Abstract
Artikel 48 lid 1 van het Verdrag van Istanbul verbiedt verplichte mediation en andere vormen van alternatieve geschilbeslechting in zaken waarin sprake is van huiselijk geweld, alsmede een praktijk waarin deelname aan dergelijke trajecten van slachtoffers wordt verwacht. Dit artikel beantwoordt de vraag in hoeverre de Nederlandse familierechtelijke praktijk in gezags- en omgangskwesties op dit moment voldoet aan deze internationale verboden. Aan de hand van o.a. GREVIO-rapporten en een analyse van beleidsdocumenten, doelgroepselectiecriteria van jeugdinterventies en jurisprudentie wordt geconcludeerd dat de naleving van artikel 48 lid 1 van het Verdrag op dit moment onvoldoende is.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | FJR 2026/24 |
| Pages (from-to) | 140-148 |
| Number of pages | 9 |
| Journal | Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht |
| Volume | 2026 |
| Issue number | 4 |
| Publication status | Published - 17 Mar 2026 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver