers in het juridische discours. De individuele rechtsvormer kan deze richtingaanwijzers niet naar believen gebruiken. Rechtsvormers worden bij de interpretatie van beginselen `gedisciplineerd' door de eisen van consistentie en juridische integriteit. Een rechtsvormer is actor - met een zekere handelingsvrijheid - {\'e}n medium. Deze eis van juridische integriteit houdt in dat {\'e}{\'e}n coherent stel beginselen als de basis van rechtsvorming moet worden beschouwd. Legitiem recht wordt dus niet ad libitum gevormd.",
author = "J.L.M. Gribnau",
note = "Pagination: 8",
year = "2000",
language = "Dutch",
isbn = "9069163411",
pages = "197--204",
editor = "E.T. Feteris and H. Kloosterhuis and H.J. Plug and J.A. Pontier",
booktitle = "Met recht en reden, Bijdragen aan het Derde Symposium Juridische Argumentatie 18 juni 1999 te Rotterdam",
publisher = "Ars Aequi",

}

Gribnau, JLM 2000, Des Pudels Kern? Rechtsbeginselen als fundamentele rechtsbron. in ET Feteris, H Kloosterhuis, HJ Plug & JA Pontier (eds), Met recht en reden, Bijdragen aan het Derde Symposium Juridische Argumentatie 18 juni 1999 te Rotterdam. Ars Aequi, Nijmegen, pp. 197-204.

Des Pudels Kern? Rechtsbeginselen als fundamentele rechtsbron. / Gribnau, J.L.M.

Met recht en reden, Bijdragen aan het Derde Symposium Juridische Argumentatie 18 juni 1999 te Rotterdam. ed. / E.T. Feteris; H. Kloosterhuis; H.J. Plug; J.A. Pontier. Nijmegen : Ars Aequi, 2000. p. 197-204.

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingConference contributionProfessional

TY - GEN

T1 - Des Pudels Kern? Rechtsbeginselen als fundamentele rechtsbron

AU - Gribnau, J.L.M.

N1 - Pagination: 8

PY - 2000

Y1 - 2000

N2 - Algemene rechtsbeginselen kunnen als fundamentele rechtsbron worden gekwalificeerd. Rechtsvorming is regelvorming. Consistente rechtsvorming is slechts mogelijk indien de beslissing in een concreet geval generaliseerbaar is, dus op een regel steunt. Regels zelf zijn het resultaat van een afweging van rechtsbeginselen. Deze afweging impliceert een materiële argumentatie. Omdat het gaat om de grondslagen van bestaande en nieuwe regels is dit een fundamentelere argumentatie dan in geval van louter regeltoepassing. Rechtsbeginselen vormen op deze wijze tevens een maatstaf voor de kwaliteit van recht en rechtsvorming en verzekeren de legitimiteit daarvan. Rechtsbeginselen als normatieve kern van het recht die de brug vormen van het recht naar de gedeelde waarden en normen in de samenleving. Dit is des Pudels Kern. Maar zijn rechtsbeginselen niet veel te vaag - en dus manipuleerbaar door de rechtsvormer? Zijn zij toch niet een moderne versie van Mephistopheles? Neen, beginselen lenen zich slecht voor manipulatie, omdat zij ontspringen aan en deel zijn van de rechtsorde; zij zijn terug te vinden in het positieve recht. Rechtsbeginselen vormen een bovenindividueel objectief kader. Zij bieden argumenten - met een bepaald gewicht - voor een beslissing in een bepaalde richting. Het zijn richtingaanwijzers in het juridische discours. De individuele rechtsvormer kan deze richtingaanwijzers niet naar believen gebruiken. Rechtsvormers worden bij de interpretatie van beginselen `gedisciplineerd' door de eisen van consistentie en juridische integriteit. Een rechtsvormer is actor - met een zekere handelingsvrijheid - én medium. Deze eis van juridische integriteit houdt in dat één coherent stel beginselen als de basis van rechtsvorming moet worden beschouwd. Legitiem recht wordt dus niet ad libitum gevormd.

AB - Algemene rechtsbeginselen kunnen als fundamentele rechtsbron worden gekwalificeerd. Rechtsvorming is regelvorming. Consistente rechtsvorming is slechts mogelijk indien de beslissing in een concreet geval generaliseerbaar is, dus op een regel steunt. Regels zelf zijn het resultaat van een afweging van rechtsbeginselen. Deze afweging impliceert een materiële argumentatie. Omdat het gaat om de grondslagen van bestaande en nieuwe regels is dit een fundamentelere argumentatie dan in geval van louter regeltoepassing. Rechtsbeginselen vormen op deze wijze tevens een maatstaf voor de kwaliteit van recht en rechtsvorming en verzekeren de legitimiteit daarvan. Rechtsbeginselen als normatieve kern van het recht die de brug vormen van het recht naar de gedeelde waarden en normen in de samenleving. Dit is des Pudels Kern. Maar zijn rechtsbeginselen niet veel te vaag - en dus manipuleerbaar door de rechtsvormer? Zijn zij toch niet een moderne versie van Mephistopheles? Neen, beginselen lenen zich slecht voor manipulatie, omdat zij ontspringen aan en deel zijn van de rechtsorde; zij zijn terug te vinden in het positieve recht. Rechtsbeginselen vormen een bovenindividueel objectief kader. Zij bieden argumenten - met een bepaald gewicht - voor een beslissing in een bepaalde richting. Het zijn richtingaanwijzers in het juridische discours. De individuele rechtsvormer kan deze richtingaanwijzers niet naar believen gebruiken. Rechtsvormers worden bij de interpretatie van beginselen `gedisciplineerd' door de eisen van consistentie en juridische integriteit. Een rechtsvormer is actor - met een zekere handelingsvrijheid - én medium. Deze eis van juridische integriteit houdt in dat één coherent stel beginselen als de basis van rechtsvorming moet worden beschouwd. Legitiem recht wordt dus niet ad libitum gevormd.

M3 - Conference contribution

SN - 9069163411

SP - 197

EP - 204

BT - Met recht en reden, Bijdragen aan het Derde Symposium Juridische Argumentatie 18 juni 1999 te Rotterdam

A2 - Feteris, E.T.

A2 - Kloosterhuis, H.

A2 - Plug, H.J.

A2 - Pontier, J.A.

PB - Ars Aequi

CY - Nijmegen

ER -

Gribnau JLM. Des Pudels Kern? Rechtsbeginselen als fundamentele rechtsbron. In Feteris ET, Kloosterhuis H, Plug HJ, Pontier JA, editors, Met recht en reden, Bijdragen aan het Derde Symposium Juridische Argumentatie 18 juni 1999 te Rotterdam. Nijmegen: Ars Aequi. 2000. p. 197-204