Fiscale aftrekbaarheid van aan-en verkoopkosten inzake deelnemingen; helaas nog steeds geen duidelijkheid

Frank Elsweier, R.J. de Vries, Annelotte Harteveld

Research output: Contribution to journalArticleProfessional

Abstract

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 7 december 2018 criteria gefor­muleerd met het oog op kosten die zodanig verband houden met de aan- en ver­koop van een (specifieke) deelneming dat zij ex art. 13 lid 1 Wet VPB 1969 als fiscaal niet aftrekbare aan- en verkoopkosten moeten worden be­schouwd. Echter, dit arrest heeft helaas veel onduidelijkheid gecreëerd. De voornaamste ondui­de­lijkheid is hoe vol­gens de Hoge Raad het – voor de aanwe­zig­heid van aan- en verkoop­kosten - vereiste verband tussen de gemaakte kos­ten en (specifieke) deel­nemingen moet worden ingevuld.­­ De wetsgeschiedenis en de eerder (lees: vóór 24 mei 2002) gewezen juris­pru­dentie met betrekking tot ‘reguliere’ bedrijfsmiddelen en het ‘bijzondere’ bedrijfsmiddel deelneming bie­den volgens de auteurs meer dan voldoende houvast voor een toerekeningscriterium op basis waarvan al­­leen de kosten die direct sa­menhangen met de aan- of verkooptransactie, onder de af­trekbe­per­king van art. 13 lid 1 Wet VPB 1969 kunnen dan wel zullen worden gerangschikt.
Original languageDutch
Article number2020/2/5
Pages (from-to)58-69
Number of pages12
JournalMBB: Belastingbeschouwingen: Onafhankelijk Maandblad voor Belastingrecht en Belastingpraktijk
VolumeJaargang 89
Issue number2020/2/5
Publication statusPublished - 1 Feb 2020

Keywords

  • aankoopkosten
  • verkoopkosten
  • deelnemingsvrijstelling

Cite this