Een nieuwe taak voor de rechtswetenschap

J.B.M. Vranken

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientific

Abstract

Ik pleit voor een gedeeltelijk andere taak van de rechtswetenschap. Er dient volgens mij meer aandacht te worden besteed aan de methodische aspecten van onderzoek, aan multidisciplinariteit, aan internationalisering, en aan kwaliteitsbewaking. Niemand kan echter alles doen, dit wil zeggen én nationaal, én internationaal, én multidisciplinair, én monodisciplinair, én fundamenteel, én toegepast, én ook nog eens methodologisch aan de weg timmeren. Hier ligt een taak voor de onderzoeksgroepen die in hun programma¿s moeten kiezen waarop zij accent(en) leggen en welke leden welk omderdeel voor hun rekening nemen. Daarbij behoort ook een publicatiebeleid: in welke tijdschriften wil de groep publiceren en in welke niet? Gelet op de huidige situatie waarin multidisciplinariteit nog niet echt voet aan de grond heeft gekregen, zal men zich voorts moeten afvragen of juridische onderzoeksgroepen niet ook mensen moet aantrekken die van huis uit geen jurist zijn. Multidisciplinariteit heeft de meeste kans van slagen als onderzoekers van verschillende disciplines elkaar dagelijks op de werkvloer ontmoeten. Ik zelf verwacht in dit opzicht het meest van jonge onderzoekers (aio¿s). Die zullen vaak bereid en in staat zijn zich in andere disciplines te verdiepen en daarin, onder begeleiding, een niveau te bereiken dat alleszins aanvaardbaar is voor het concrete onderzoek dat zij doen. Een groepje aio¿s dat op deze manier werkzaam is in een faculteit, zal grenzen kunnen verleggen. Een andere beleidsvraag is of niet gekozen moet worden voor een, of ten hoogste twee speerpunten van onderzoek per faculteit. Het gaat dan om onderzoeksgroepen waarvan verwacht mag worden dat ze in staat zijn binnen enkele jaren internationaal aan de weg te timmeren en een eigen geluid te laten horen. In zo¿n groep zal internationalisering, multidisciplinariteit en methodologische precisie vanzelfsprekend zijn. Om zich te bewijzen krijgen ze, zeg, vijf jaar tijd. Andere consequenties, bijvoorbeeld voor de omvang van onderzoeksgroepen en van de financiën, kan men zelf wel bedenken. Één vergaande consequentie wil ik hier nog wel vermelden. Een andere taak voor de rechtswetenschap vereist anders opgeleide onderzoekers. De overheersende gerichtheid van de huidige opleiding op de rechtspraktijk levert niet de onderzoekers op die nodig zijn zich meer van de praktijk los te maken, en om meer multidisciplinair, internationaal en methodisch onderzoek te doen. Ik verwacht daarom dat uiteindelijk een nieuwe taak voor de rechtswetenschap zal leiden tot een andere, veel academischer juridische opleiding. In plaats van het HBO te integreren met de universiteiten moeten de scheidslijnen juist scherper worden getrokken.
Original languageDutch
Title of host publicationMaatschappelijke rechtsvorming
EditorsJ.L.M. Gribnau
Place of PublicationDen Haag
PublisherBoom Juridische Uitgevers
Pages85-100
Number of pages16
ISBN (Print)9054546611
Publication statusPublished - 2005

Publication series

NameOnderzoekschool voor Wetgevingsvraagstukken

Cite this

Vranken, J. B. M. (2005). Een nieuwe taak voor de rechtswetenschap. In J. L. M. Gribnau (Ed.), Maatschappelijke rechtsvorming (pp. 85-100). (Onderzoekschool voor Wetgevingsvraagstukken). Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.
Vranken, J.B.M. / Een nieuwe taak voor de rechtswetenschap. Maatschappelijke rechtsvorming. editor / J.L.M. Gribnau. Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2005. pp. 85-100 (Onderzoekschool voor Wetgevingsvraagstukken).
@inbook{10c64a0f19644537967f2c664d7769f3,
title = "Een nieuwe taak voor de rechtswetenschap",
abstract = "Ik pleit voor een gedeeltelijk andere taak van de rechtswetenschap. Er dient volgens mij meer aandacht te worden besteed aan de methodische aspecten van onderzoek, aan multidisciplinariteit, aan internationalisering, en aan kwaliteitsbewaking. Niemand kan echter alles doen, dit wil zeggen {\'e}n nationaal, {\'e}n internationaal, {\'e}n multidisciplinair, {\'e}n monodisciplinair, {\'e}n fundamenteel, {\'e}n toegepast, {\'e}n ook nog eens methodologisch aan de weg timmeren. Hier ligt een taak voor de onderzoeksgroepen die in hun programma¿s moeten kiezen waarop zij accent(en) leggen en welke leden welk omderdeel voor hun rekening nemen. Daarbij behoort ook een publicatiebeleid: in welke tijdschriften wil de groep publiceren en in welke niet? Gelet op de huidige situatie waarin multidisciplinariteit nog niet echt voet aan de grond heeft gekregen, zal men zich voorts moeten afvragen of juridische onderzoeksgroepen niet ook mensen moet aantrekken die van huis uit geen jurist zijn. Multidisciplinariteit heeft de meeste kans van slagen als onderzoekers van verschillende disciplines elkaar dagelijks op de werkvloer ontmoeten. Ik zelf verwacht in dit opzicht het meest van jonge onderzoekers (aio¿s). Die zullen vaak bereid en in staat zijn zich in andere disciplines te verdiepen en daarin, onder begeleiding, een niveau te bereiken dat alleszins aanvaardbaar is voor het concrete onderzoek dat zij doen. Een groepje aio¿s dat op deze manier werkzaam is in een faculteit, zal grenzen kunnen verleggen. Een andere beleidsvraag is of niet gekozen moet worden voor een, of ten hoogste twee speerpunten van onderzoek per faculteit. Het gaat dan om onderzoeksgroepen waarvan verwacht mag worden dat ze in staat zijn binnen enkele jaren internationaal aan de weg te timmeren en een eigen geluid te laten horen. In zo¿n groep zal internationalisering, multidisciplinariteit en methodologische precisie vanzelfsprekend zijn. Om zich te bewijzen krijgen ze, zeg, vijf jaar tijd. Andere consequenties, bijvoorbeeld voor de omvang van onderzoeksgroepen en van de financi{\"e}n, kan men zelf wel bedenken. {\'E}{\'e}n vergaande consequentie wil ik hier nog wel vermelden. Een andere taak voor de rechtswetenschap vereist anders opgeleide onderzoekers. De overheersende gerichtheid van de huidige opleiding op de rechtspraktijk levert niet de onderzoekers op die nodig zijn zich meer van de praktijk los te maken, en om meer multidisciplinair, internationaal en methodisch onderzoek te doen. Ik verwacht daarom dat uiteindelijk een nieuwe taak voor de rechtswetenschap zal leiden tot een andere, veel academischer juridische opleiding. In plaats van het HBO te integreren met de universiteiten moeten de scheidslijnen juist scherper worden getrokken.",
author = "J.B.M. Vranken",
note = "Pagination: 16",
year = "2005",
language = "Dutch",
isbn = "9054546611",
series = "Onderzoekschool voor Wetgevingsvraagstukken",
publisher = "Boom Juridische Uitgevers",
pages = "85--100",
editor = "J.L.M. Gribnau",
booktitle = "Maatschappelijke rechtsvorming",

}

Vranken, JBM 2005, Een nieuwe taak voor de rechtswetenschap. in JLM Gribnau (ed.), Maatschappelijke rechtsvorming. Onderzoekschool voor Wetgevingsvraagstukken, Boom Juridische Uitgevers, Den Haag, pp. 85-100.

Een nieuwe taak voor de rechtswetenschap. / Vranken, J.B.M.

Maatschappelijke rechtsvorming. ed. / J.L.M. Gribnau. Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2005. p. 85-100 (Onderzoekschool voor Wetgevingsvraagstukken).

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientific

TY - CHAP

T1 - Een nieuwe taak voor de rechtswetenschap

AU - Vranken, J.B.M.

N1 - Pagination: 16

PY - 2005

Y1 - 2005

N2 - Ik pleit voor een gedeeltelijk andere taak van de rechtswetenschap. Er dient volgens mij meer aandacht te worden besteed aan de methodische aspecten van onderzoek, aan multidisciplinariteit, aan internationalisering, en aan kwaliteitsbewaking. Niemand kan echter alles doen, dit wil zeggen én nationaal, én internationaal, én multidisciplinair, én monodisciplinair, én fundamenteel, én toegepast, én ook nog eens methodologisch aan de weg timmeren. Hier ligt een taak voor de onderzoeksgroepen die in hun programma¿s moeten kiezen waarop zij accent(en) leggen en welke leden welk omderdeel voor hun rekening nemen. Daarbij behoort ook een publicatiebeleid: in welke tijdschriften wil de groep publiceren en in welke niet? Gelet op de huidige situatie waarin multidisciplinariteit nog niet echt voet aan de grond heeft gekregen, zal men zich voorts moeten afvragen of juridische onderzoeksgroepen niet ook mensen moet aantrekken die van huis uit geen jurist zijn. Multidisciplinariteit heeft de meeste kans van slagen als onderzoekers van verschillende disciplines elkaar dagelijks op de werkvloer ontmoeten. Ik zelf verwacht in dit opzicht het meest van jonge onderzoekers (aio¿s). Die zullen vaak bereid en in staat zijn zich in andere disciplines te verdiepen en daarin, onder begeleiding, een niveau te bereiken dat alleszins aanvaardbaar is voor het concrete onderzoek dat zij doen. Een groepje aio¿s dat op deze manier werkzaam is in een faculteit, zal grenzen kunnen verleggen. Een andere beleidsvraag is of niet gekozen moet worden voor een, of ten hoogste twee speerpunten van onderzoek per faculteit. Het gaat dan om onderzoeksgroepen waarvan verwacht mag worden dat ze in staat zijn binnen enkele jaren internationaal aan de weg te timmeren en een eigen geluid te laten horen. In zo¿n groep zal internationalisering, multidisciplinariteit en methodologische precisie vanzelfsprekend zijn. Om zich te bewijzen krijgen ze, zeg, vijf jaar tijd. Andere consequenties, bijvoorbeeld voor de omvang van onderzoeksgroepen en van de financiën, kan men zelf wel bedenken. Één vergaande consequentie wil ik hier nog wel vermelden. Een andere taak voor de rechtswetenschap vereist anders opgeleide onderzoekers. De overheersende gerichtheid van de huidige opleiding op de rechtspraktijk levert niet de onderzoekers op die nodig zijn zich meer van de praktijk los te maken, en om meer multidisciplinair, internationaal en methodisch onderzoek te doen. Ik verwacht daarom dat uiteindelijk een nieuwe taak voor de rechtswetenschap zal leiden tot een andere, veel academischer juridische opleiding. In plaats van het HBO te integreren met de universiteiten moeten de scheidslijnen juist scherper worden getrokken.

AB - Ik pleit voor een gedeeltelijk andere taak van de rechtswetenschap. Er dient volgens mij meer aandacht te worden besteed aan de methodische aspecten van onderzoek, aan multidisciplinariteit, aan internationalisering, en aan kwaliteitsbewaking. Niemand kan echter alles doen, dit wil zeggen én nationaal, én internationaal, én multidisciplinair, én monodisciplinair, én fundamenteel, én toegepast, én ook nog eens methodologisch aan de weg timmeren. Hier ligt een taak voor de onderzoeksgroepen die in hun programma¿s moeten kiezen waarop zij accent(en) leggen en welke leden welk omderdeel voor hun rekening nemen. Daarbij behoort ook een publicatiebeleid: in welke tijdschriften wil de groep publiceren en in welke niet? Gelet op de huidige situatie waarin multidisciplinariteit nog niet echt voet aan de grond heeft gekregen, zal men zich voorts moeten afvragen of juridische onderzoeksgroepen niet ook mensen moet aantrekken die van huis uit geen jurist zijn. Multidisciplinariteit heeft de meeste kans van slagen als onderzoekers van verschillende disciplines elkaar dagelijks op de werkvloer ontmoeten. Ik zelf verwacht in dit opzicht het meest van jonge onderzoekers (aio¿s). Die zullen vaak bereid en in staat zijn zich in andere disciplines te verdiepen en daarin, onder begeleiding, een niveau te bereiken dat alleszins aanvaardbaar is voor het concrete onderzoek dat zij doen. Een groepje aio¿s dat op deze manier werkzaam is in een faculteit, zal grenzen kunnen verleggen. Een andere beleidsvraag is of niet gekozen moet worden voor een, of ten hoogste twee speerpunten van onderzoek per faculteit. Het gaat dan om onderzoeksgroepen waarvan verwacht mag worden dat ze in staat zijn binnen enkele jaren internationaal aan de weg te timmeren en een eigen geluid te laten horen. In zo¿n groep zal internationalisering, multidisciplinariteit en methodologische precisie vanzelfsprekend zijn. Om zich te bewijzen krijgen ze, zeg, vijf jaar tijd. Andere consequenties, bijvoorbeeld voor de omvang van onderzoeksgroepen en van de financiën, kan men zelf wel bedenken. Één vergaande consequentie wil ik hier nog wel vermelden. Een andere taak voor de rechtswetenschap vereist anders opgeleide onderzoekers. De overheersende gerichtheid van de huidige opleiding op de rechtspraktijk levert niet de onderzoekers op die nodig zijn zich meer van de praktijk los te maken, en om meer multidisciplinair, internationaal en methodisch onderzoek te doen. Ik verwacht daarom dat uiteindelijk een nieuwe taak voor de rechtswetenschap zal leiden tot een andere, veel academischer juridische opleiding. In plaats van het HBO te integreren met de universiteiten moeten de scheidslijnen juist scherper worden getrokken.

M3 - Chapter

SN - 9054546611

T3 - Onderzoekschool voor Wetgevingsvraagstukken

SP - 85

EP - 100

BT - Maatschappelijke rechtsvorming

A2 - Gribnau, J.L.M.

PB - Boom Juridische Uitgevers

CY - Den Haag

ER -

Vranken JBM. Een nieuwe taak voor de rechtswetenschap. In Gribnau JLM, editor, Maatschappelijke rechtsvorming. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers. 2005. p. 85-100. (Onderzoekschool voor Wetgevingsvraagstukken).