Recht op opvang en de niet-ontvankelijkheidsverklaring: Onnodig onrechtmatig op straat gezet

Research output: Contribution to journalArticleScientific

Abstract

Asielaanvragen van derdelanders, die eerder in een ander EU-land een verblijfsstatus kregen, worden meestal niet-ontvankelijk verklaard en in geval van beroep wordt hun het recht op opvang ontzegd. Een spoed-vovo kan dan voorkomen dat de vreemdeling wekenlang zonder opvang zit. De rechtbanken worstelen met deze problematiek. Veel rechters verlenen het recht op opvang, na de noodzakelijke belangenafweging, bij wijze van ordemaatregel. Andere rechtbanken zijn explicieter en zien grond de voorlopige voorziening toe te wijzen ingevolge art. 5 Rva. Een derde groep rechters gaat voorbij aan de Nederlandse wetgeving en stelt dat de vreemdeling reeds o.g.v. de Procedurerichtlijn (ve13001537) en Opvangrichtlijn (ve13001536) recht op een voorlopige voorziening geniet. Rafael Baroch en Oscar Lemmens, beiden werkzaam bij VluchtelingenWerk, betogen dat de niet-ontvankelijkheidsverklaring en de weigering van opvang indruisen tegen het Europese en nationale recht, de werkdruk van rechters onnodig verhogen en ertoe leiden dat de vreemdeling enige tijd op straat moet leven.
Original languageDutch
Article number5
Pages (from-to)236-242
Number of pages7
JournalA & MR (Asiel & Migrantenrecht)
Volume2018
Issue number5
Publication statusPublished - 19 Jun 2018
Externally publishedYes

Cite this