Lexicon grounding on mobile robots

Research output: ThesisDoctoral ThesisScientific

140 Downloads (Pure)

Abstract

zelfde over de segmenten die hij als mogelijk onderwerp beschouwt. Welke segmenten dit zijn hangt af van het soort taalspel dat gespeeld wordt. Er worden vier verschillende taalspellen ge\"introduceerd. Als beide robots een betekenis hebben gevonden, zal de spreker in zijn lexicon een woord-betekenis associatie zoeken de bij de betekenis van het onderwerp past. Afhankelijk van de bijbehorende betekenis kiest de luisteraar zijn onderwerp. Het bijbehorende woord wordt doorgegeven aan de luisteraar. De luisteraar zoekt op zijn beurt in het lexicon naar een woord-betekenis associatie die bij het ontvangen woord past. Het taalspel is een succes wanneer een dergelijke communicatie tot stand komt en beide robots hetzelfde onderwerp hebben ge\"identificeerd. Er wordt beargumenteerd dat het symbol grounding problem is opgelost in de gegeven situatie als het taalspel succesvol is. Als het taalspel mislukt, dan wordt het lexicon uitgebreid zodat de robots in de toekomst wel succesvol kunnen zijn. Tevens worden er na elk taalspel associaties tussen woord en betekenis versterkt of verzwakt, afhankelijk van hun effectiviteit. Op deze wijze wordt het lexicon opgebouwd en zo georganiseerd dat de robots effectief met elkaar kunnen communiceren. Het model van de taalspellen wordt uitgelegd in hoofstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de eerste experimentele resultaten van een experiment besproken. Hoewel de robots er in zekere zin in slagen om het symbol grounding problem op te lossen, waren er nog een aantal problemen. Om deze problemen op te lossen worden een aantal methoden en parameters van het experiment uit hoofdstuk 4 gevarieerd om te onderzoeken wat hun invloed is op het succes van de experimenten. De resultaten van deze experimenten worden in hoofdstuk 5 besproken. Tevens worden er experimenten gedaan met de overige drie taalspellen. Waargenomen verbeteringen uit hoofdstuk 5 worden gecombineerd in een drietal experimenten die de meest optimale resultaten geven. Dit wordt in hoofdstuk 6 besproken. De drie experimenten betreffen twee verschillende taalspellen waarin de succesvolle combinaties van gedeelde aandacht en terugkoppeling worden onderzocht. In deze drie hoofdstukken volgt na elk experiment een korte discussie over de resultaten. Hoofdstuk 6 ten slotte bevat een uitgebreide discussie van de resultaten en worden er conclusies getrokken. De belangrijkste conclusie is dat het symbol grounding problem wordt opgelost in de gegeven experimentele opzet, waarbij een aantal aannames zijn gemaakt om een belangrijk technisch probleem op te lossen. De belangrijkste aanname hierbij is dat de robots in staat zouden zijn om technisch gezien gezamelijke hun aandacht te vestigen op een referent zonder lingu\"istische informatie. Het vestigen van deze aandacht, hetzij voor de communicatie, hetzij nadien ten behoeve van de terugkoppeling is onontbeerlijk voor het succes van de experimenten. Een interessante bevinding is dat ondanks dat een referent niet eenduidig geconceptualiseerd wordt en een woordvorm meerdere betekenissen kan hebben, de woordvormen toch meestal eenduidig naar een referent verwijzen. De resultaten laten verder zien dat de fysische condities van de experimenten, zoals verwacht van belang zijn voor het slagen ervan. Tot slot bespreekt dit hoofdstuk een aantal mogelijke toekomstige experimenten.
Original languageEnglish
QualificationDoctor of Philosophy
Place of PublicationBrussel
Publisher
Publication statusPublished - 2000
Externally publishedYes

Fingerprint

Lexicon
Grounding
Robot
Referent
Symbol Grounding
Experiment
Huns

Cite this

Vogt, P. A. (2000). Lexicon grounding on mobile robots. Brussel: Vrije Universiteit.
Vogt, P.A.. / Lexicon grounding on mobile robots. Brussel : Vrije Universiteit, 2000.
@phdthesis{c367eb73000f46468f51dc2533cf53b2,
title = "Lexicon grounding on mobile robots",
abstract = "zelfde over de segmenten die hij als mogelijk onderwerp beschouwt. Welke segmenten dit zijn hangt af van het soort taalspel dat gespeeld wordt. Er worden vier verschillende taalspellen ge\{"}introduceerd. Als beide robots een betekenis hebben gevonden, zal de spreker in zijn lexicon een woord-betekenis associatie zoeken de bij de betekenis van het onderwerp past. Afhankelijk van de bijbehorende betekenis kiest de luisteraar zijn onderwerp. Het bijbehorende woord wordt doorgegeven aan de luisteraar. De luisteraar zoekt op zijn beurt in het lexicon naar een woord-betekenis associatie die bij het ontvangen woord past. Het taalspel is een succes wanneer een dergelijke communicatie tot stand komt en beide robots hetzelfde onderwerp hebben ge\{"}identificeerd. Er wordt beargumenteerd dat het symbol grounding problem is opgelost in de gegeven situatie als het taalspel succesvol is. Als het taalspel mislukt, dan wordt het lexicon uitgebreid zodat de robots in de toekomst wel succesvol kunnen zijn. Tevens worden er na elk taalspel associaties tussen woord en betekenis versterkt of verzwakt, afhankelijk van hun effectiviteit. Op deze wijze wordt het lexicon opgebouwd en zo georganiseerd dat de robots effectief met elkaar kunnen communiceren. Het model van de taalspellen wordt uitgelegd in hoofstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de eerste experimentele resultaten van een experiment besproken. Hoewel de robots er in zekere zin in slagen om het symbol grounding problem op te lossen, waren er nog een aantal problemen. Om deze problemen op te lossen worden een aantal methoden en parameters van het experiment uit hoofdstuk 4 gevarieerd om te onderzoeken wat hun invloed is op het succes van de experimenten. De resultaten van deze experimenten worden in hoofdstuk 5 besproken. Tevens worden er experimenten gedaan met de overige drie taalspellen. Waargenomen verbeteringen uit hoofdstuk 5 worden gecombineerd in een drietal experimenten die de meest optimale resultaten geven. Dit wordt in hoofdstuk 6 besproken. De drie experimenten betreffen twee verschillende taalspellen waarin de succesvolle combinaties van gedeelde aandacht en terugkoppeling worden onderzocht. In deze drie hoofdstukken volgt na elk experiment een korte discussie over de resultaten. Hoofdstuk 6 ten slotte bevat een uitgebreide discussie van de resultaten en worden er conclusies getrokken. De belangrijkste conclusie is dat het symbol grounding problem wordt opgelost in de gegeven experimentele opzet, waarbij een aantal aannames zijn gemaakt om een belangrijk technisch probleem op te lossen. De belangrijkste aanname hierbij is dat de robots in staat zouden zijn om technisch gezien gezamelijke hun aandacht te vestigen op een referent zonder lingu\{"}istische informatie. Het vestigen van deze aandacht, hetzij voor de communicatie, hetzij nadien ten behoeve van de terugkoppeling is onontbeerlijk voor het succes van de experimenten. Een interessante bevinding is dat ondanks dat een referent niet eenduidig geconceptualiseerd wordt en een woordvorm meerdere betekenissen kan hebben, de woordvormen toch meestal eenduidig naar een referent verwijzen. De resultaten laten verder zien dat de fysische condities van de experimenten, zoals verwacht van belang zijn voor het slagen ervan. Tot slot bespreekt dit hoofdstuk een aantal mogelijke toekomstige experimenten.",
author = "P.A. Vogt",
year = "2000",
language = "English",
publisher = "Vrije Universiteit",

}

Vogt, PA 2000, 'Lexicon grounding on mobile robots', Doctor of Philosophy, Brussel.

Lexicon grounding on mobile robots. / Vogt, P.A.

Brussel : Vrije Universiteit, 2000.

Research output: ThesisDoctoral ThesisScientific

TY - THES

T1 - Lexicon grounding on mobile robots

AU - Vogt, P.A.

PY - 2000

Y1 - 2000

N2 - zelfde over de segmenten die hij als mogelijk onderwerp beschouwt. Welke segmenten dit zijn hangt af van het soort taalspel dat gespeeld wordt. Er worden vier verschillende taalspellen ge\"introduceerd. Als beide robots een betekenis hebben gevonden, zal de spreker in zijn lexicon een woord-betekenis associatie zoeken de bij de betekenis van het onderwerp past. Afhankelijk van de bijbehorende betekenis kiest de luisteraar zijn onderwerp. Het bijbehorende woord wordt doorgegeven aan de luisteraar. De luisteraar zoekt op zijn beurt in het lexicon naar een woord-betekenis associatie die bij het ontvangen woord past. Het taalspel is een succes wanneer een dergelijke communicatie tot stand komt en beide robots hetzelfde onderwerp hebben ge\"identificeerd. Er wordt beargumenteerd dat het symbol grounding problem is opgelost in de gegeven situatie als het taalspel succesvol is. Als het taalspel mislukt, dan wordt het lexicon uitgebreid zodat de robots in de toekomst wel succesvol kunnen zijn. Tevens worden er na elk taalspel associaties tussen woord en betekenis versterkt of verzwakt, afhankelijk van hun effectiviteit. Op deze wijze wordt het lexicon opgebouwd en zo georganiseerd dat de robots effectief met elkaar kunnen communiceren. Het model van de taalspellen wordt uitgelegd in hoofstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de eerste experimentele resultaten van een experiment besproken. Hoewel de robots er in zekere zin in slagen om het symbol grounding problem op te lossen, waren er nog een aantal problemen. Om deze problemen op te lossen worden een aantal methoden en parameters van het experiment uit hoofdstuk 4 gevarieerd om te onderzoeken wat hun invloed is op het succes van de experimenten. De resultaten van deze experimenten worden in hoofdstuk 5 besproken. Tevens worden er experimenten gedaan met de overige drie taalspellen. Waargenomen verbeteringen uit hoofdstuk 5 worden gecombineerd in een drietal experimenten die de meest optimale resultaten geven. Dit wordt in hoofdstuk 6 besproken. De drie experimenten betreffen twee verschillende taalspellen waarin de succesvolle combinaties van gedeelde aandacht en terugkoppeling worden onderzocht. In deze drie hoofdstukken volgt na elk experiment een korte discussie over de resultaten. Hoofdstuk 6 ten slotte bevat een uitgebreide discussie van de resultaten en worden er conclusies getrokken. De belangrijkste conclusie is dat het symbol grounding problem wordt opgelost in de gegeven experimentele opzet, waarbij een aantal aannames zijn gemaakt om een belangrijk technisch probleem op te lossen. De belangrijkste aanname hierbij is dat de robots in staat zouden zijn om technisch gezien gezamelijke hun aandacht te vestigen op een referent zonder lingu\"istische informatie. Het vestigen van deze aandacht, hetzij voor de communicatie, hetzij nadien ten behoeve van de terugkoppeling is onontbeerlijk voor het succes van de experimenten. Een interessante bevinding is dat ondanks dat een referent niet eenduidig geconceptualiseerd wordt en een woordvorm meerdere betekenissen kan hebben, de woordvormen toch meestal eenduidig naar een referent verwijzen. De resultaten laten verder zien dat de fysische condities van de experimenten, zoals verwacht van belang zijn voor het slagen ervan. Tot slot bespreekt dit hoofdstuk een aantal mogelijke toekomstige experimenten.

AB - zelfde over de segmenten die hij als mogelijk onderwerp beschouwt. Welke segmenten dit zijn hangt af van het soort taalspel dat gespeeld wordt. Er worden vier verschillende taalspellen ge\"introduceerd. Als beide robots een betekenis hebben gevonden, zal de spreker in zijn lexicon een woord-betekenis associatie zoeken de bij de betekenis van het onderwerp past. Afhankelijk van de bijbehorende betekenis kiest de luisteraar zijn onderwerp. Het bijbehorende woord wordt doorgegeven aan de luisteraar. De luisteraar zoekt op zijn beurt in het lexicon naar een woord-betekenis associatie die bij het ontvangen woord past. Het taalspel is een succes wanneer een dergelijke communicatie tot stand komt en beide robots hetzelfde onderwerp hebben ge\"identificeerd. Er wordt beargumenteerd dat het symbol grounding problem is opgelost in de gegeven situatie als het taalspel succesvol is. Als het taalspel mislukt, dan wordt het lexicon uitgebreid zodat de robots in de toekomst wel succesvol kunnen zijn. Tevens worden er na elk taalspel associaties tussen woord en betekenis versterkt of verzwakt, afhankelijk van hun effectiviteit. Op deze wijze wordt het lexicon opgebouwd en zo georganiseerd dat de robots effectief met elkaar kunnen communiceren. Het model van de taalspellen wordt uitgelegd in hoofstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de eerste experimentele resultaten van een experiment besproken. Hoewel de robots er in zekere zin in slagen om het symbol grounding problem op te lossen, waren er nog een aantal problemen. Om deze problemen op te lossen worden een aantal methoden en parameters van het experiment uit hoofdstuk 4 gevarieerd om te onderzoeken wat hun invloed is op het succes van de experimenten. De resultaten van deze experimenten worden in hoofdstuk 5 besproken. Tevens worden er experimenten gedaan met de overige drie taalspellen. Waargenomen verbeteringen uit hoofdstuk 5 worden gecombineerd in een drietal experimenten die de meest optimale resultaten geven. Dit wordt in hoofdstuk 6 besproken. De drie experimenten betreffen twee verschillende taalspellen waarin de succesvolle combinaties van gedeelde aandacht en terugkoppeling worden onderzocht. In deze drie hoofdstukken volgt na elk experiment een korte discussie over de resultaten. Hoofdstuk 6 ten slotte bevat een uitgebreide discussie van de resultaten en worden er conclusies getrokken. De belangrijkste conclusie is dat het symbol grounding problem wordt opgelost in de gegeven experimentele opzet, waarbij een aantal aannames zijn gemaakt om een belangrijk technisch probleem op te lossen. De belangrijkste aanname hierbij is dat de robots in staat zouden zijn om technisch gezien gezamelijke hun aandacht te vestigen op een referent zonder lingu\"istische informatie. Het vestigen van deze aandacht, hetzij voor de communicatie, hetzij nadien ten behoeve van de terugkoppeling is onontbeerlijk voor het succes van de experimenten. Een interessante bevinding is dat ondanks dat een referent niet eenduidig geconceptualiseerd wordt en een woordvorm meerdere betekenissen kan hebben, de woordvormen toch meestal eenduidig naar een referent verwijzen. De resultaten laten verder zien dat de fysische condities van de experimenten, zoals verwacht van belang zijn voor het slagen ervan. Tot slot bespreekt dit hoofdstuk een aantal mogelijke toekomstige experimenten.

M3 - Doctoral Thesis

PB - Vrije Universiteit

CY - Brussel

ER -

Vogt PA. Lexicon grounding on mobile robots. Brussel: Vrije Universiteit, 2000.