Het belang van PRI-therapie voor professionele begeleiding

A.M.H. Bisschops

Research output: Contribution to journalArticleProfessional

316 Downloads (Pure)

Abstract

Ieder mens kent af en toe wel situaties, waarbij we zomaar ineens overvallen worden door buitenproportionele negatieve gevoelens. Het ene moment leiden we rustig ons leven en een andere moment zijn we ineens irrationeel bang. Of we voelen ons competent en capabel en worden dan plotseling overvallen door onverklaarbare gevoelens van tekort schieten, schaamte of twijfel. Of we zitten in een vergadering en merken dat we ineens extra ons best gaan doen om in de smaak te vallen. Of we maken een goede planning, maar laat deze ineens varen en treffen onszelf uren achter de TV, aan de bar of bij de ijskast aan. Kortom, allemaal situaties waarin je op het ene moment een redelijk denkende volwassene bent en op het andere moment ineens wel een kind lijkt. Vaak zijn het ook precies dit type problemen waar mensen onze hulp als supervisor, coach of andersoortige begeleider bij inroepen. Een supervisant is bijvoorbeeld buiten proporties bang voor conflicten en durft de confrontatie met een dominante collega niet aan te gaan. Een cliënt wil zijn tijd efficiënter gaan gebruiken, maar krijgt dat niet voor elkaar. Iemand anders merkt dat ze onnodig onzeker en gestresst is over de kwaliteit van haar werk. En zo zijn er vele voorbeelden te noemen. (zie ook Bisschops, 2005 en 2007a). Het is vaak moeilijk om mensen te helpen te veranderen, om hen zover te krijgen dat ze dingen anders gaan doen. Mensen handelen dikwijls sterk vanuit patronen en kunnen soms muurvast zitten in hun manieren van denken, van doen en van voelen. De snelle en diepgaande ontwikkelingen op het gebied van hersenonderzoek van de laatste jaren hebben veel inzicht opgeleverd in hoe het komt dat veranderen zo moeilijk is. En belangrijker nog: dit onderzoek maakt duidelijk hoe veranderingen in ongewenste gedragspatronen teweeg gebracht kunnen worden. In het navolgende bespreek ik een recent ontwikkelde psychotherapeutische methode die de nieuwste bevindingen uit dit hersenonderzoek integreert en die professioneel begeleiders een belangrijke aanvulling op ons werk kan bieden (par. 2). Vervolgens ga ik in paragraaf 3 kort in op hoe mijn collega’s en ik deze benadering in de pastorale opleiding aan onze studenten gebruiken en wat het effect ervan is. Tenslotte bespreek ik in paragraaf 4 het belang van deze benadering voor onszelf als begeleiders, voor onze cliënten en voor onze manier van werken. Ik sluit de tekst in par. 5 af met enkele conclusies.
Original languageDutch
Pages (from-to)40-49
Number of pages10
JournalSupervisie en Coaching. Tijdschrift voor begeleidingskunde
Volume25
Issue number1
Publication statusPublished - 2008

Cite this