Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen

J.N. van Kesteren

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

In 2004 en 2007 zijn er een groot aantal werknemers van de Dienst Justitiële Inrichtingen schriftelijk ondervraagd over, onder andere, ervaringen met geweld, intimidatie en ongewenste seksuele aandacht op het werk in een periode van 12 maanden. In de antwoorden van de respondenten zijn logische inconsistenties ontdekt. Werknemers die eerst aangeven dat ze niet te maken hebben gehad met geweld geven even later in de vragenlijst aan dat ze licht of zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen als gevolg van geweld op het werk. Een toegevoegd probleem is dat er veel zwaar lichamelijk letsel wordt gerapporteerd, dergelijk letsel behoeft medische behandeling en leidt tot enig verzuim van het werk. Verzuim van het werk vanwege ziekte en letsel wordt nauwkeurig bijgehouden. INTERVICT, het kenniscentrum voor victimologie van de Universiteit van Tilburg, is gevraagd deze discrepanties te onderzoek en te beoordelen of deze de resultaten van de studie vertroebelen en of de (mogelijk) onbetrouwbare en niet valide items ook de rest van de studie negatief beïnvloeden. Allereerst is vastgesteld dat de discrepanties te groot zijn om af te doen als toevalseffecten door slordig invullen van de vragenlijst door de respondenten. Van de medewerkers DJI die in eerste instantie aangeven dat ze niet te maken hebben gehad met geweld geeft 15% even later wel aan dat ze licht of zwaar lichamelijk letsel te hebben opgelopen tengevolge van geweld op het werk. Slechts een deel daarvan is toe te schrijven aan slordig invullen of aan geheugen effecten, inherent aan survey methodologie. Dezelfde vragenlijst is in 2004 gebruikt, in de database daarvan werden dezelfde discrepanties tussen beide items aangetroffen. Er twee mogelijkheden. Óf er worden geweldsincidenten van buiten de werksfeer betrokken wanneer gevraagd wordt naar lichamelijk letsel, óf in eerdere vragen over geweld worden er incidenten niet als geweld ervaren, maar als dingen die, helaas, bij het werk binnen de Justitiële Inrichtingen horen. De vragen over geweld worden dan geïnterpreteerd als: bent u slachtoffer geweest van... Als even later naar lichamelijk letsel wordt gevraagd worden deze incidenten dan wel bij de beantwoording betrokken. Het tweede geval lijkt het meest aannemelijk. De gehele vragenlijst gaat over het werk, opeens bij een vraag dan incidenten van buiten het werk betrekken is niet aannemelijk. Bovendien, 15% letsel in een periode van 12 maanden tengevolge van geweld (buiten het werk) is wel heel erg veel. De bijkomende vraag hoe het kan dat door de respondenten meer zwaar letsel wordt gerapporteerd dan in de administratie over verzuim terug is te vinden. Deze vraag is met behulp van de gegevens niet te beantwoorden. De geregistreerde gegevens zijn op dit moment niet beschikbaar. Het meest waarschijnlijk is dat de ‘letsel’ vragen ruimer geïnterpreteerd worden door de respondenten dan de bedoeling was van de makers van de vragenlijst. Aanbevelingen. Bij het rapporteren van de onderzoeksg
Original languageDutch
Place of PublicationTilburg
PublisherUniversiteit van Tilburg
Publication statusPublished - 2008

Cite this

van Kesteren, J. N. (2008). Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen. Tilburg: Universiteit van Tilburg.
van Kesteren, J.N. / Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen. Tilburg : Universiteit van Tilburg, 2008.
@book{84ed5052ba4b4c7c93eb83138ce03e9e,
title = "Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justiti{\"e}le Inrichtingen",
abstract = "In 2004 en 2007 zijn er een groot aantal werknemers van de Dienst Justiti{\"e}le Inrichtingen schriftelijk ondervraagd over, onder andere, ervaringen met geweld, intimidatie en ongewenste seksuele aandacht op het werk in een periode van 12 maanden. In de antwoorden van de respondenten zijn logische inconsistenties ontdekt. Werknemers die eerst aangeven dat ze niet te maken hebben gehad met geweld geven even later in de vragenlijst aan dat ze licht of zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen als gevolg van geweld op het werk. Een toegevoegd probleem is dat er veel zwaar lichamelijk letsel wordt gerapporteerd, dergelijk letsel behoeft medische behandeling en leidt tot enig verzuim van het werk. Verzuim van het werk vanwege ziekte en letsel wordt nauwkeurig bijgehouden. INTERVICT, het kenniscentrum voor victimologie van de Universiteit van Tilburg, is gevraagd deze discrepanties te onderzoek en te beoordelen of deze de resultaten van de studie vertroebelen en of de (mogelijk) onbetrouwbare en niet valide items ook de rest van de studie negatief be{\"i}nvloeden. Allereerst is vastgesteld dat de discrepanties te groot zijn om af te doen als toevalseffecten door slordig invullen van de vragenlijst door de respondenten. Van de medewerkers DJI die in eerste instantie aangeven dat ze niet te maken hebben gehad met geweld geeft 15{\%} even later wel aan dat ze licht of zwaar lichamelijk letsel te hebben opgelopen tengevolge van geweld op het werk. Slechts een deel daarvan is toe te schrijven aan slordig invullen of aan geheugen effecten, inherent aan survey methodologie. Dezelfde vragenlijst is in 2004 gebruikt, in de database daarvan werden dezelfde discrepanties tussen beide items aangetroffen. Er twee mogelijkheden. {\'O}f er worden geweldsincidenten van buiten de werksfeer betrokken wanneer gevraagd wordt naar lichamelijk letsel, {\'o}f in eerdere vragen over geweld worden er incidenten niet als geweld ervaren, maar als dingen die, helaas, bij het werk binnen de Justiti{\"e}le Inrichtingen horen. De vragen over geweld worden dan ge{\"i}nterpreteerd als: bent u slachtoffer geweest van... Als even later naar lichamelijk letsel wordt gevraagd worden deze incidenten dan wel bij de beantwoording betrokken. Het tweede geval lijkt het meest aannemelijk. De gehele vragenlijst gaat over het werk, opeens bij een vraag dan incidenten van buiten het werk betrekken is niet aannemelijk. Bovendien, 15{\%} letsel in een periode van 12 maanden tengevolge van geweld (buiten het werk) is wel heel erg veel. De bijkomende vraag hoe het kan dat door de respondenten meer zwaar letsel wordt gerapporteerd dan in de administratie over verzuim terug is te vinden. Deze vraag is met behulp van de gegevens niet te beantwoorden. De geregistreerde gegevens zijn op dit moment niet beschikbaar. Het meest waarschijnlijk is dat de ‘letsel’ vragen ruimer ge{\"i}nterpreteerd worden door de respondenten dan de bedoeling was van de makers van de vragenlijst. Aanbevelingen. Bij het rapporteren van de onderzoeksg",
author = "{van Kesteren}, J.N.",
year = "2008",
language = "Dutch",
publisher = "Universiteit van Tilburg",

}

van Kesteren, JN 2008, Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen. Universiteit van Tilburg, Tilburg.

Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen. / van Kesteren, J.N.

Tilburg : Universiteit van Tilburg, 2008.

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen

AU - van Kesteren, J.N.

PY - 2008

Y1 - 2008

N2 - In 2004 en 2007 zijn er een groot aantal werknemers van de Dienst Justitiële Inrichtingen schriftelijk ondervraagd over, onder andere, ervaringen met geweld, intimidatie en ongewenste seksuele aandacht op het werk in een periode van 12 maanden. In de antwoorden van de respondenten zijn logische inconsistenties ontdekt. Werknemers die eerst aangeven dat ze niet te maken hebben gehad met geweld geven even later in de vragenlijst aan dat ze licht of zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen als gevolg van geweld op het werk. Een toegevoegd probleem is dat er veel zwaar lichamelijk letsel wordt gerapporteerd, dergelijk letsel behoeft medische behandeling en leidt tot enig verzuim van het werk. Verzuim van het werk vanwege ziekte en letsel wordt nauwkeurig bijgehouden. INTERVICT, het kenniscentrum voor victimologie van de Universiteit van Tilburg, is gevraagd deze discrepanties te onderzoek en te beoordelen of deze de resultaten van de studie vertroebelen en of de (mogelijk) onbetrouwbare en niet valide items ook de rest van de studie negatief beïnvloeden. Allereerst is vastgesteld dat de discrepanties te groot zijn om af te doen als toevalseffecten door slordig invullen van de vragenlijst door de respondenten. Van de medewerkers DJI die in eerste instantie aangeven dat ze niet te maken hebben gehad met geweld geeft 15% even later wel aan dat ze licht of zwaar lichamelijk letsel te hebben opgelopen tengevolge van geweld op het werk. Slechts een deel daarvan is toe te schrijven aan slordig invullen of aan geheugen effecten, inherent aan survey methodologie. Dezelfde vragenlijst is in 2004 gebruikt, in de database daarvan werden dezelfde discrepanties tussen beide items aangetroffen. Er twee mogelijkheden. Óf er worden geweldsincidenten van buiten de werksfeer betrokken wanneer gevraagd wordt naar lichamelijk letsel, óf in eerdere vragen over geweld worden er incidenten niet als geweld ervaren, maar als dingen die, helaas, bij het werk binnen de Justitiële Inrichtingen horen. De vragen over geweld worden dan geïnterpreteerd als: bent u slachtoffer geweest van... Als even later naar lichamelijk letsel wordt gevraagd worden deze incidenten dan wel bij de beantwoording betrokken. Het tweede geval lijkt het meest aannemelijk. De gehele vragenlijst gaat over het werk, opeens bij een vraag dan incidenten van buiten het werk betrekken is niet aannemelijk. Bovendien, 15% letsel in een periode van 12 maanden tengevolge van geweld (buiten het werk) is wel heel erg veel. De bijkomende vraag hoe het kan dat door de respondenten meer zwaar letsel wordt gerapporteerd dan in de administratie over verzuim terug is te vinden. Deze vraag is met behulp van de gegevens niet te beantwoorden. De geregistreerde gegevens zijn op dit moment niet beschikbaar. Het meest waarschijnlijk is dat de ‘letsel’ vragen ruimer geïnterpreteerd worden door de respondenten dan de bedoeling was van de makers van de vragenlijst. Aanbevelingen. Bij het rapporteren van de onderzoeksg

AB - In 2004 en 2007 zijn er een groot aantal werknemers van de Dienst Justitiële Inrichtingen schriftelijk ondervraagd over, onder andere, ervaringen met geweld, intimidatie en ongewenste seksuele aandacht op het werk in een periode van 12 maanden. In de antwoorden van de respondenten zijn logische inconsistenties ontdekt. Werknemers die eerst aangeven dat ze niet te maken hebben gehad met geweld geven even later in de vragenlijst aan dat ze licht of zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen als gevolg van geweld op het werk. Een toegevoegd probleem is dat er veel zwaar lichamelijk letsel wordt gerapporteerd, dergelijk letsel behoeft medische behandeling en leidt tot enig verzuim van het werk. Verzuim van het werk vanwege ziekte en letsel wordt nauwkeurig bijgehouden. INTERVICT, het kenniscentrum voor victimologie van de Universiteit van Tilburg, is gevraagd deze discrepanties te onderzoek en te beoordelen of deze de resultaten van de studie vertroebelen en of de (mogelijk) onbetrouwbare en niet valide items ook de rest van de studie negatief beïnvloeden. Allereerst is vastgesteld dat de discrepanties te groot zijn om af te doen als toevalseffecten door slordig invullen van de vragenlijst door de respondenten. Van de medewerkers DJI die in eerste instantie aangeven dat ze niet te maken hebben gehad met geweld geeft 15% even later wel aan dat ze licht of zwaar lichamelijk letsel te hebben opgelopen tengevolge van geweld op het werk. Slechts een deel daarvan is toe te schrijven aan slordig invullen of aan geheugen effecten, inherent aan survey methodologie. Dezelfde vragenlijst is in 2004 gebruikt, in de database daarvan werden dezelfde discrepanties tussen beide items aangetroffen. Er twee mogelijkheden. Óf er worden geweldsincidenten van buiten de werksfeer betrokken wanneer gevraagd wordt naar lichamelijk letsel, óf in eerdere vragen over geweld worden er incidenten niet als geweld ervaren, maar als dingen die, helaas, bij het werk binnen de Justitiële Inrichtingen horen. De vragen over geweld worden dan geïnterpreteerd als: bent u slachtoffer geweest van... Als even later naar lichamelijk letsel wordt gevraagd worden deze incidenten dan wel bij de beantwoording betrokken. Het tweede geval lijkt het meest aannemelijk. De gehele vragenlijst gaat over het werk, opeens bij een vraag dan incidenten van buiten het werk betrekken is niet aannemelijk. Bovendien, 15% letsel in een periode van 12 maanden tengevolge van geweld (buiten het werk) is wel heel erg veel. De bijkomende vraag hoe het kan dat door de respondenten meer zwaar letsel wordt gerapporteerd dan in de administratie over verzuim terug is te vinden. Deze vraag is met behulp van de gegevens niet te beantwoorden. De geregistreerde gegevens zijn op dit moment niet beschikbaar. Het meest waarschijnlijk is dat de ‘letsel’ vragen ruimer geïnterpreteerd worden door de respondenten dan de bedoeling was van de makers van de vragenlijst. Aanbevelingen. Bij het rapporteren van de onderzoeksg

M3 - Report

BT - Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen

PB - Universiteit van Tilburg

CY - Tilburg

ER -

van Kesteren JN. Evaluatie van de Monitor Agressie en Geweld voor de Dienst Justitiële Inrichtingen. Tilburg: Universiteit van Tilburg, 2008.