Duurzaam ondernemen

naar een nieuwe generatie milieuwetgeving

Research output: Contribution to journalArticleScientific

Abstract

Hoewel deze bijdrage over de rol van regelgeving gaat moet niet de indruk bestaan dat met behulp van regelgeving grote gedragsveranderingen bereikt kunnen worden. Anderzijds mag het in elk geval niet zo zijn dat wetgeving duurzaam ondernemen belemmert. Het wegnemen van belemmeringen is dus eerste prioriteit. De wetgever wil echter vaak ook milieugedrag bijsturen. Inmiddels is wel duidelijk dat dat niet zo eenvoudig is. De wetgever is beter in het vastleggen van een bepaalde praktijk (codificeren) dan in het bijsturen van bestaand gedrag (modificeren). Als zij dat laatste wil doen, dan is de meeste kans op succes aanwezig als de wetgever een communicatieve, onderhandelende benadering kiest en probeert zoveel mogelijk aansluit bij en ruimte geeft aan eigen initiatieven in het bedrijfsleven. Daartoe moet een twee sporen-beleid ontwikkeld worden: koplopers moeten meer ruimte krijgen voor eigen initiatief op het gebied van duurzaam ondernemen en zodoende beloond worden voor hun prestaties, achterblijvers moeten met strikte normen en afdoende toezicht en handhaving worden benaderd. Regelgeving voor koplopers moet dus ruimte laten voor invulling aan de hand van het aspiratieniveau van het individuele bedrijf. Dat betekent overigens niet dat er niet óók concrete emissienormen gesteld moeten worden. Detailregelgeving over de wijze waarop normen gehaald moeten worden dienen echter, althans voor de koplopers, te verdwijnen. In plaats daarvan kan voor deze groep meer gewerkt worden met sociale, privaatrechtelijke en marktconforme instrumenten. De wetgever biedt dan vooral een kader waarbinnen deze instrumenten het beste tot hun recht komen, zoals een regeling om free rider-gedrag tegen te gaan en neemt wettelijke belemmeringen, die in de weg staan aan het maken van privaatrechtelijke afspraken, weg, of stelt regels met betrekking tot de openbaarheid die in zo'n proces zouden moeten worden gehanteerd. Wij realiseren ons dat voor veel van deze, en andere in het eindrapport gedane, aanbevelingen flinke wetswijzigingen nodig zijn. Dat hoeft ook allemaal niet van vandaag op morgen. Duurzaam ondernemen zoals door ons gedefinieerd is iets van lange adem. Een lange termijn-visie ontbreekt echter tot dusverre bij de wetgever; de milieuwetgeving is vaak snel achterhaald en wordt slechts bij de tijd gehouden door het dichten van gaten. Het wordt tijd om na te denken over een nieuwe generatie milieuwetgeving; milieuwetgeving die gebaseerd is op communicatie en op aspiratie.
Original languageDutch
Pages (from-to)1949-1955
Number of pages7
JournalNederlands Juristenblad
Volume75
Issue number40
Publication statusPublished - 2000

Cite this

@article{d476f04adb1c4f69aee0d0e9e99bf777,
title = "Duurzaam ondernemen: naar een nieuwe generatie milieuwetgeving",
abstract = "Hoewel deze bijdrage over de rol van regelgeving gaat moet niet de indruk bestaan dat met behulp van regelgeving grote gedragsveranderingen bereikt kunnen worden. Anderzijds mag het in elk geval niet zo zijn dat wetgeving duurzaam ondernemen belemmert. Het wegnemen van belemmeringen is dus eerste prioriteit. De wetgever wil echter vaak ook milieugedrag bijsturen. Inmiddels is wel duidelijk dat dat niet zo eenvoudig is. De wetgever is beter in het vastleggen van een bepaalde praktijk (codificeren) dan in het bijsturen van bestaand gedrag (modificeren). Als zij dat laatste wil doen, dan is de meeste kans op succes aanwezig als de wetgever een communicatieve, onderhandelende benadering kiest en probeert zoveel mogelijk aansluit bij en ruimte geeft aan eigen initiatieven in het bedrijfsleven. Daartoe moet een twee sporen-beleid ontwikkeld worden: koplopers moeten meer ruimte krijgen voor eigen initiatief op het gebied van duurzaam ondernemen en zodoende beloond worden voor hun prestaties, achterblijvers moeten met strikte normen en afdoende toezicht en handhaving worden benaderd. Regelgeving voor koplopers moet dus ruimte laten voor invulling aan de hand van het aspiratieniveau van het individuele bedrijf. Dat betekent overigens niet dat er niet {\'o}{\'o}k concrete emissienormen gesteld moeten worden. Detailregelgeving over de wijze waarop normen gehaald moeten worden dienen echter, althans voor de koplopers, te verdwijnen. In plaats daarvan kan voor deze groep meer gewerkt worden met sociale, privaatrechtelijke en marktconforme instrumenten. De wetgever biedt dan vooral een kader waarbinnen deze instrumenten het beste tot hun recht komen, zoals een regeling om free rider-gedrag tegen te gaan en neemt wettelijke belemmeringen, die in de weg staan aan het maken van privaatrechtelijke afspraken, weg, of stelt regels met betrekking tot de openbaarheid die in zo'n proces zouden moeten worden gehanteerd. Wij realiseren ons dat voor veel van deze, en andere in het eindrapport gedane, aanbevelingen flinke wetswijzigingen nodig zijn. Dat hoeft ook allemaal niet van vandaag op morgen. Duurzaam ondernemen zoals door ons gedefinieerd is iets van lange adem. Een lange termijn-visie ontbreekt echter tot dusverre bij de wetgever; de milieuwetgeving is vaak snel achterhaald en wordt slechts bij de tijd gehouden door het dichten van gaten. Het wordt tijd om na te denken over een nieuwe generatie milieuwetgeving; milieuwetgeving die gebaseerd is op communicatie en op aspiratie.",
author = "{van Gestel}, R.A.J. and J.M. Verschuuren",
note = "Pagination: 7",
year = "2000",
language = "Dutch",
volume = "75",
pages = "1949--1955",
journal = "Nederlands Juristenblad",
issn = "0165-0483",
publisher = "Wolters Kluwer",
number = "40",

}

Duurzaam ondernemen : naar een nieuwe generatie milieuwetgeving. / van Gestel, R.A.J.; Verschuuren, J.M.

In: Nederlands Juristenblad, Vol. 75, No. 40, 2000, p. 1949-1955.

Research output: Contribution to journalArticleScientific

TY - JOUR

T1 - Duurzaam ondernemen

T2 - naar een nieuwe generatie milieuwetgeving

AU - van Gestel, R.A.J.

AU - Verschuuren, J.M.

N1 - Pagination: 7

PY - 2000

Y1 - 2000

N2 - Hoewel deze bijdrage over de rol van regelgeving gaat moet niet de indruk bestaan dat met behulp van regelgeving grote gedragsveranderingen bereikt kunnen worden. Anderzijds mag het in elk geval niet zo zijn dat wetgeving duurzaam ondernemen belemmert. Het wegnemen van belemmeringen is dus eerste prioriteit. De wetgever wil echter vaak ook milieugedrag bijsturen. Inmiddels is wel duidelijk dat dat niet zo eenvoudig is. De wetgever is beter in het vastleggen van een bepaalde praktijk (codificeren) dan in het bijsturen van bestaand gedrag (modificeren). Als zij dat laatste wil doen, dan is de meeste kans op succes aanwezig als de wetgever een communicatieve, onderhandelende benadering kiest en probeert zoveel mogelijk aansluit bij en ruimte geeft aan eigen initiatieven in het bedrijfsleven. Daartoe moet een twee sporen-beleid ontwikkeld worden: koplopers moeten meer ruimte krijgen voor eigen initiatief op het gebied van duurzaam ondernemen en zodoende beloond worden voor hun prestaties, achterblijvers moeten met strikte normen en afdoende toezicht en handhaving worden benaderd. Regelgeving voor koplopers moet dus ruimte laten voor invulling aan de hand van het aspiratieniveau van het individuele bedrijf. Dat betekent overigens niet dat er niet óók concrete emissienormen gesteld moeten worden. Detailregelgeving over de wijze waarop normen gehaald moeten worden dienen echter, althans voor de koplopers, te verdwijnen. In plaats daarvan kan voor deze groep meer gewerkt worden met sociale, privaatrechtelijke en marktconforme instrumenten. De wetgever biedt dan vooral een kader waarbinnen deze instrumenten het beste tot hun recht komen, zoals een regeling om free rider-gedrag tegen te gaan en neemt wettelijke belemmeringen, die in de weg staan aan het maken van privaatrechtelijke afspraken, weg, of stelt regels met betrekking tot de openbaarheid die in zo'n proces zouden moeten worden gehanteerd. Wij realiseren ons dat voor veel van deze, en andere in het eindrapport gedane, aanbevelingen flinke wetswijzigingen nodig zijn. Dat hoeft ook allemaal niet van vandaag op morgen. Duurzaam ondernemen zoals door ons gedefinieerd is iets van lange adem. Een lange termijn-visie ontbreekt echter tot dusverre bij de wetgever; de milieuwetgeving is vaak snel achterhaald en wordt slechts bij de tijd gehouden door het dichten van gaten. Het wordt tijd om na te denken over een nieuwe generatie milieuwetgeving; milieuwetgeving die gebaseerd is op communicatie en op aspiratie.

AB - Hoewel deze bijdrage over de rol van regelgeving gaat moet niet de indruk bestaan dat met behulp van regelgeving grote gedragsveranderingen bereikt kunnen worden. Anderzijds mag het in elk geval niet zo zijn dat wetgeving duurzaam ondernemen belemmert. Het wegnemen van belemmeringen is dus eerste prioriteit. De wetgever wil echter vaak ook milieugedrag bijsturen. Inmiddels is wel duidelijk dat dat niet zo eenvoudig is. De wetgever is beter in het vastleggen van een bepaalde praktijk (codificeren) dan in het bijsturen van bestaand gedrag (modificeren). Als zij dat laatste wil doen, dan is de meeste kans op succes aanwezig als de wetgever een communicatieve, onderhandelende benadering kiest en probeert zoveel mogelijk aansluit bij en ruimte geeft aan eigen initiatieven in het bedrijfsleven. Daartoe moet een twee sporen-beleid ontwikkeld worden: koplopers moeten meer ruimte krijgen voor eigen initiatief op het gebied van duurzaam ondernemen en zodoende beloond worden voor hun prestaties, achterblijvers moeten met strikte normen en afdoende toezicht en handhaving worden benaderd. Regelgeving voor koplopers moet dus ruimte laten voor invulling aan de hand van het aspiratieniveau van het individuele bedrijf. Dat betekent overigens niet dat er niet óók concrete emissienormen gesteld moeten worden. Detailregelgeving over de wijze waarop normen gehaald moeten worden dienen echter, althans voor de koplopers, te verdwijnen. In plaats daarvan kan voor deze groep meer gewerkt worden met sociale, privaatrechtelijke en marktconforme instrumenten. De wetgever biedt dan vooral een kader waarbinnen deze instrumenten het beste tot hun recht komen, zoals een regeling om free rider-gedrag tegen te gaan en neemt wettelijke belemmeringen, die in de weg staan aan het maken van privaatrechtelijke afspraken, weg, of stelt regels met betrekking tot de openbaarheid die in zo'n proces zouden moeten worden gehanteerd. Wij realiseren ons dat voor veel van deze, en andere in het eindrapport gedane, aanbevelingen flinke wetswijzigingen nodig zijn. Dat hoeft ook allemaal niet van vandaag op morgen. Duurzaam ondernemen zoals door ons gedefinieerd is iets van lange adem. Een lange termijn-visie ontbreekt echter tot dusverre bij de wetgever; de milieuwetgeving is vaak snel achterhaald en wordt slechts bij de tijd gehouden door het dichten van gaten. Het wordt tijd om na te denken over een nieuwe generatie milieuwetgeving; milieuwetgeving die gebaseerd is op communicatie en op aspiratie.

M3 - Article

VL - 75

SP - 1949

EP - 1955

JO - Nederlands Juristenblad

JF - Nederlands Juristenblad

SN - 0165-0483

IS - 40

ER -