Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland

Research output: Book/ReportReport

Abstract

1. Inhoud en reikwijdte van het onderzoek Er is de laatste jaren al veel geschreven over de doorwerking van het Europese gebiedenbeschermingsrecht in Nederland. Voor een belangrijk deel is dit te verklaren door de ‘gelaagdheid’ van de materie: a) er moeten gebieden aangewezen worden; b) het Europese beschermingsregime voor die gebieden (neergelegd in de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR)) moet in het nationale recht goed verankerd zijn; c) voor ieder gebied moeten instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd; d) voor de gebieden moeten beheersplannen worden opgesteld; e) de uitvoeringspraktijk moet met dit systeem leren werken, en f) op basis van monitoring moet voortdurend worden bezien of de gebieden hun bijdrage aan het Europese netwerk van natuurgebieden (Natura 2000) in voldoende mate leveren. Dit onderzoek richt zich primair op het werken met een landelijk doelendocument voor de Nederlandse bijdrage aan Natura 2000 en het formuleren van instandhoudingsdoelstellingen op gebiedsniveau (sub c.). In oktober 2005 heeft het ministerie van LNV een landelijk concept doelendocument gepubliceerd en in het licht van dit document worden alle Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden (hierna gemakshalve aangeduid als Speciale Beschermingszones (SBZ) of Natura 2000 gebieden) opnieuw aangewezen. Bij deze aanwijzing zullen het komende jaar (waarschijnlijk in twee tranches) voor ieder gebied instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd. Omdat deze doelstellingen een centrale rol spelen in het beschermingsregime voor die gebieden, gaat het om een cruciale fase in het vormgeven van een goede juridische bescherming van de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Vogelbescherming Nederland heeft de Universiteit van Tilburg daarom gevraagd onderzoek te doen naar enkele centrale vragen die zich ten aanzien van het onderwerp instandhoudingsdoelstellingen laten stellen. Deze vragen hebben betrekking op drie hoofdonderwerpen: - Landelijke doelstellingen als vertrekpunt voor de doelstellingen per gebied; - Tijdspad instandhoudingsdoelstellingen; - Referentieaantallen (soorten/habitattypen) en instandhoudingsdoelstellingen. De vragen, die in hoofdstuk 1 worden geformuleerd, zijn beantwoord op basis van een analyse van jurisprudentie, teksten van de richtlijnen, beleidsdocumenten en literatuur. Omdat de vragen en antwoorden onderling een zekere overlap vertonen, is er voor gekozen om in deze samenvatting de belangrijkste conclusies van dit onderzoek puntsgewijs op te nemen. Bij het gebruik van deze samenvatting moeten de volgende aspecten goed in gedachten worden gehouden: - De geformuleerde conclusies moeten in het licht van het gehele rapport worden gelezen; - De meeste onderzochte vragen zijn tot op heden niet expliciet door het Hof beantwoord. Het gaat bij dit onderzoek primair om een interpretatie van alle relevante bronnen (richtlijnen, jurisprudentie, beleidsdocumenten), waarbij uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat diverse onderwerpen in
Original languageDutch
Place of PublicationTilburg
PublisherCentrum voor wetgevingsvraagstukken UvT
Number of pages43
Publication statusPublished - 2006

Cite this

Bastmeijer, C. J., de Bruin, M. K., & Verschuuren, J. M. (2006). Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland. Tilburg: Centrum voor wetgevingsvraagstukken UvT.
Bastmeijer, C.J. ; de Bruin, M.K. ; Verschuuren, J.M. / Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland. Tilburg : Centrum voor wetgevingsvraagstukken UvT, 2006. 43 p.
@book{3bf0bab1ad5c4ecdaf3f92aae18e5c32,
title = "Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland",
abstract = "1. Inhoud en reikwijdte van het onderzoek Er is de laatste jaren al veel geschreven over de doorwerking van het Europese gebiedenbeschermingsrecht in Nederland. Voor een belangrijk deel is dit te verklaren door de ‘gelaagdheid’ van de materie: a) er moeten gebieden aangewezen worden; b) het Europese beschermingsregime voor die gebieden (neergelegd in de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR)) moet in het nationale recht goed verankerd zijn; c) voor ieder gebied moeten instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd; d) voor de gebieden moeten beheersplannen worden opgesteld; e) de uitvoeringspraktijk moet met dit systeem leren werken, en f) op basis van monitoring moet voortdurend worden bezien of de gebieden hun bijdrage aan het Europese netwerk van natuurgebieden (Natura 2000) in voldoende mate leveren. Dit onderzoek richt zich primair op het werken met een landelijk doelendocument voor de Nederlandse bijdrage aan Natura 2000 en het formuleren van instandhoudingsdoelstellingen op gebiedsniveau (sub c.). In oktober 2005 heeft het ministerie van LNV een landelijk concept doelendocument gepubliceerd en in het licht van dit document worden alle Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden (hierna gemakshalve aangeduid als Speciale Beschermingszones (SBZ) of Natura 2000 gebieden) opnieuw aangewezen. Bij deze aanwijzing zullen het komende jaar (waarschijnlijk in twee tranches) voor ieder gebied instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd. Omdat deze doelstellingen een centrale rol spelen in het beschermingsregime voor die gebieden, gaat het om een cruciale fase in het vormgeven van een goede juridische bescherming van de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Vogelbescherming Nederland heeft de Universiteit van Tilburg daarom gevraagd onderzoek te doen naar enkele centrale vragen die zich ten aanzien van het onderwerp instandhoudingsdoelstellingen laten stellen. Deze vragen hebben betrekking op drie hoofdonderwerpen: - Landelijke doelstellingen als vertrekpunt voor de doelstellingen per gebied; - Tijdspad instandhoudingsdoelstellingen; - Referentieaantallen (soorten/habitattypen) en instandhoudingsdoelstellingen. De vragen, die in hoofdstuk 1 worden geformuleerd, zijn beantwoord op basis van een analyse van jurisprudentie, teksten van de richtlijnen, beleidsdocumenten en literatuur. Omdat de vragen en antwoorden onderling een zekere overlap vertonen, is er voor gekozen om in deze samenvatting de belangrijkste conclusies van dit onderzoek puntsgewijs op te nemen. Bij het gebruik van deze samenvatting moeten de volgende aspecten goed in gedachten worden gehouden: - De geformuleerde conclusies moeten in het licht van het gehele rapport worden gelezen; - De meeste onderzochte vragen zijn tot op heden niet expliciet door het Hof beantwoord. Het gaat bij dit onderzoek primair om een interpretatie van alle relevante bronnen (richtlijnen, jurisprudentie, beleidsdocumenten), waarbij uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat diverse onderwerpen in",
author = "C.J. Bastmeijer and {de Bruin}, M.K. and J.M. Verschuuren",
note = "Pagination: 43",
year = "2006",
language = "Dutch",
publisher = "Centrum voor wetgevingsvraagstukken UvT",

}

Bastmeijer, CJ, de Bruin, MK & Verschuuren, JM 2006, Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland. Centrum voor wetgevingsvraagstukken UvT, Tilburg.

Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland. / Bastmeijer, C.J.; de Bruin, M.K.; Verschuuren, J.M.

Tilburg : Centrum voor wetgevingsvraagstukken UvT, 2006. 43 p.

Research output: Book/ReportReport

TY - BOOK

T1 - Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland

AU - Bastmeijer, C.J.

AU - de Bruin, M.K.

AU - Verschuuren, J.M.

N1 - Pagination: 43

PY - 2006

Y1 - 2006

N2 - 1. Inhoud en reikwijdte van het onderzoek Er is de laatste jaren al veel geschreven over de doorwerking van het Europese gebiedenbeschermingsrecht in Nederland. Voor een belangrijk deel is dit te verklaren door de ‘gelaagdheid’ van de materie: a) er moeten gebieden aangewezen worden; b) het Europese beschermingsregime voor die gebieden (neergelegd in de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR)) moet in het nationale recht goed verankerd zijn; c) voor ieder gebied moeten instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd; d) voor de gebieden moeten beheersplannen worden opgesteld; e) de uitvoeringspraktijk moet met dit systeem leren werken, en f) op basis van monitoring moet voortdurend worden bezien of de gebieden hun bijdrage aan het Europese netwerk van natuurgebieden (Natura 2000) in voldoende mate leveren. Dit onderzoek richt zich primair op het werken met een landelijk doelendocument voor de Nederlandse bijdrage aan Natura 2000 en het formuleren van instandhoudingsdoelstellingen op gebiedsniveau (sub c.). In oktober 2005 heeft het ministerie van LNV een landelijk concept doelendocument gepubliceerd en in het licht van dit document worden alle Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden (hierna gemakshalve aangeduid als Speciale Beschermingszones (SBZ) of Natura 2000 gebieden) opnieuw aangewezen. Bij deze aanwijzing zullen het komende jaar (waarschijnlijk in twee tranches) voor ieder gebied instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd. Omdat deze doelstellingen een centrale rol spelen in het beschermingsregime voor die gebieden, gaat het om een cruciale fase in het vormgeven van een goede juridische bescherming van de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Vogelbescherming Nederland heeft de Universiteit van Tilburg daarom gevraagd onderzoek te doen naar enkele centrale vragen die zich ten aanzien van het onderwerp instandhoudingsdoelstellingen laten stellen. Deze vragen hebben betrekking op drie hoofdonderwerpen: - Landelijke doelstellingen als vertrekpunt voor de doelstellingen per gebied; - Tijdspad instandhoudingsdoelstellingen; - Referentieaantallen (soorten/habitattypen) en instandhoudingsdoelstellingen. De vragen, die in hoofdstuk 1 worden geformuleerd, zijn beantwoord op basis van een analyse van jurisprudentie, teksten van de richtlijnen, beleidsdocumenten en literatuur. Omdat de vragen en antwoorden onderling een zekere overlap vertonen, is er voor gekozen om in deze samenvatting de belangrijkste conclusies van dit onderzoek puntsgewijs op te nemen. Bij het gebruik van deze samenvatting moeten de volgende aspecten goed in gedachten worden gehouden: - De geformuleerde conclusies moeten in het licht van het gehele rapport worden gelezen; - De meeste onderzochte vragen zijn tot op heden niet expliciet door het Hof beantwoord. Het gaat bij dit onderzoek primair om een interpretatie van alle relevante bronnen (richtlijnen, jurisprudentie, beleidsdocumenten), waarbij uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat diverse onderwerpen in

AB - 1. Inhoud en reikwijdte van het onderzoek Er is de laatste jaren al veel geschreven over de doorwerking van het Europese gebiedenbeschermingsrecht in Nederland. Voor een belangrijk deel is dit te verklaren door de ‘gelaagdheid’ van de materie: a) er moeten gebieden aangewezen worden; b) het Europese beschermingsregime voor die gebieden (neergelegd in de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR)) moet in het nationale recht goed verankerd zijn; c) voor ieder gebied moeten instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd; d) voor de gebieden moeten beheersplannen worden opgesteld; e) de uitvoeringspraktijk moet met dit systeem leren werken, en f) op basis van monitoring moet voortdurend worden bezien of de gebieden hun bijdrage aan het Europese netwerk van natuurgebieden (Natura 2000) in voldoende mate leveren. Dit onderzoek richt zich primair op het werken met een landelijk doelendocument voor de Nederlandse bijdrage aan Natura 2000 en het formuleren van instandhoudingsdoelstellingen op gebiedsniveau (sub c.). In oktober 2005 heeft het ministerie van LNV een landelijk concept doelendocument gepubliceerd en in het licht van dit document worden alle Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden (hierna gemakshalve aangeduid als Speciale Beschermingszones (SBZ) of Natura 2000 gebieden) opnieuw aangewezen. Bij deze aanwijzing zullen het komende jaar (waarschijnlijk in twee tranches) voor ieder gebied instandhoudingsdoelstellingen worden geformuleerd. Omdat deze doelstellingen een centrale rol spelen in het beschermingsregime voor die gebieden, gaat het om een cruciale fase in het vormgeven van een goede juridische bescherming van de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Vogelbescherming Nederland heeft de Universiteit van Tilburg daarom gevraagd onderzoek te doen naar enkele centrale vragen die zich ten aanzien van het onderwerp instandhoudingsdoelstellingen laten stellen. Deze vragen hebben betrekking op drie hoofdonderwerpen: - Landelijke doelstellingen als vertrekpunt voor de doelstellingen per gebied; - Tijdspad instandhoudingsdoelstellingen; - Referentieaantallen (soorten/habitattypen) en instandhoudingsdoelstellingen. De vragen, die in hoofdstuk 1 worden geformuleerd, zijn beantwoord op basis van een analyse van jurisprudentie, teksten van de richtlijnen, beleidsdocumenten en literatuur. Omdat de vragen en antwoorden onderling een zekere overlap vertonen, is er voor gekozen om in deze samenvatting de belangrijkste conclusies van dit onderzoek puntsgewijs op te nemen. Bij het gebruik van deze samenvatting moeten de volgende aspecten goed in gedachten worden gehouden: - De geformuleerde conclusies moeten in het licht van het gehele rapport worden gelezen; - De meeste onderzochte vragen zijn tot op heden niet expliciet door het Hof beantwoord. Het gaat bij dit onderzoek primair om een interpretatie van alle relevante bronnen (richtlijnen, jurisprudentie, beleidsdocumenten), waarbij uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat diverse onderwerpen in

M3 - Report

BT - Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland

PB - Centrum voor wetgevingsvraagstukken UvT

CY - Tilburg

ER -

Bastmeijer CJ, de Bruin MK, Verschuuren JM. Juridische toets doelensystematiek Natura 2000 in Nederland. Tilburg: Centrum voor wetgevingsvraagstukken UvT, 2006. 43 p.