Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling

Translated title of the contribution: Differentiation in Regional Governance and its Relationship with Economic Growth and Development

Martijn Groenleer, Erik Stam, Pieter Tordoir, Michael Verba, Christiaan Broekman, R. Ponds

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deed een consortium van de Universiteit van Tilburg en Universiteit Utrecht onderzoek naar de relatie tussen differentiatie in de inrichting en werkwijze van het openbaar bestuur en de groei en ontwikkeling van de (regionale) economie. Aanleiding voor het onderzoek was toetsing van de stelling van de Studiegroep Openbaar Bestuur dat differentiatie in (regionale) governance resulteert in economische groei en ontwikkeling. Dit zou pleiten voor het meer maken van verschil tussen regio’s. Het ontrafelen van de relatie tussen differentiatie (of eigenlijk pluriformiteit) en groei is complex, er is nog maar weinig empirisch onderzoek naar gedaan en er zijn diverse interveniërende factoren die het moeilijk maken om tot kwantificering te komen. Ook is er in Nederland betrekkelijk weinig sprake van differentiatie. Om toch tot uitspraken te kunnen komen hebben de onderzoekers, naast de uitvoering van een literatuurstudie, een quasi-experimentele, een modelmatige en een exploratieve aanpak gekozen. Er zijn drie casusstudies opgezet: over regionaal ondernemerschapsbeleid, regionaal arbeidsmarktbeleid en (nieuwe) regionale governance arrangementen. De studie geeft weer dat de relatie tussen differentiatie en groei niet empirisch bewezen kan worden. Dat wil niet zeggen dat de relatie er niet zou kunnen zijn en ook niet dat er geen relatie is tussen differentiatie en andere maatschappelijke waarden dan economische groei. Meer onderzoek en vooral experimenteren met een gedifferentieerde respons op opgaven is nodig om tot verdere inzichten te komen, temeer er in Nederland dus nog betrekkelijk weinig sprak is van een gedifferentieerde respons op opgaven. De onderzoekers bevelen aan om het experimenteren te verbinden met een goede monitoring van effecten. In een pluriformiteitsprogramma zou lokale en regionale partijen de ruimte geboden kunnen worden om binnen brede kaders zelf te bepalen hoe doelen te realiseren. Door middel van monitoring kan er op tijd worden bijgestuurd waar dat nodig is en geleerd worden van de effecten, ook om tot eventuele bredere toepassing over te gaan.
Original languageDutch
Place of PublicationAmsterdam / Tilburg / Utrecht
PublisherMinisterie van Binnenlandse Zaken
Commissioning bodyMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Number of pages161
Publication statusPublished - 22 May 2018

Publication series

NameOnderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Publisher Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Fingerprint

growth and development
economic growth
economic development
maar
monitoring

Cite this

Groenleer, M., Stam, E., Tordoir, P., Verba, M., Broekman, C., & Ponds, R. (2018). Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling. (Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Amsterdam / Tilburg / Utrecht: Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Groenleer, Martijn ; Stam, Erik ; Tordoir, Pieter ; Verba, Michael ; Broekman, Christiaan ; Ponds, R. / Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling. Amsterdam / Tilburg / Utrecht : Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2018. 161 p. (Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties).
@book{7acd0b163de5404499eb8ed178ed6209,
title = "Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling",
abstract = "In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deed een consortium van de Universiteit van Tilburg en Universiteit Utrecht onderzoek naar de relatie tussen differentiatie in de inrichting en werkwijze van het openbaar bestuur en de groei en ontwikkeling van de (regionale) economie. Aanleiding voor het onderzoek was toetsing van de stelling van de Studiegroep Openbaar Bestuur dat differentiatie in (regionale) governance resulteert in economische groei en ontwikkeling. Dit zou pleiten voor het meer maken van verschil tussen regio’s. Het ontrafelen van de relatie tussen differentiatie (of eigenlijk pluriformiteit) en groei is complex, er is nog maar weinig empirisch onderzoek naar gedaan en er zijn diverse interveni{\"e}rende factoren die het moeilijk maken om tot kwantificering te komen. Ook is er in Nederland betrekkelijk weinig sprake van differentiatie. Om toch tot uitspraken te kunnen komen hebben de onderzoekers, naast de uitvoering van een literatuurstudie, een quasi-experimentele, een modelmatige en een exploratieve aanpak gekozen. Er zijn drie casusstudies opgezet: over regionaal ondernemerschapsbeleid, regionaal arbeidsmarktbeleid en (nieuwe) regionale governance arrangementen. De studie geeft weer dat de relatie tussen differentiatie en groei niet empirisch bewezen kan worden. Dat wil niet zeggen dat de relatie er niet zou kunnen zijn en ook niet dat er geen relatie is tussen differentiatie en andere maatschappelijke waarden dan economische groei. Meer onderzoek en vooral experimenteren met een gedifferentieerde respons op opgaven is nodig om tot verdere inzichten te komen, temeer er in Nederland dus nog betrekkelijk weinig sprak is van een gedifferentieerde respons op opgaven. De onderzoekers bevelen aan om het experimenteren te verbinden met een goede monitoring van effecten. In een pluriformiteitsprogramma zou lokale en regionale partijen de ruimte geboden kunnen worden om binnen brede kaders zelf te bepalen hoe doelen te realiseren. Door middel van monitoring kan er op tijd worden bijgestuurd waar dat nodig is en geleerd worden van de effecten, ook om tot eventuele bredere toepassing over te gaan.",
author = "Martijn Groenleer and Erik Stam and Pieter Tordoir and Michael Verba and Christiaan Broekman and R. Ponds",
year = "2018",
month = "5",
day = "22",
language = "Dutch",
series = "Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties",
publisher = "Ministerie van Binnenlandse Zaken",

}

Groenleer, M, Stam, E, Tordoir, P, Verba, M, Broekman, C & Ponds, R 2018, Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling. Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van Binnenlandse Zaken, Amsterdam / Tilburg / Utrecht.

Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling. / Groenleer, Martijn; Stam, Erik; Tordoir, Pieter; Verba, Michael; Broekman, Christiaan; Ponds, R.

Amsterdam / Tilburg / Utrecht : Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2018. 161 p. (Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties).

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling

AU - Groenleer, Martijn

AU - Stam, Erik

AU - Tordoir, Pieter

AU - Verba, Michael

AU - Broekman, Christiaan

AU - Ponds, R.

PY - 2018/5/22

Y1 - 2018/5/22

N2 - In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deed een consortium van de Universiteit van Tilburg en Universiteit Utrecht onderzoek naar de relatie tussen differentiatie in de inrichting en werkwijze van het openbaar bestuur en de groei en ontwikkeling van de (regionale) economie. Aanleiding voor het onderzoek was toetsing van de stelling van de Studiegroep Openbaar Bestuur dat differentiatie in (regionale) governance resulteert in economische groei en ontwikkeling. Dit zou pleiten voor het meer maken van verschil tussen regio’s. Het ontrafelen van de relatie tussen differentiatie (of eigenlijk pluriformiteit) en groei is complex, er is nog maar weinig empirisch onderzoek naar gedaan en er zijn diverse interveniërende factoren die het moeilijk maken om tot kwantificering te komen. Ook is er in Nederland betrekkelijk weinig sprake van differentiatie. Om toch tot uitspraken te kunnen komen hebben de onderzoekers, naast de uitvoering van een literatuurstudie, een quasi-experimentele, een modelmatige en een exploratieve aanpak gekozen. Er zijn drie casusstudies opgezet: over regionaal ondernemerschapsbeleid, regionaal arbeidsmarktbeleid en (nieuwe) regionale governance arrangementen. De studie geeft weer dat de relatie tussen differentiatie en groei niet empirisch bewezen kan worden. Dat wil niet zeggen dat de relatie er niet zou kunnen zijn en ook niet dat er geen relatie is tussen differentiatie en andere maatschappelijke waarden dan economische groei. Meer onderzoek en vooral experimenteren met een gedifferentieerde respons op opgaven is nodig om tot verdere inzichten te komen, temeer er in Nederland dus nog betrekkelijk weinig sprak is van een gedifferentieerde respons op opgaven. De onderzoekers bevelen aan om het experimenteren te verbinden met een goede monitoring van effecten. In een pluriformiteitsprogramma zou lokale en regionale partijen de ruimte geboden kunnen worden om binnen brede kaders zelf te bepalen hoe doelen te realiseren. Door middel van monitoring kan er op tijd worden bijgestuurd waar dat nodig is en geleerd worden van de effecten, ook om tot eventuele bredere toepassing over te gaan.

AB - In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deed een consortium van de Universiteit van Tilburg en Universiteit Utrecht onderzoek naar de relatie tussen differentiatie in de inrichting en werkwijze van het openbaar bestuur en de groei en ontwikkeling van de (regionale) economie. Aanleiding voor het onderzoek was toetsing van de stelling van de Studiegroep Openbaar Bestuur dat differentiatie in (regionale) governance resulteert in economische groei en ontwikkeling. Dit zou pleiten voor het meer maken van verschil tussen regio’s. Het ontrafelen van de relatie tussen differentiatie (of eigenlijk pluriformiteit) en groei is complex, er is nog maar weinig empirisch onderzoek naar gedaan en er zijn diverse interveniërende factoren die het moeilijk maken om tot kwantificering te komen. Ook is er in Nederland betrekkelijk weinig sprake van differentiatie. Om toch tot uitspraken te kunnen komen hebben de onderzoekers, naast de uitvoering van een literatuurstudie, een quasi-experimentele, een modelmatige en een exploratieve aanpak gekozen. Er zijn drie casusstudies opgezet: over regionaal ondernemerschapsbeleid, regionaal arbeidsmarktbeleid en (nieuwe) regionale governance arrangementen. De studie geeft weer dat de relatie tussen differentiatie en groei niet empirisch bewezen kan worden. Dat wil niet zeggen dat de relatie er niet zou kunnen zijn en ook niet dat er geen relatie is tussen differentiatie en andere maatschappelijke waarden dan economische groei. Meer onderzoek en vooral experimenteren met een gedifferentieerde respons op opgaven is nodig om tot verdere inzichten te komen, temeer er in Nederland dus nog betrekkelijk weinig sprak is van een gedifferentieerde respons op opgaven. De onderzoekers bevelen aan om het experimenteren te verbinden met een goede monitoring van effecten. In een pluriformiteitsprogramma zou lokale en regionale partijen de ruimte geboden kunnen worden om binnen brede kaders zelf te bepalen hoe doelen te realiseren. Door middel van monitoring kan er op tijd worden bijgestuurd waar dat nodig is en geleerd worden van de effecten, ook om tot eventuele bredere toepassing over te gaan.

M3 - Report

T3 - Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

BT - Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling

PB - Ministerie van Binnenlandse Zaken

CY - Amsterdam / Tilburg / Utrecht

ER -

Groenleer M, Stam E, Tordoir P, Verba M, Broekman C, Ponds R. Differentiatie in Regionale Governance en de Relatie met Economische Groei en Ontwikkeling. Amsterdam / Tilburg / Utrecht: Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2018. 161 p. (Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties).