Abstract
In 2010 werd door Nederland een belangrijke stap gezet ter bevordering van onafhankelijk toezicht op situaties van vrijheidsbeneming door het ratificeren van het Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (OPCAT) van de Verenigde Naties. Het OPCAT voorziet in een preventief systeem met periodieke bezoeken aan personen die van hun vrijheid zijn beroofd met het oogmerk de bescherming van deze personen tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing zo nodig te versterken. In dit systeem van toezicht speelt het nationaal preventiemechanisme (NPM) een belangrijke rol. Na ratificatie van het OPCAT door Nederland in december 2011 heeft het Nederlandse NPM lange tijd uit zowel nationale als internationale hoek veel kritiek gekregen. Daarbij werd aangegeven dat het NPM niet voldoet aan de eisen die aan NPM’s gesteld worden in het OPCAT. Per 1 april 2024 is het Nederlandse NPM in een nieuwe vorm gegoten en is het NPM mandaat belegd bij het College voor de Rechten van de Mens. De centrale vraag in dit artikel is of het huidige NPM voldoet aan de eisen die voortvloeien uit het OPCAT. Bij de beantwoording van deze vraag zal gekeken worden naar de inrichting, vormgeving en werkzaamheden van het NPM in het licht van de eisen die door het OPCAT aan NPM’s gesteld worden.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 214-229 |
| Journal | Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten|NJCM-Bulletin |
| Volume | 51 |
| Issue number | 2 |
| DOIs | |
| Publication status | Published - 2026 |
Keywords
- Nationaal Preventie Mechanisme
- NPM
- toezicht
- OPCAT
- vrijheidsbeneming/vrijheidsberoving
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver