Eén zwaluw maakt nog geen zomer

Is burgerschap van de Unie de juiste grondslag voor een recht op een bestaansminimum voor studenten

Research output: Memorandum/expositionCase noteProfessional

Abstract

Geheel tegen de verwachtingen in besliste het Hof dat studenten onder omstandigheden in de lidstaat waar zij uit hoofde van de studentenrichtlijn een verblijfsrecht met als doel studie aan een erkende onderwijsinstelling hebben, in hun hoedanigheid van burger van de Unie in het gastland een recht op een bestaansminimumuitkering genieten. Vanuit het perspectief van een Europa van de Burger, valt deze uitspraak alleen maar toe te juichen, al moeten er wel grote vraagtekens geplaatst worden bij de motivering die het Hof voor zijn beslissing geeft. Het Hof koppelt namelijk het recht op een bestaansminimum - impliciet - aan de bijzondere omstandigheden van betrokkene, zonder te specificeren waarom deze situatie als bijzonder aangemerkt kan of moet worden. Dit stilzwijgen van het Hof staat er mijns inziens aan in de weg om aan te kunnen geven wat de daadwerkelijke gevolgen van de uitspraak zullen zijn voor de (Nederlandse) rechtspraktijk.
Original languageDutch
Number of pages6
Finished20/09/01
ApplicantHof van Justitie EG
Publication statusPublished - 2002

Publication series

NameNederlands tijdschrift voor Europees Recht
No.1/2, p. 8-13
Volume8

Cite this

Oosterom-Staples, H., (2002). Eén zwaluw maakt nog geen zomer: Is burgerschap van de Unie de juiste grondslag voor een recht op een bestaansminimum voor studenten, 6 p., Sep 20, 2001. (Nederlands tijdschrift voor Europees Recht; Vol. 8, No. 1/2, p. 8-13).
@misc{8aa430a5f630495b9c1ab5b0372ca14c,
title = "E{\'e}n zwaluw maakt nog geen zomer: Is burgerschap van de Unie de juiste grondslag voor een recht op een bestaansminimum voor studenten",
abstract = "Geheel tegen de verwachtingen in besliste het Hof dat studenten onder omstandigheden in de lidstaat waar zij uit hoofde van de studentenrichtlijn een verblijfsrecht met als doel studie aan een erkende onderwijsinstelling hebben, in hun hoedanigheid van burger van de Unie in het gastland een recht op een bestaansminimumuitkering genieten. Vanuit het perspectief van een Europa van de Burger, valt deze uitspraak alleen maar toe te juichen, al moeten er wel grote vraagtekens geplaatst worden bij de motivering die het Hof voor zijn beslissing geeft. Het Hof koppelt namelijk het recht op een bestaansminimum - impliciet - aan de bijzondere omstandigheden van betrokkene, zonder te specificeren waarom deze situatie als bijzonder aangemerkt kan of moet worden. Dit stilzwijgen van het Hof staat er mijns inziens aan in de weg om aan te kunnen geven wat de daadwerkelijke gevolgen van de uitspraak zullen zijn voor de (Nederlandse) rechtspraktijk.",
author = "H. Oosterom-Staples",
year = "2002",
language = "Dutch",
series = "Nederlands tijdschrift voor Europees Recht",
number = "1/2, p. 8-13",

}

Eén zwaluw maakt nog geen zomer : Is burgerschap van de Unie de juiste grondslag voor een recht op een bestaansminimum voor studenten. / Oosterom-Staples, H.

2002. 6 p., Sep 20, 2001. (Nederlands tijdschrift voor Europees Recht; Vol. 8, No. 1/2, p. 8-13).

Research output: Memorandum/expositionCase noteProfessional

TY - GEN

T1 - Eén zwaluw maakt nog geen zomer

T2 - Is burgerschap van de Unie de juiste grondslag voor een recht op een bestaansminimum voor studenten

AU - Oosterom-Staples, H.

PY - 2002

Y1 - 2002

N2 - Geheel tegen de verwachtingen in besliste het Hof dat studenten onder omstandigheden in de lidstaat waar zij uit hoofde van de studentenrichtlijn een verblijfsrecht met als doel studie aan een erkende onderwijsinstelling hebben, in hun hoedanigheid van burger van de Unie in het gastland een recht op een bestaansminimumuitkering genieten. Vanuit het perspectief van een Europa van de Burger, valt deze uitspraak alleen maar toe te juichen, al moeten er wel grote vraagtekens geplaatst worden bij de motivering die het Hof voor zijn beslissing geeft. Het Hof koppelt namelijk het recht op een bestaansminimum - impliciet - aan de bijzondere omstandigheden van betrokkene, zonder te specificeren waarom deze situatie als bijzonder aangemerkt kan of moet worden. Dit stilzwijgen van het Hof staat er mijns inziens aan in de weg om aan te kunnen geven wat de daadwerkelijke gevolgen van de uitspraak zullen zijn voor de (Nederlandse) rechtspraktijk.

AB - Geheel tegen de verwachtingen in besliste het Hof dat studenten onder omstandigheden in de lidstaat waar zij uit hoofde van de studentenrichtlijn een verblijfsrecht met als doel studie aan een erkende onderwijsinstelling hebben, in hun hoedanigheid van burger van de Unie in het gastland een recht op een bestaansminimumuitkering genieten. Vanuit het perspectief van een Europa van de Burger, valt deze uitspraak alleen maar toe te juichen, al moeten er wel grote vraagtekens geplaatst worden bij de motivering die het Hof voor zijn beslissing geeft. Het Hof koppelt namelijk het recht op een bestaansminimum - impliciet - aan de bijzondere omstandigheden van betrokkene, zonder te specificeren waarom deze situatie als bijzonder aangemerkt kan of moet worden. Dit stilzwijgen van het Hof staat er mijns inziens aan in de weg om aan te kunnen geven wat de daadwerkelijke gevolgen van de uitspraak zullen zijn voor de (Nederlandse) rechtspraktijk.

M3 - Case note

T3 - Nederlands tijdschrift voor Europees Recht

ER -