Raad van State hervindt grondrechtenlijn in arresten GO! hoofddoekenverbod: Naar een kader voor een school per school beleid

Paul de Hert, C. de Geest

Research output: Contribution to journalArticleScientificpeer-review

Abstract

Met de arresten van oktober 2014 over het verbod tot dragen van een hoofddoek bij leerlingen uit het GO! neemt de Raad van State (RVS) voor de eerste maal een inhoudelijk standpunt in. Uitgangspunt daarbij is het EVRM dat stelt dat er wel vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst is, maar dat er daaraan ook een aantal beperkingsvoorwaarden vastzitten. De RVS steunt zich op het EVRM om te stellen dat inperking op de vrije godsdienstbeleving (i.c. een verbod op hoofddoeken) kan gemaakt worden om weerstand te bieden tegen ongeoorloofde sociale druk of tegen een verstoring van de openbare orde. Dit heeft tot gevolg dat elk geval apart moet beoordeeld worden en dat in welbepaalde gevallen een verbod op hoofddoeken toegelaten is. De RVS volgt daarmee het voorbeeld van de Franse rechtspraak en adviespraktijk.
In dit artikel wordt dieper ingegaan op dit debat. Vertrekkend vanuit een overzicht van de Belgische rechtspraak wordt de Franse aanpak geanalyseerd, samen met de haalbaarheid van het beoordelen van geval per geval. Vervolgens wordt een model van exclusieve neutraliteit (individuele vrijheid is minder belangrijk) en inclusieve neutraliteit (individuele vrijheid is zeer belangrijk) geïntroduceerd. Voor de auteurs is vooral de voorrangsregel tussen deze twee soorten neutraliteit belangrijk, in die zin dat ze kiezen voor inclusieve neutraliteit, waarbij beroep kan gedaan worden op exclusieve neutraliteit als laatste mogelijkheid. Het verbieden van religieuze tekens zou dan wel mogelijk zijn, maar alleen in uiterste gevallen. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van de situatie na oktober 2014.
Original languageDutch
Pages (from-to)8-11
JournalTijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid
Volume2014
Issue number5
Publication statusPublished - 2014

Cite this

@article{c04b9552eb104f90aeecd6bc99ca3ab9,
title = "Raad van State hervindt grondrechtenlijn in arresten GO! hoofddoekenverbod: Naar een kader voor een school per school beleid",
abstract = "Met de arresten van oktober 2014 over het verbod tot dragen van een hoofddoek bij leerlingen uit het GO! neemt de Raad van State (RVS) voor de eerste maal een inhoudelijk standpunt in. Uitgangspunt daarbij is het EVRM dat stelt dat er wel vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst is, maar dat er daaraan ook een aantal beperkingsvoorwaarden vastzitten. De RVS steunt zich op het EVRM om te stellen dat inperking op de vrije godsdienstbeleving (i.c. een verbod op hoofddoeken) kan gemaakt worden om weerstand te bieden tegen ongeoorloofde sociale druk of tegen een verstoring van de openbare orde. Dit heeft tot gevolg dat elk geval apart moet beoordeeld worden en dat in welbepaalde gevallen een verbod op hoofddoeken toegelaten is. De RVS volgt daarmee het voorbeeld van de Franse rechtspraak en adviespraktijk. In dit artikel wordt dieper ingegaan op dit debat. Vertrekkend vanuit een overzicht van de Belgische rechtspraak wordt de Franse aanpak geanalyseerd, samen met de haalbaarheid van het beoordelen van geval per geval. Vervolgens wordt een model van exclusieve neutraliteit (individuele vrijheid is minder belangrijk) en inclusieve neutraliteit (individuele vrijheid is zeer belangrijk) ge{\"i}ntroduceerd. Voor de auteurs is vooral de voorrangsregel tussen deze twee soorten neutraliteit belangrijk, in die zin dat ze kiezen voor inclusieve neutraliteit, waarbij beroep kan gedaan worden op exclusieve neutraliteit als laatste mogelijkheid. Het verbieden van religieuze tekens zou dan wel mogelijk zijn, maar alleen in uiterste gevallen. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van de situatie na oktober 2014.",
author = "{de Hert}, Paul and {de Geest}, C.",
year = "2014",
language = "Dutch",
volume = "2014",
pages = "8--11",
journal = "Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid",
issn = "0778-0443",
number = "5",

}

Raad van State hervindt grondrechtenlijn in arresten GO! hoofddoekenverbod : Naar een kader voor een school per school beleid. / de Hert, Paul; de Geest, C.

In: Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, Vol. 2014, No. 5, 2014, p. 8-11.

Research output: Contribution to journalArticleScientificpeer-review

TY - JOUR

T1 - Raad van State hervindt grondrechtenlijn in arresten GO! hoofddoekenverbod

T2 - Naar een kader voor een school per school beleid

AU - de Hert, Paul

AU - de Geest, C.

PY - 2014

Y1 - 2014

N2 - Met de arresten van oktober 2014 over het verbod tot dragen van een hoofddoek bij leerlingen uit het GO! neemt de Raad van State (RVS) voor de eerste maal een inhoudelijk standpunt in. Uitgangspunt daarbij is het EVRM dat stelt dat er wel vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst is, maar dat er daaraan ook een aantal beperkingsvoorwaarden vastzitten. De RVS steunt zich op het EVRM om te stellen dat inperking op de vrije godsdienstbeleving (i.c. een verbod op hoofddoeken) kan gemaakt worden om weerstand te bieden tegen ongeoorloofde sociale druk of tegen een verstoring van de openbare orde. Dit heeft tot gevolg dat elk geval apart moet beoordeeld worden en dat in welbepaalde gevallen een verbod op hoofddoeken toegelaten is. De RVS volgt daarmee het voorbeeld van de Franse rechtspraak en adviespraktijk. In dit artikel wordt dieper ingegaan op dit debat. Vertrekkend vanuit een overzicht van de Belgische rechtspraak wordt de Franse aanpak geanalyseerd, samen met de haalbaarheid van het beoordelen van geval per geval. Vervolgens wordt een model van exclusieve neutraliteit (individuele vrijheid is minder belangrijk) en inclusieve neutraliteit (individuele vrijheid is zeer belangrijk) geïntroduceerd. Voor de auteurs is vooral de voorrangsregel tussen deze twee soorten neutraliteit belangrijk, in die zin dat ze kiezen voor inclusieve neutraliteit, waarbij beroep kan gedaan worden op exclusieve neutraliteit als laatste mogelijkheid. Het verbieden van religieuze tekens zou dan wel mogelijk zijn, maar alleen in uiterste gevallen. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van de situatie na oktober 2014.

AB - Met de arresten van oktober 2014 over het verbod tot dragen van een hoofddoek bij leerlingen uit het GO! neemt de Raad van State (RVS) voor de eerste maal een inhoudelijk standpunt in. Uitgangspunt daarbij is het EVRM dat stelt dat er wel vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst is, maar dat er daaraan ook een aantal beperkingsvoorwaarden vastzitten. De RVS steunt zich op het EVRM om te stellen dat inperking op de vrije godsdienstbeleving (i.c. een verbod op hoofddoeken) kan gemaakt worden om weerstand te bieden tegen ongeoorloofde sociale druk of tegen een verstoring van de openbare orde. Dit heeft tot gevolg dat elk geval apart moet beoordeeld worden en dat in welbepaalde gevallen een verbod op hoofddoeken toegelaten is. De RVS volgt daarmee het voorbeeld van de Franse rechtspraak en adviespraktijk. In dit artikel wordt dieper ingegaan op dit debat. Vertrekkend vanuit een overzicht van de Belgische rechtspraak wordt de Franse aanpak geanalyseerd, samen met de haalbaarheid van het beoordelen van geval per geval. Vervolgens wordt een model van exclusieve neutraliteit (individuele vrijheid is minder belangrijk) en inclusieve neutraliteit (individuele vrijheid is zeer belangrijk) geïntroduceerd. Voor de auteurs is vooral de voorrangsregel tussen deze twee soorten neutraliteit belangrijk, in die zin dat ze kiezen voor inclusieve neutraliteit, waarbij beroep kan gedaan worden op exclusieve neutraliteit als laatste mogelijkheid. Het verbieden van religieuze tekens zou dan wel mogelijk zijn, maar alleen in uiterste gevallen. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van de situatie na oktober 2014.

M3 - Article

VL - 2014

SP - 8

EP - 11

JO - Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid

JF - Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid

SN - 0778-0443

IS - 5

ER -