Een integrale aanpak van preventie vraagt om een sterke verbinding met de eerste lijn

G.R.M. Molleman*, W.J.J. Assendelft, M.E.T.C. van den Muijsenbergh, L.A.M. van de Goor

*Corresponding author for this work

Research output: Contribution to journalEditorialProfessional

1 Downloads (Pure)

Abstract

Sinds het Ottawa Charter van de WHO uit 1986 wordt er al gepleit voor een integrale aanpak van gezondheidsvraagstukken als we een rechtvaardig en effectief gezondheidsbeleid willen realiseren [1]. Uit het oogpunt van rechtvaardigheid moeten de gezondheidsverschillen worden opgeheven. Tegelijkertijd weten we dat gezondheidsverschillen hardnekkig zijn en moeilijk zijn op te lossen [2]. Het vraagt om politieke keuzen en is nadrukkelijk een verantwoordelijkheid van alle maatschappelijke sectoren, en niet alleen van de gezondheidszorgsector. Een integrale aanpak vergt volgens het Ottawa Charter een gezondheidsbeleid waarin aandacht is voor een gezonde sociale en fysieke omgeving, participatie, focus op empowerment van de burgers en samenwerking tussen de curatieve en preventieve sector. Voor dit laatste aspect is een sterke eerstelijnsgezondheidszorg cruciaal. Deze brede benadering heeft in 2019 nog niets aan actualiteit ingeboet. Sterker nog: tijdens de jongste WHO-bijeenkomst in Astana eind 2018 werd zij door alle lidstaten bevestigd. In het door Pharos ondersteunde ‘Gezond in …’-programma, dat de lokale aanpak van gezondheidsachterstanden in GIDS-gemeenten stimuleert, zien we dit gedachtegoed naadloos terug in de vijf sporen en acht pijlers, die als uitgangspunt voor dit programma worden gegeven [3].

Vanuit het perspectief van gezondheidsbevordering is het spoor waarin de samenwerking tussen preventie en zorg wordt bepleit relatief het minst uitgewerkt. Dat heeft niet te maken met het belang dat aan deze samenwerking wordt gehecht: beleidsmakers en gezondheidsbevorderaars wijzen al jaren op de potentie voor gezondheidsbevordering van deze samenwerking. De curatieve sector, en zeker de eerste lijn, ziet dagelijks de mensen met chronische aandoeningen bij wie leefstijlaspecten een belangrijke rol spelen. En we weten dat roken, overgewicht en te weinig bewegen beduidend meer voorkomen bij mensen met een lage SES dan bij mensen met een hoge SES [4]. Mensen met een lage SES komen bovengemiddeld vaak met gezondheidsklachten bij de huisarts. Die is daarmee een ideale ‘vindplaats’. Dat biedt voor de huisarts als gezins- en levenslooparts goede ingangen voor in het bijzonder selectieve preventie en het aanspreken en motiveren van mensen om hun leefstijl te verbeteren.

In de praktijk van de eerste lijn blijkt dat vaak helemaal niet zo makkelijk. De afstand tot de publieke gezondheid en de gezondheidsbevorderende taken van de GGD is vaak groot. De circuits zijn relatief gescheiden en men spreekt niet dezelfde taal. De dominantie van de individueel gerichte geneeskunde maakt een meer collectieve en integrale aanpak niet vanzelfsprekend. En aan de andere kant hebben collectieve leefstijlprogramma’s vaak geen aandacht voor contextuele factoren die gezond gedrag belemmeren. De verschillen in financiering van de zorg door de zorgverzekeraars en de publieke gezondheid door de gemeente geven ook niet de juiste prikkels om samen te werken.
Original languageDutch
Pages (from-to)1-2
JournalTSG: Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen
Volume97
Issue number1-2
DOIs
Publication statusPublished - 2019

Cite this

Molleman, G.R.M. ; Assendelft, W.J.J. ; van den Muijsenbergh, M.E.T.C. ; van de Goor, L.A.M. / Een integrale aanpak van preventie vraagt om een sterke verbinding met de eerste lijn. In: TSG: Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen. 2019 ; Vol. 97, No. 1-2. pp. 1-2.
@article{02a213e895aa427b85e4cf50ec528fb4,
title = "Een integrale aanpak van preventie vraagt om een sterke verbinding met de eerste lijn",
abstract = "Sinds het Ottawa Charter van de WHO uit 1986 wordt er al gepleit voor een integrale aanpak van gezondheidsvraagstukken als we een rechtvaardig en effectief gezondheidsbeleid willen realiseren [1]. Uit het oogpunt van rechtvaardigheid moeten de gezondheidsverschillen worden opgeheven. Tegelijkertijd weten we dat gezondheidsverschillen hardnekkig zijn en moeilijk zijn op te lossen [2]. Het vraagt om politieke keuzen en is nadrukkelijk een verantwoordelijkheid van alle maatschappelijke sectoren, en niet alleen van de gezondheidszorgsector. Een integrale aanpak vergt volgens het Ottawa Charter een gezondheidsbeleid waarin aandacht is voor een gezonde sociale en fysieke omgeving, participatie, focus op empowerment van de burgers en samenwerking tussen de curatieve en preventieve sector. Voor dit laatste aspect is een sterke eerstelijnsgezondheidszorg cruciaal. Deze brede benadering heeft in 2019 nog niets aan actualiteit ingeboet. Sterker nog: tijdens de jongste WHO-bijeenkomst in Astana eind 2018 werd zij door alle lidstaten bevestigd. In het door Pharos ondersteunde ‘Gezond in …’-programma, dat de lokale aanpak van gezondheidsachterstanden in GIDS-gemeenten stimuleert, zien we dit gedachtegoed naadloos terug in de vijf sporen en acht pijlers, die als uitgangspunt voor dit programma worden gegeven [3].Vanuit het perspectief van gezondheidsbevordering is het spoor waarin de samenwerking tussen preventie en zorg wordt bepleit relatief het minst uitgewerkt. Dat heeft niet te maken met het belang dat aan deze samenwerking wordt gehecht: beleidsmakers en gezondheidsbevorderaars wijzen al jaren op de potentie voor gezondheidsbevordering van deze samenwerking. De curatieve sector, en zeker de eerste lijn, ziet dagelijks de mensen met chronische aandoeningen bij wie leefstijlaspecten een belangrijke rol spelen. En we weten dat roken, overgewicht en te weinig bewegen beduidend meer voorkomen bij mensen met een lage SES dan bij mensen met een hoge SES [4]. Mensen met een lage SES komen bovengemiddeld vaak met gezondheidsklachten bij de huisarts. Die is daarmee een ideale ‘vindplaats’. Dat biedt voor de huisarts als gezins- en levenslooparts goede ingangen voor in het bijzonder selectieve preventie en het aanspreken en motiveren van mensen om hun leefstijl te verbeteren.In de praktijk van de eerste lijn blijkt dat vaak helemaal niet zo makkelijk. De afstand tot de publieke gezondheid en de gezondheidsbevorderende taken van de GGD is vaak groot. De circuits zijn relatief gescheiden en men spreekt niet dezelfde taal. De dominantie van de individueel gerichte geneeskunde maakt een meer collectieve en integrale aanpak niet vanzelfsprekend. En aan de andere kant hebben collectieve leefstijlprogramma’s vaak geen aandacht voor contextuele factoren die gezond gedrag belemmeren. De verschillen in financiering van de zorg door de zorgverzekeraars en de publieke gezondheid door de gemeente geven ook niet de juiste prikkels om samen te werken.",
author = "G.R.M. Molleman and W.J.J. Assendelft and {van den Muijsenbergh}, M.E.T.C. and {van de Goor}, L.A.M.",
year = "2019",
doi = "10.1007/s12508-019-0229-3",
language = "Dutch",
volume = "97",
pages = "1--2",
journal = "TSG: Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen",
issn = "1388-7491",
number = "1-2",

}

Een integrale aanpak van preventie vraagt om een sterke verbinding met de eerste lijn. / Molleman, G.R.M.; Assendelft, W.J.J.; van den Muijsenbergh, M.E.T.C.; van de Goor, L.A.M.

In: TSG: Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen, Vol. 97, No. 1-2, 2019, p. 1-2.

Research output: Contribution to journalEditorialProfessional

TY - JOUR

T1 - Een integrale aanpak van preventie vraagt om een sterke verbinding met de eerste lijn

AU - Molleman, G.R.M.

AU - Assendelft, W.J.J.

AU - van den Muijsenbergh, M.E.T.C.

AU - van de Goor, L.A.M.

PY - 2019

Y1 - 2019

N2 - Sinds het Ottawa Charter van de WHO uit 1986 wordt er al gepleit voor een integrale aanpak van gezondheidsvraagstukken als we een rechtvaardig en effectief gezondheidsbeleid willen realiseren [1]. Uit het oogpunt van rechtvaardigheid moeten de gezondheidsverschillen worden opgeheven. Tegelijkertijd weten we dat gezondheidsverschillen hardnekkig zijn en moeilijk zijn op te lossen [2]. Het vraagt om politieke keuzen en is nadrukkelijk een verantwoordelijkheid van alle maatschappelijke sectoren, en niet alleen van de gezondheidszorgsector. Een integrale aanpak vergt volgens het Ottawa Charter een gezondheidsbeleid waarin aandacht is voor een gezonde sociale en fysieke omgeving, participatie, focus op empowerment van de burgers en samenwerking tussen de curatieve en preventieve sector. Voor dit laatste aspect is een sterke eerstelijnsgezondheidszorg cruciaal. Deze brede benadering heeft in 2019 nog niets aan actualiteit ingeboet. Sterker nog: tijdens de jongste WHO-bijeenkomst in Astana eind 2018 werd zij door alle lidstaten bevestigd. In het door Pharos ondersteunde ‘Gezond in …’-programma, dat de lokale aanpak van gezondheidsachterstanden in GIDS-gemeenten stimuleert, zien we dit gedachtegoed naadloos terug in de vijf sporen en acht pijlers, die als uitgangspunt voor dit programma worden gegeven [3].Vanuit het perspectief van gezondheidsbevordering is het spoor waarin de samenwerking tussen preventie en zorg wordt bepleit relatief het minst uitgewerkt. Dat heeft niet te maken met het belang dat aan deze samenwerking wordt gehecht: beleidsmakers en gezondheidsbevorderaars wijzen al jaren op de potentie voor gezondheidsbevordering van deze samenwerking. De curatieve sector, en zeker de eerste lijn, ziet dagelijks de mensen met chronische aandoeningen bij wie leefstijlaspecten een belangrijke rol spelen. En we weten dat roken, overgewicht en te weinig bewegen beduidend meer voorkomen bij mensen met een lage SES dan bij mensen met een hoge SES [4]. Mensen met een lage SES komen bovengemiddeld vaak met gezondheidsklachten bij de huisarts. Die is daarmee een ideale ‘vindplaats’. Dat biedt voor de huisarts als gezins- en levenslooparts goede ingangen voor in het bijzonder selectieve preventie en het aanspreken en motiveren van mensen om hun leefstijl te verbeteren.In de praktijk van de eerste lijn blijkt dat vaak helemaal niet zo makkelijk. De afstand tot de publieke gezondheid en de gezondheidsbevorderende taken van de GGD is vaak groot. De circuits zijn relatief gescheiden en men spreekt niet dezelfde taal. De dominantie van de individueel gerichte geneeskunde maakt een meer collectieve en integrale aanpak niet vanzelfsprekend. En aan de andere kant hebben collectieve leefstijlprogramma’s vaak geen aandacht voor contextuele factoren die gezond gedrag belemmeren. De verschillen in financiering van de zorg door de zorgverzekeraars en de publieke gezondheid door de gemeente geven ook niet de juiste prikkels om samen te werken.

AB - Sinds het Ottawa Charter van de WHO uit 1986 wordt er al gepleit voor een integrale aanpak van gezondheidsvraagstukken als we een rechtvaardig en effectief gezondheidsbeleid willen realiseren [1]. Uit het oogpunt van rechtvaardigheid moeten de gezondheidsverschillen worden opgeheven. Tegelijkertijd weten we dat gezondheidsverschillen hardnekkig zijn en moeilijk zijn op te lossen [2]. Het vraagt om politieke keuzen en is nadrukkelijk een verantwoordelijkheid van alle maatschappelijke sectoren, en niet alleen van de gezondheidszorgsector. Een integrale aanpak vergt volgens het Ottawa Charter een gezondheidsbeleid waarin aandacht is voor een gezonde sociale en fysieke omgeving, participatie, focus op empowerment van de burgers en samenwerking tussen de curatieve en preventieve sector. Voor dit laatste aspect is een sterke eerstelijnsgezondheidszorg cruciaal. Deze brede benadering heeft in 2019 nog niets aan actualiteit ingeboet. Sterker nog: tijdens de jongste WHO-bijeenkomst in Astana eind 2018 werd zij door alle lidstaten bevestigd. In het door Pharos ondersteunde ‘Gezond in …’-programma, dat de lokale aanpak van gezondheidsachterstanden in GIDS-gemeenten stimuleert, zien we dit gedachtegoed naadloos terug in de vijf sporen en acht pijlers, die als uitgangspunt voor dit programma worden gegeven [3].Vanuit het perspectief van gezondheidsbevordering is het spoor waarin de samenwerking tussen preventie en zorg wordt bepleit relatief het minst uitgewerkt. Dat heeft niet te maken met het belang dat aan deze samenwerking wordt gehecht: beleidsmakers en gezondheidsbevorderaars wijzen al jaren op de potentie voor gezondheidsbevordering van deze samenwerking. De curatieve sector, en zeker de eerste lijn, ziet dagelijks de mensen met chronische aandoeningen bij wie leefstijlaspecten een belangrijke rol spelen. En we weten dat roken, overgewicht en te weinig bewegen beduidend meer voorkomen bij mensen met een lage SES dan bij mensen met een hoge SES [4]. Mensen met een lage SES komen bovengemiddeld vaak met gezondheidsklachten bij de huisarts. Die is daarmee een ideale ‘vindplaats’. Dat biedt voor de huisarts als gezins- en levenslooparts goede ingangen voor in het bijzonder selectieve preventie en het aanspreken en motiveren van mensen om hun leefstijl te verbeteren.In de praktijk van de eerste lijn blijkt dat vaak helemaal niet zo makkelijk. De afstand tot de publieke gezondheid en de gezondheidsbevorderende taken van de GGD is vaak groot. De circuits zijn relatief gescheiden en men spreekt niet dezelfde taal. De dominantie van de individueel gerichte geneeskunde maakt een meer collectieve en integrale aanpak niet vanzelfsprekend. En aan de andere kant hebben collectieve leefstijlprogramma’s vaak geen aandacht voor contextuele factoren die gezond gedrag belemmeren. De verschillen in financiering van de zorg door de zorgverzekeraars en de publieke gezondheid door de gemeente geven ook niet de juiste prikkels om samen te werken.

U2 - 10.1007/s12508-019-0229-3

DO - 10.1007/s12508-019-0229-3

M3 - Editorial

VL - 97

SP - 1

EP - 2

JO - TSG: Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen

JF - TSG: Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen

SN - 1388-7491

IS - 1-2

ER -