Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases

Joep Schoemaker

Research output: ThesisDoctoral ThesisScientific

26 Downloads (Pure)

Abstract

Klinisch onderzoek bij het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen tegen neuropsychiatrische ziekten (zoals schizofrenie en depressie) is vaak niet optimaal en doorgaans moeilijk te verbeteren. Dit komt door een moeizame diagnose van ziektebeelden, die vrijwel altijd uit meerdere symptomen bestaan en waarvan de relatieve ernst lastig is te meten, zo schrijft Joep Schoemaker in zijn proefschrift, getiteld ‘Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases’.
De auteur, jarenlang werkzaam geweest als onderzoeksleider binnen de farmaceutische industrie, heeft in zijn proefschrift vier klinische studies opgenomen die vanuit verschillende invalshoeken waren opgezet om in een zo kort mogelijke tijd duidelijkheid te verkrijgen over de werking en verdraagbaarheid van nieuwe proefmedicijnen tegen symptomen van depressie en schizofrenie. Daarnaast heeft hij nader onderzocht waarom depressieve patiënten vaak goed reageren op een placebo (nepmiddel) en menig schizofrene patiënt vervroegd uit een studie stapt terwijl de medicatie vaak toch goed lijkt aan te slaan. Immers, wanneer veel patiënten verbeteren op placebo of vroeg wensen te stoppen met deelname aan een studie maakt dat de interpretatie van resultaten extra lastig, zo niet ondoenlijk.

De rol van de patiënt
De meetbaarheid van geneesmiddelwerking (en daarmee de efficiëntie van klinisch onderzoek) wordt in belangrijke mate bepaald door de mate waarin patiënten gemotiveerd zijn om aan dubbelblinde studies deel te nemen. Bijna 1500 patiënten met schizofrenie werden bereid gevonden om 12 tot 52 weken lang deel te nemen aan in het proefschrift beschreven klinische studies, waarbij hun oude medicatie kon blijven worden gebruikt of inname van het testmiddel bij succesvolle afronding van de hoofdstudie kon worden voortgezet. Twee maatregelen die voor veel patiënten aantrekkelijk zijn.

Het belang van goede onderzoeksmethodes
Zuivere metingen stellen vaak erg hoge eisen aan de onderzoeksopzet, die uiteindelijk in haar geheel als te kostbaar kan worden beschouwd. In het proefschrift worden twee voorbeelden gegeven van studie-bezuinigingen, die uiteindelijk kunnen leiden tot slecht interpreteerbare resultaten en de noodzaak tot kostbare herhaling van onderzoek. Zo werd verzuimd om in een Japanse studie een placebo-arm mee te nemen, waardoor de autoriteiten uiteindelijk onvoldoende waren overtuigd van de werking van het oorspronkelijk Europese antidepressivum om het tot de Japanse markt toe te laten. Een tweede voorbeeld betreft additionele metingen en analyses die meestal achterwege worden gelaten, maar het in een gerapporteerde studie mogelijk maakten om een zwakke verbetering op lage doses van het testmiddel als toevallig resultaat af te doen en verdere ontwikkeling stop te zetten. Aan de hand van uitgebreid literatuuronderzoek en post-hoc analyses konden uiteindelijk geen patiënt- of studiekarakteristieken worden aangewezen die verband houden met placebo respons in depressie of het besluit van schizofreniepatiënten om voortijdig uit een studie te stappen.

Conclusies
Placebo-gecontroleerd onderzoek blijft de norm voor het aantonen van de werkzaamheid van nieuwe geneesmiddelen. Bij de opzet van dubbelblinde studies dient te worden gecompenseerd voor respons op placebo en voortijdige patiënt-uitval door middel van een verhoogde steekproefgrootte. Tijdens de vroege klinische fase is het wenselijk om iedere vorm van ruis weg te nemen door middel van verscherpte meettechnieken. Grootschalige, naturalistische studies kunnen een overtuigend beeld geven van de toegevoegde waarde van een nieuw geneesmiddel. Dubbelblinde verleng-studies laten toe om de effectiviteit van een proefmedicijn op lange termijn in kaart te brengen. De bereidwilligheid van farmaceutische bedrijven om alle onderzoeksgegevens publiekelijk toegankelijk te maken kan verder bijdragen tot een verbetering van onderzoeksmethoden in neuropsychiatrische aandoeningen.
Original languageEnglish
QualificationDoctor of Philosophy
Supervisors/Advisors
  • Vingerhoets, Ad, Promotor
  • Emsley, Robin, Promotor, External person
  • De Hert, M., Member PhD commission, External person
  • Kop, Willem, Member PhD commission
  • Loonen, A.J.M., Member PhD commission, External person
  • Sitsen, Ad, Member PhD commission, External person
  • Swinkels, J.A., Member PhD commission, External person
Award date10 Oct 2018
Place of PublicationEde
Publisher
Print ISBNs978-94-6332-384-0
Publication statusPublished - 2018

Fingerprint

Drugs
Placebo
Mate
Dose
Leiden
Auteur
Language
Huns

Cite this

Schoemaker, J. (2018). Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases. Ede: GVO drukkers & vormgevers B.V. | Ponsen & Looijen.
Schoemaker, Joep. / Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases. Ede : GVO drukkers & vormgevers B.V. | Ponsen & Looijen, 2018. 200 p.
@phdthesis{e5046271f9ca4f209836d7bc0c902213,
title = "Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases",
abstract = "Klinisch onderzoek bij het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen tegen neuropsychiatrische ziekten (zoals schizofrenie en depressie) is vaak niet optimaal en doorgaans moeilijk te verbeteren. Dit komt door een moeizame diagnose van ziektebeelden, die vrijwel altijd uit meerdere symptomen bestaan en waarvan de relatieve ernst lastig is te meten, zo schrijft Joep Schoemaker in zijn proefschrift, getiteld ‘Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases’. De auteur, jarenlang werkzaam geweest als onderzoeksleider binnen de farmaceutische industrie, heeft in zijn proefschrift vier klinische studies opgenomen die vanuit verschillende invalshoeken waren opgezet om in een zo kort mogelijke tijd duidelijkheid te verkrijgen over de werking en verdraagbaarheid van nieuwe proefmedicijnen tegen symptomen van depressie en schizofrenie. Daarnaast heeft hij nader onderzocht waarom depressieve pati{\"e}nten vaak goed reageren op een placebo (nepmiddel) en menig schizofrene pati{\"e}nt vervroegd uit een studie stapt terwijl de medicatie vaak toch goed lijkt aan te slaan. Immers, wanneer veel pati{\"e}nten verbeteren op placebo of vroeg wensen te stoppen met deelname aan een studie maakt dat de interpretatie van resultaten extra lastig, zo niet ondoenlijk. De rol van de pati{\"e}ntDe meetbaarheid van geneesmiddelwerking (en daarmee de effici{\"e}ntie van klinisch onderzoek) wordt in belangrijke mate bepaald door de mate waarin pati{\"e}nten gemotiveerd zijn om aan dubbelblinde studies deel te nemen. Bijna 1500 pati{\"e}nten met schizofrenie werden bereid gevonden om 12 tot 52 weken lang deel te nemen aan in het proefschrift beschreven klinische studies, waarbij hun oude medicatie kon blijven worden gebruikt of inname van het testmiddel bij succesvolle afronding van de hoofdstudie kon worden voortgezet. Twee maatregelen die voor veel pati{\"e}nten aantrekkelijk zijn. Het belang van goede onderzoeksmethodesZuivere metingen stellen vaak erg hoge eisen aan de onderzoeksopzet, die uiteindelijk in haar geheel als te kostbaar kan worden beschouwd. In het proefschrift worden twee voorbeelden gegeven van studie-bezuinigingen, die uiteindelijk kunnen leiden tot slecht interpreteerbare resultaten en de noodzaak tot kostbare herhaling van onderzoek. Zo werd verzuimd om in een Japanse studie een placebo-arm mee te nemen, waardoor de autoriteiten uiteindelijk onvoldoende waren overtuigd van de werking van het oorspronkelijk Europese antidepressivum om het tot de Japanse markt toe te laten. Een tweede voorbeeld betreft additionele metingen en analyses die meestal achterwege worden gelaten, maar het in een gerapporteerde studie mogelijk maakten om een zwakke verbetering op lage doses van het testmiddel als toevallig resultaat af te doen en verdere ontwikkeling stop te zetten. Aan de hand van uitgebreid literatuuronderzoek en post-hoc analyses konden uiteindelijk geen pati{\"e}nt- of studiekarakteristieken worden aangewezen die verband houden met placebo respons in depressie of het besluit van schizofreniepati{\"e}nten om voortijdig uit een studie te stappen.ConclusiesPlacebo-gecontroleerd onderzoek blijft de norm voor het aantonen van de werkzaamheid van nieuwe geneesmiddelen. Bij de opzet van dubbelblinde studies dient te worden gecompenseerd voor respons op placebo en voortijdige pati{\"e}nt-uitval door middel van een verhoogde steekproefgrootte. Tijdens de vroege klinische fase is het wenselijk om iedere vorm van ruis weg te nemen door middel van verscherpte meettechnieken. Grootschalige, naturalistische studies kunnen een overtuigend beeld geven van de toegevoegde waarde van een nieuw geneesmiddel. Dubbelblinde verleng-studies laten toe om de effectiviteit van een proefmedicijn op lange termijn in kaart te brengen. De bereidwilligheid van farmaceutische bedrijven om alle onderzoeksgegevens publiekelijk toegankelijk te maken kan verder bijdragen tot een verbetering van onderzoeksmethoden in neuropsychiatrische aandoeningen.",
author = "Joep Schoemaker",
year = "2018",
language = "English",
isbn = "978-94-6332-384-0",
publisher = "GVO drukkers & vormgevers B.V. | Ponsen & Looijen",

}

Schoemaker, J 2018, 'Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases', Doctor of Philosophy, Ede.

Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases. / Schoemaker, Joep.

Ede : GVO drukkers & vormgevers B.V. | Ponsen & Looijen, 2018. 200 p.

Research output: ThesisDoctoral ThesisScientific

TY - THES

T1 - Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases

AU - Schoemaker, Joep

PY - 2018

Y1 - 2018

N2 - Klinisch onderzoek bij het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen tegen neuropsychiatrische ziekten (zoals schizofrenie en depressie) is vaak niet optimaal en doorgaans moeilijk te verbeteren. Dit komt door een moeizame diagnose van ziektebeelden, die vrijwel altijd uit meerdere symptomen bestaan en waarvan de relatieve ernst lastig is te meten, zo schrijft Joep Schoemaker in zijn proefschrift, getiteld ‘Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases’. De auteur, jarenlang werkzaam geweest als onderzoeksleider binnen de farmaceutische industrie, heeft in zijn proefschrift vier klinische studies opgenomen die vanuit verschillende invalshoeken waren opgezet om in een zo kort mogelijke tijd duidelijkheid te verkrijgen over de werking en verdraagbaarheid van nieuwe proefmedicijnen tegen symptomen van depressie en schizofrenie. Daarnaast heeft hij nader onderzocht waarom depressieve patiënten vaak goed reageren op een placebo (nepmiddel) en menig schizofrene patiënt vervroegd uit een studie stapt terwijl de medicatie vaak toch goed lijkt aan te slaan. Immers, wanneer veel patiënten verbeteren op placebo of vroeg wensen te stoppen met deelname aan een studie maakt dat de interpretatie van resultaten extra lastig, zo niet ondoenlijk. De rol van de patiëntDe meetbaarheid van geneesmiddelwerking (en daarmee de efficiëntie van klinisch onderzoek) wordt in belangrijke mate bepaald door de mate waarin patiënten gemotiveerd zijn om aan dubbelblinde studies deel te nemen. Bijna 1500 patiënten met schizofrenie werden bereid gevonden om 12 tot 52 weken lang deel te nemen aan in het proefschrift beschreven klinische studies, waarbij hun oude medicatie kon blijven worden gebruikt of inname van het testmiddel bij succesvolle afronding van de hoofdstudie kon worden voortgezet. Twee maatregelen die voor veel patiënten aantrekkelijk zijn. Het belang van goede onderzoeksmethodesZuivere metingen stellen vaak erg hoge eisen aan de onderzoeksopzet, die uiteindelijk in haar geheel als te kostbaar kan worden beschouwd. In het proefschrift worden twee voorbeelden gegeven van studie-bezuinigingen, die uiteindelijk kunnen leiden tot slecht interpreteerbare resultaten en de noodzaak tot kostbare herhaling van onderzoek. Zo werd verzuimd om in een Japanse studie een placebo-arm mee te nemen, waardoor de autoriteiten uiteindelijk onvoldoende waren overtuigd van de werking van het oorspronkelijk Europese antidepressivum om het tot de Japanse markt toe te laten. Een tweede voorbeeld betreft additionele metingen en analyses die meestal achterwege worden gelaten, maar het in een gerapporteerde studie mogelijk maakten om een zwakke verbetering op lage doses van het testmiddel als toevallig resultaat af te doen en verdere ontwikkeling stop te zetten. Aan de hand van uitgebreid literatuuronderzoek en post-hoc analyses konden uiteindelijk geen patiënt- of studiekarakteristieken worden aangewezen die verband houden met placebo respons in depressie of het besluit van schizofreniepatiënten om voortijdig uit een studie te stappen.ConclusiesPlacebo-gecontroleerd onderzoek blijft de norm voor het aantonen van de werkzaamheid van nieuwe geneesmiddelen. Bij de opzet van dubbelblinde studies dient te worden gecompenseerd voor respons op placebo en voortijdige patiënt-uitval door middel van een verhoogde steekproefgrootte. Tijdens de vroege klinische fase is het wenselijk om iedere vorm van ruis weg te nemen door middel van verscherpte meettechnieken. Grootschalige, naturalistische studies kunnen een overtuigend beeld geven van de toegevoegde waarde van een nieuw geneesmiddel. Dubbelblinde verleng-studies laten toe om de effectiviteit van een proefmedicijn op lange termijn in kaart te brengen. De bereidwilligheid van farmaceutische bedrijven om alle onderzoeksgegevens publiekelijk toegankelijk te maken kan verder bijdragen tot een verbetering van onderzoeksmethoden in neuropsychiatrische aandoeningen.

AB - Klinisch onderzoek bij het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen tegen neuropsychiatrische ziekten (zoals schizofrenie en depressie) is vaak niet optimaal en doorgaans moeilijk te verbeteren. Dit komt door een moeizame diagnose van ziektebeelden, die vrijwel altijd uit meerdere symptomen bestaan en waarvan de relatieve ernst lastig is te meten, zo schrijft Joep Schoemaker in zijn proefschrift, getiteld ‘Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases’. De auteur, jarenlang werkzaam geweest als onderzoeksleider binnen de farmaceutische industrie, heeft in zijn proefschrift vier klinische studies opgenomen die vanuit verschillende invalshoeken waren opgezet om in een zo kort mogelijke tijd duidelijkheid te verkrijgen over de werking en verdraagbaarheid van nieuwe proefmedicijnen tegen symptomen van depressie en schizofrenie. Daarnaast heeft hij nader onderzocht waarom depressieve patiënten vaak goed reageren op een placebo (nepmiddel) en menig schizofrene patiënt vervroegd uit een studie stapt terwijl de medicatie vaak toch goed lijkt aan te slaan. Immers, wanneer veel patiënten verbeteren op placebo of vroeg wensen te stoppen met deelname aan een studie maakt dat de interpretatie van resultaten extra lastig, zo niet ondoenlijk. De rol van de patiëntDe meetbaarheid van geneesmiddelwerking (en daarmee de efficiëntie van klinisch onderzoek) wordt in belangrijke mate bepaald door de mate waarin patiënten gemotiveerd zijn om aan dubbelblinde studies deel te nemen. Bijna 1500 patiënten met schizofrenie werden bereid gevonden om 12 tot 52 weken lang deel te nemen aan in het proefschrift beschreven klinische studies, waarbij hun oude medicatie kon blijven worden gebruikt of inname van het testmiddel bij succesvolle afronding van de hoofdstudie kon worden voortgezet. Twee maatregelen die voor veel patiënten aantrekkelijk zijn. Het belang van goede onderzoeksmethodesZuivere metingen stellen vaak erg hoge eisen aan de onderzoeksopzet, die uiteindelijk in haar geheel als te kostbaar kan worden beschouwd. In het proefschrift worden twee voorbeelden gegeven van studie-bezuinigingen, die uiteindelijk kunnen leiden tot slecht interpreteerbare resultaten en de noodzaak tot kostbare herhaling van onderzoek. Zo werd verzuimd om in een Japanse studie een placebo-arm mee te nemen, waardoor de autoriteiten uiteindelijk onvoldoende waren overtuigd van de werking van het oorspronkelijk Europese antidepressivum om het tot de Japanse markt toe te laten. Een tweede voorbeeld betreft additionele metingen en analyses die meestal achterwege worden gelaten, maar het in een gerapporteerde studie mogelijk maakten om een zwakke verbetering op lage doses van het testmiddel als toevallig resultaat af te doen en verdere ontwikkeling stop te zetten. Aan de hand van uitgebreid literatuuronderzoek en post-hoc analyses konden uiteindelijk geen patiënt- of studiekarakteristieken worden aangewezen die verband houden met placebo respons in depressie of het besluit van schizofreniepatiënten om voortijdig uit een studie te stappen.ConclusiesPlacebo-gecontroleerd onderzoek blijft de norm voor het aantonen van de werkzaamheid van nieuwe geneesmiddelen. Bij de opzet van dubbelblinde studies dient te worden gecompenseerd voor respons op placebo en voortijdige patiënt-uitval door middel van een verhoogde steekproefgrootte. Tijdens de vroege klinische fase is het wenselijk om iedere vorm van ruis weg te nemen door middel van verscherpte meettechnieken. Grootschalige, naturalistische studies kunnen een overtuigend beeld geven van de toegevoegde waarde van een nieuw geneesmiddel. Dubbelblinde verleng-studies laten toe om de effectiviteit van een proefmedicijn op lange termijn in kaart te brengen. De bereidwilligheid van farmaceutische bedrijven om alle onderzoeksgegevens publiekelijk toegankelijk te maken kan verder bijdragen tot een verbetering van onderzoeksmethoden in neuropsychiatrische aandoeningen.

M3 - Doctoral Thesis

SN - 978-94-6332-384-0

PB - GVO drukkers & vormgevers B.V. | Ponsen & Looijen

CY - Ede

ER -

Schoemaker J. Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases. Ede: GVO drukkers & vormgevers B.V. | Ponsen & Looijen, 2018. 200 p.