Eenheid en verscheidenheid door rechtsbeginselen

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientific

Abstract

Het samenstel van fundamentele rechtsbeginselen belichaamt de normatieve eenheid en consistentie in de enorme verscheidenheid die kenmerkend is voor het tegenwoordige positieve recht. De normatieve eenheid van het recht veronderstelt dat de verscheidenheid aan rechtsoordelen gezien moet worden alsof het een uitwerking is van een stel algemene rechtsbeginselen. Legitieme rechtsvorming veronderstelt respect voor deze algemene rechtsbeginselen. Algemene rechtsbeginselen hebben een activerende en een conserverende functie. Zij bevorderen de rechtsontwikkeling: hun afweging leidt tot de vorming van rechtsregels waardoor de verscheidenheid in het rechtssysteem groeit. Zij maken aldus divergentie mogelijk. Hun conserverende functie is echter tegelijkertijd een waarborg voor een zekere convergentie. Verscheidenheid in de normstelling dient gerechtvaardigd te worden. Het bestaan van een rechtsbeginsel zal langs inductieve weg achterhaald moeten worden. Uit de verscheidenheid wordt zo de eenheid gedestilleerd, waarna door deductie de betekenis van een beginsel in concreto - via regels naar rechtsoordelen - kan worden bepaald. Beginselen vormen tevens verbindende schakels tussen de verschillende rechtsgebieden. Zij krijgen in de context van een rechtsgebied een domeinspecifieke inkleuring. Als context zijn de concrete rechtsbetrekking en de daarbij betrokken belangen nog meer bepalend voor de betekenis die een beginsel door het proces van verbijzondering krijgt. Tot slot is betoogd dat een belangrijke taak van de rechtswetenschap de `zorg' voor rechtsbeginselen is. Daarmee rust op haar een bijzondere verantwoordelijkheid voor de normatieve - en ook conceptuele - eenheid en consistentie van het recht. Door zo de eenheid bloot te leggen in de verscheidenheid kan de rechtswetenschap bijdragen aan het overzicht en inzicht van wetgever, rechter, bestuur en burger.
Original languageDutch
Title of host publicationEenheid en verscheidenheid in recht en rechtswetenschap
EditorsA.M.P. Gaakeer, M.A. Loth
Place of PublicationDeventer
PublisherKluwer
Pages43-65
ISBN (Print)9026839693
Publication statusPublished - 2002

Publication series

NameSI-EUR
Number28

Cite this

Gribnau, J. L. M. (2002). Eenheid en verscheidenheid door rechtsbeginselen. In A. M. P. Gaakeer, & M. A. Loth (Eds.), Eenheid en verscheidenheid in recht en rechtswetenschap (pp. 43-65). (SI-EUR; No. 28). Deventer: Kluwer.
Gribnau, J.L.M. / Eenheid en verscheidenheid door rechtsbeginselen. Eenheid en verscheidenheid in recht en rechtswetenschap. editor / A.M.P. Gaakeer ; M.A. Loth. Deventer : Kluwer, 2002. pp. 43-65 (SI-EUR; 28).
@inbook{77af1d2a839e48cca52fe86af97a183a,
title = "Eenheid en verscheidenheid door rechtsbeginselen",
abstract = "Het samenstel van fundamentele rechtsbeginselen belichaamt de normatieve eenheid en consistentie in de enorme verscheidenheid die kenmerkend is voor het tegenwoordige positieve recht. De normatieve eenheid van het recht veronderstelt dat de verscheidenheid aan rechtsoordelen gezien moet worden alsof het een uitwerking is van een stel algemene rechtsbeginselen. Legitieme rechtsvorming veronderstelt respect voor deze algemene rechtsbeginselen. Algemene rechtsbeginselen hebben een activerende en een conserverende functie. Zij bevorderen de rechtsontwikkeling: hun afweging leidt tot de vorming van rechtsregels waardoor de verscheidenheid in het rechtssysteem groeit. Zij maken aldus divergentie mogelijk. Hun conserverende functie is echter tegelijkertijd een waarborg voor een zekere convergentie. Verscheidenheid in de normstelling dient gerechtvaardigd te worden. Het bestaan van een rechtsbeginsel zal langs inductieve weg achterhaald moeten worden. Uit de verscheidenheid wordt zo de eenheid gedestilleerd, waarna door deductie de betekenis van een beginsel in concreto - via regels naar rechtsoordelen - kan worden bepaald. Beginselen vormen tevens verbindende schakels tussen de verschillende rechtsgebieden. Zij krijgen in de context van een rechtsgebied een domeinspecifieke inkleuring. Als context zijn de concrete rechtsbetrekking en de daarbij betrokken belangen nog meer bepalend voor de betekenis die een beginsel door het proces van verbijzondering krijgt. Tot slot is betoogd dat een belangrijke taak van de rechtswetenschap de `zorg' voor rechtsbeginselen is. Daarmee rust op haar een bijzondere verantwoordelijkheid voor de normatieve - en ook conceptuele - eenheid en consistentie van het recht. Door zo de eenheid bloot te leggen in de verscheidenheid kan de rechtswetenschap bijdragen aan het overzicht en inzicht van wetgever, rechter, bestuur en burger.",
author = "J.L.M. Gribnau",
note = "Pagination: viii + 364",
year = "2002",
language = "Dutch",
isbn = "9026839693",
series = "SI-EUR",
publisher = "Kluwer",
number = "28",
pages = "43--65",
editor = "A.M.P. Gaakeer and M.A. Loth",
booktitle = "Eenheid en verscheidenheid in recht en rechtswetenschap",

}

Gribnau, JLM 2002, Eenheid en verscheidenheid door rechtsbeginselen. in AMP Gaakeer & MA Loth (eds), Eenheid en verscheidenheid in recht en rechtswetenschap. SI-EUR, no. 28, Kluwer, Deventer, pp. 43-65.

Eenheid en verscheidenheid door rechtsbeginselen. / Gribnau, J.L.M.

Eenheid en verscheidenheid in recht en rechtswetenschap. ed. / A.M.P. Gaakeer; M.A. Loth. Deventer : Kluwer, 2002. p. 43-65 (SI-EUR; No. 28).

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingChapterScientific

TY - CHAP

T1 - Eenheid en verscheidenheid door rechtsbeginselen

AU - Gribnau, J.L.M.

N1 - Pagination: viii + 364

PY - 2002

Y1 - 2002

N2 - Het samenstel van fundamentele rechtsbeginselen belichaamt de normatieve eenheid en consistentie in de enorme verscheidenheid die kenmerkend is voor het tegenwoordige positieve recht. De normatieve eenheid van het recht veronderstelt dat de verscheidenheid aan rechtsoordelen gezien moet worden alsof het een uitwerking is van een stel algemene rechtsbeginselen. Legitieme rechtsvorming veronderstelt respect voor deze algemene rechtsbeginselen. Algemene rechtsbeginselen hebben een activerende en een conserverende functie. Zij bevorderen de rechtsontwikkeling: hun afweging leidt tot de vorming van rechtsregels waardoor de verscheidenheid in het rechtssysteem groeit. Zij maken aldus divergentie mogelijk. Hun conserverende functie is echter tegelijkertijd een waarborg voor een zekere convergentie. Verscheidenheid in de normstelling dient gerechtvaardigd te worden. Het bestaan van een rechtsbeginsel zal langs inductieve weg achterhaald moeten worden. Uit de verscheidenheid wordt zo de eenheid gedestilleerd, waarna door deductie de betekenis van een beginsel in concreto - via regels naar rechtsoordelen - kan worden bepaald. Beginselen vormen tevens verbindende schakels tussen de verschillende rechtsgebieden. Zij krijgen in de context van een rechtsgebied een domeinspecifieke inkleuring. Als context zijn de concrete rechtsbetrekking en de daarbij betrokken belangen nog meer bepalend voor de betekenis die een beginsel door het proces van verbijzondering krijgt. Tot slot is betoogd dat een belangrijke taak van de rechtswetenschap de `zorg' voor rechtsbeginselen is. Daarmee rust op haar een bijzondere verantwoordelijkheid voor de normatieve - en ook conceptuele - eenheid en consistentie van het recht. Door zo de eenheid bloot te leggen in de verscheidenheid kan de rechtswetenschap bijdragen aan het overzicht en inzicht van wetgever, rechter, bestuur en burger.

AB - Het samenstel van fundamentele rechtsbeginselen belichaamt de normatieve eenheid en consistentie in de enorme verscheidenheid die kenmerkend is voor het tegenwoordige positieve recht. De normatieve eenheid van het recht veronderstelt dat de verscheidenheid aan rechtsoordelen gezien moet worden alsof het een uitwerking is van een stel algemene rechtsbeginselen. Legitieme rechtsvorming veronderstelt respect voor deze algemene rechtsbeginselen. Algemene rechtsbeginselen hebben een activerende en een conserverende functie. Zij bevorderen de rechtsontwikkeling: hun afweging leidt tot de vorming van rechtsregels waardoor de verscheidenheid in het rechtssysteem groeit. Zij maken aldus divergentie mogelijk. Hun conserverende functie is echter tegelijkertijd een waarborg voor een zekere convergentie. Verscheidenheid in de normstelling dient gerechtvaardigd te worden. Het bestaan van een rechtsbeginsel zal langs inductieve weg achterhaald moeten worden. Uit de verscheidenheid wordt zo de eenheid gedestilleerd, waarna door deductie de betekenis van een beginsel in concreto - via regels naar rechtsoordelen - kan worden bepaald. Beginselen vormen tevens verbindende schakels tussen de verschillende rechtsgebieden. Zij krijgen in de context van een rechtsgebied een domeinspecifieke inkleuring. Als context zijn de concrete rechtsbetrekking en de daarbij betrokken belangen nog meer bepalend voor de betekenis die een beginsel door het proces van verbijzondering krijgt. Tot slot is betoogd dat een belangrijke taak van de rechtswetenschap de `zorg' voor rechtsbeginselen is. Daarmee rust op haar een bijzondere verantwoordelijkheid voor de normatieve - en ook conceptuele - eenheid en consistentie van het recht. Door zo de eenheid bloot te leggen in de verscheidenheid kan de rechtswetenschap bijdragen aan het overzicht en inzicht van wetgever, rechter, bestuur en burger.

M3 - Chapter

SN - 9026839693

T3 - SI-EUR

SP - 43

EP - 65

BT - Eenheid en verscheidenheid in recht en rechtswetenschap

A2 - Gaakeer, A.M.P.

A2 - Loth, M.A.

PB - Kluwer

CY - Deventer

ER -

Gribnau JLM. Eenheid en verscheidenheid door rechtsbeginselen. In Gaakeer AMP, Loth MA, editors, Eenheid en verscheidenheid in recht en rechtswetenschap. Deventer: Kluwer. 2002. p. 43-65. (SI-EUR; 28).