Noot bij: Centrale Raad van Beroep (18-04-2013)

B. van der Vorm

Research output: Memorandum/expositionCase noteProfessional

109 Downloads (Pure)

Abstract

Het college en de rechtbank hebben de twee gedragingen waaraan appellant zich heeft schuldig gemaakt terecht gekwalificeerd als zeer ernstig plichtsverzuim. Hierbij is in ogenschouw genomen dat appellant een functie bekleedt, waarin hij activiteiten organiseert en uitvoert waarbij kinderen aan zijn zorgen en toezicht worden toevertrouwd. Dat een van de gedragingen zich in de privésfeer afspeelde sluit niet uit dat deze gedraging plichtsverzuim kan opleveren. Hiervan is in dit geval sprake, nu van appellant gezien zijn functie mocht worden geëist dat hij (ook in
seksueel opzicht) van onbesproken gedrag is. Nu niet is gebleken dat de gedragingen niet aan appellant kunnen worden toegerekend, was het college bevoegd appellant een disciplinaire straf op te leggen.
Original languageDutch
Project No.11/5230 AW
File no.101
Finished18/04/13
Publication statusPublished - 2014

Publication series

NameAB Rechtspraak Bestuursrecht
No.12, p 642-649
Volume2014

Cite this

van der Vorm, B., (2014). Noot bij: Centrale Raad van Beroep (18-04-2013), No. 101, No. 11/5230 AW, Apr 18, 2013. (AB Rechtspraak Bestuursrecht; Vol. 2014, No. 12, p 642-649).
van der Vorm, B.. / Noot bij: Centrale Raad van Beroep (18-04-2013). No. 101, No. 11/5230 AW, 2014. Apr 18, 2013.
@misc{3f2e3bc6f01e4b0e8cd5fccc5ce1feff,
title = "Noot bij: Centrale Raad van Beroep (18-04-2013)",
abstract = "Het college en de rechtbank hebben de twee gedragingen waaraan appellant zich heeft schuldig gemaakt terecht gekwalificeerd als zeer ernstig plichtsverzuim. Hierbij is in ogenschouw genomen dat appellant een functie bekleedt, waarin hij activiteiten organiseert en uitvoert waarbij kinderen aan zijn zorgen en toezicht worden toevertrouwd. Dat een van de gedragingen zich in de priv{\'e}sfeer afspeelde sluit niet uit dat deze gedraging plichtsverzuim kan opleveren. Hiervan is in dit geval sprake, nu van appellant gezien zijn functie mocht worden ge{\"e}ist dat hij (ook inseksueel opzicht) van onbesproken gedrag is. Nu niet is gebleken dat de gedragingen niet aan appellant kunnen worden toegerekend, was het college bevoegd appellant een disciplinaire straf op te leggen.",
author = "{van der Vorm}, B.",
year = "2014",
language = "Dutch",
series = "AB Rechtspraak Bestuursrecht",
number = "12, p 642-649",

}

van der Vorm, B 2014, 'Noot bij: Centrale Raad van Beroep (18-04-2013)', no. 101, No. 11/5230 AW, Apr 18, 2013. AB Rechtspraak Bestuursrecht, no. 12, p 642-649, vol. 2014.

Noot bij: Centrale Raad van Beroep (18-04-2013). / van der Vorm, B.

No. 101, No. 11/5230 AW, 2014. Apr 18, 2013. (AB Rechtspraak Bestuursrecht; Vol. 2014, No. 12, p 642-649).

Research output: Memorandum/expositionCase noteProfessional

TY - GEN

T1 - Noot bij: Centrale Raad van Beroep (18-04-2013)

AU - van der Vorm, B.

PY - 2014

Y1 - 2014

N2 - Het college en de rechtbank hebben de twee gedragingen waaraan appellant zich heeft schuldig gemaakt terecht gekwalificeerd als zeer ernstig plichtsverzuim. Hierbij is in ogenschouw genomen dat appellant een functie bekleedt, waarin hij activiteiten organiseert en uitvoert waarbij kinderen aan zijn zorgen en toezicht worden toevertrouwd. Dat een van de gedragingen zich in de privésfeer afspeelde sluit niet uit dat deze gedraging plichtsverzuim kan opleveren. Hiervan is in dit geval sprake, nu van appellant gezien zijn functie mocht worden geëist dat hij (ook inseksueel opzicht) van onbesproken gedrag is. Nu niet is gebleken dat de gedragingen niet aan appellant kunnen worden toegerekend, was het college bevoegd appellant een disciplinaire straf op te leggen.

AB - Het college en de rechtbank hebben de twee gedragingen waaraan appellant zich heeft schuldig gemaakt terecht gekwalificeerd als zeer ernstig plichtsverzuim. Hierbij is in ogenschouw genomen dat appellant een functie bekleedt, waarin hij activiteiten organiseert en uitvoert waarbij kinderen aan zijn zorgen en toezicht worden toevertrouwd. Dat een van de gedragingen zich in de privésfeer afspeelde sluit niet uit dat deze gedraging plichtsverzuim kan opleveren. Hiervan is in dit geval sprake, nu van appellant gezien zijn functie mocht worden geëist dat hij (ook inseksueel opzicht) van onbesproken gedrag is. Nu niet is gebleken dat de gedragingen niet aan appellant kunnen worden toegerekend, was het college bevoegd appellant een disciplinaire straf op te leggen.

M3 - Case note

T3 - AB Rechtspraak Bestuursrecht

ER -

van der Vorm B. Noot bij: Centrale Raad van Beroep (18-04-2013). No. 101, No. 11/5230 AW, 2014. Apr 18, 2013. (AB Rechtspraak Bestuursrecht; 12, p 642-649).