Het bevel 'persoonlijk verschijnen' en de last 'medebrenging' voor het aanhoren van een uitspraak in strafzaken. Naar aanleiding van Mohammed B

F. van Laanen

    Research output: Contribution to journalArticleScientific

    738 Downloads (Pure)

    Abstract

    Op 21 juli 2005 werd in de media bericht dat de Rechtbank Amsterdam de verdachte Mohammed B. zou dwingen tot het aanhoren van de uitspraak in de strafzaak die tegen hem werd gevoerd, onder meer betreffende de moord op Theo van Gogh. De verdachte was al eerder verplicht om te verschijnen bij het onderzoek ter terechtzitting. De vraag rijst of voor een bevel om persoonlijk te verschijnen c.q. een last tot medebrenging om de aanwezigheid van de verdachte bij de uitspraak te verzekeren, steun in het recht valt te vinden. Schrijver betoogt met een beroep op art. 258 lid 6, 278 lid 2 en art. 363 lid 1 Sv dat dit niet het geval is: bevel en last mogen slechts worden gegeven om de aanwezigheid van de verdachte bij het onderzoek ter terechtzitting - de behandeling van zijn zaak aldaar - te bewerkstelligen.
    Original languageDutch
    Pages (from-to)1461-1462
    Number of pages2
    JournalNederlands Juristenblad
    Volume80
    Issue number28
    Publication statusPublished - 2005

    Cite this