Abstract
Firms rely on networks to access knowledge beyond their own organization. This external knowledge helps them learn, innovate, improve productivity, remain competitive, and survive. Because knowledge exchange is easier between geographically close organizations, a firm’s location influences whom it can interact with and how easily and frequently these interactions occur. As a firm’s knowledge needs and the resources in its location change over time, it may relocate as a strategic move to adapt to these changes. When this happens, the firm also needs to rebuild or adjust its external knowledge ties and network in the new environment to remain competitive.
Prior research has treated firms as static entities in geographical space and focused predominantly on how knowledge ties and networks evolve over time. Consequently, the geographic mobility of network members has been largely ignored to date as another possible driver of tie and network dynamics. This PhD dissertation moves away from this static view and investigates the role of firm relocation in reshaping firms’ external knowledge sourcing through interorganizational relationships, and the extent to which such changes influence subsequent firm performance. It comprises three empirical studies conducted in the Dutch architecture and engineering consultancy (AEC) sector.
The first study addresses the question, “To what extent does the relocation of a firm affect the formation of new knowledge ties with new partners in a subsequent period?” The results show that firms tend to establish new knowledge ties soon after relocating. However, firms that keep many of their knowledge ties after relocation are less likely to form new ones. These findings point out that firms are well aware of their knowledge deficits and consequently act quickly to compensate for them after relocation.
The second study explores the configurational pathways through which highly dissimilar knowledge flows into AEC firms in the post-relocation period. It is driven by the idea that accessing highly dissimilar knowledge can enhance firm innovativeness by bringing in new ideas and perspectives. Analyzing how tie characteristics (strength, duration, geographic distance) and partner attributes combine to facilitate highly dissimilar knowledge inflow, the findings reveal that such inflows cannot be attributed to a single tie or partner characteristic. Instead, they emerge from distinct configurations of multiple conditions, and highly innovative, moderately innovative, and non-innovative firms adopt different strategies to access highly dissimilar knowledge.
The third study examines the relationship between firm relocation distance and change in firm performance by employing changes in external knowledge sourcing, captured by change in external knowledge breadth and depth, as a mediator. The results show that relocation distance affects firm performance indirectly through changes in the number of different partners the firm works with and the depth of those relationships.
The dissertation suggests three key recommendations. First, forming new knowledge ties soon after relocation helps reduce uncertainty and compensate for knowledge gaps. Managers should therefore quickly engage with new knowledge partners, especially when they lack the knowledge they need. Second, external knowledge ties differ in the value they provide. Managers should therefore carefully consider the type and quality of their knowledge relationships to improve organizational outcomes. Third, moving to a new location alone does not improve a firm’s performance. Instead, firms benefit when they actively rebuild and adjust their network of knowledge partners after moving. By forming new relationships and strengthening valuable ones in the new location, firms can access a wider range of knowledge, which helps improve their performance.
____
Bedrijven vertrouwen op organisatienetwerken om toegang te krijgen tot kennis buiten hun eigen organisatie. Deze externe kennis helpt hen te leren, te innoveren, hun productiviteit te verbeteren, concurrerend te blijven en te overleven. Omdat kennisuitwisseling gemakkelijker verloopt tussen geografisch nabijgelegen organisaties, beïnvloedt de locatie van een bedrijf met wie het kan interacteren en hoe gemakkelijk en hoe vaak deze interacties plaatsvinden. Omdat de kennisbehoeften van een bedrijf en de middelen die op zijn locatie beschikbaarzijn in de loop van de tijd veranderen, kan het bedrijf verhuizen als een strategische stap om zich aan deze veranderingen aan te passen. Wanneer dit gebeurt, moet het bedrijf ook haarexterne kennisrelaties en netwerk in de nieuwe omgeving opnieuw opbouwen of aanpassen om concurrerend te blijven.
Eerder onderzoek heeft bedrijven behandeld als statische entiteiten in de geografische ruimte en zich voornamelijk gericht op hoe kennisrelaties en netwerken zich in de loop van de tijd ontwikkelen. Daardoor is de geografische mobiliteit van netwerk actoren tot op heden grotendeels genegeerd als een mogelijke drijvende kracht achter de dynamiek van relaties en netwerken. Dit proefschrift neemt afstand van deze statische benadering en onderzoekt de rol van bedrijfsverplaatsing in het opnieuw vormgeven van de externe kennisverwerving van bedrijven via interorganisatiorische relaties, en in welke mate dergelijke veranderingen de daaropvolgende bedrijfsprestaties beïnvloeden. De dissertatie bestaat uit drie empirische studies die zijn uitgevoerd in de Nederlandse architectuur- en ingenieursadviessector (AEC).
De eerste studie behandelt de vraag: “In welke mate beïnvloedt de verplaatsing van een bedrijf de vorming van nieuwe kennisrelaties met nieuwe partners in een daaropvolgende periode?” De resultaten tonen aan dat bedrijven de neiging hebben om kort na een verhuizing nieuwe kennisrelaties te vormen. Bedrijven die na de relocatie echter veel van hun bestaande kennisrelaties behouden, hebben een kleinere kans om nieuwe relaties aan te gaan. Deze bevindingen wijzen erop dat bedrijven zich terdege bewust zijn van hun kennistekorten en daarom snel handelen om deze na een verhuizing te compenseren.
De tweede studie onderzoekt de configuratieve paden waarlangs sterk verschillende externe kennis naar AEC-bedrijven stroomt in de periode na relocatie. Zij vertrekt vanuit de idee dat toegang tot sterk verschillende externe kennis de innovatiekracht van bedrijven kan vergroten door nieuwe ideeën en perspectieven binnen te brengen. Door te analyseren hoe kenmerken van relaties (sterkte, duur, geografische afstand) en eigenschappen van externe partners samen bijdragen aan de instroom van sterk verschillende kennis, laten de bevindingen zien dat dergelijke kennisstromen niet kunnen worden toegeschreven aan één enkel kenmerk van een relatie of partner. In plaats daarvan ontstaan zij uit specifieke configuraties of combinaties van meerdere voorwaarden en hanteren zeer innovatieve, matig innovatieve en niet-innovatieve bedrijven verschillende strategieën om toegang te krijgen tot sterk verschillende kennis.
De derde studie onderzoekt de relatie tussen de verhuisafstand van een bedrijf en veranderingen in de bedrijfsprestaties door veranderingen in externe kennisverwerving als mediator te gebruiken. Deze mediator wordt gemeten via veranderingen in de breedte en diepte van externe kennis. De resultaten tonen aan dat de verhuisafstand de bedrijfsprestaties indirect beïnvloedt via veranderingen in het aantal verschillende partners waarmee het bedrijf samenwerkt en de diepte van deze relaties.
Het proefschrift doet drie belangrijke aanbevelingen. Ten eerste helpt het vormen van nieuwe kennisrelaties kort na een verhuizing om onzekerheid te verminderen en kennislacunes snel te compenseren. Managers zouden daarom snel nieuwe kennispartners moeten betrekken, vooral wanneer zij niet over de kennis beschikken die zij nodig hebben. Ten tweede verschillen externe kennisrelaties in de waarde die zij toevoegen. Managers zouden daarom zorgvuldig moeten nadenken over het type en de kwaliteit van hun kennisrelaties om zo bedrijfsresultaten te verbeteren. Ten derde leidt verhuizen naar een nieuwe locatie op zichzelf niet tot betere bedrijfsprestaties. Bedrijven profiteren wanneer zij na een verhuizing hun netwerk van kennispartners actief opnieuw opbouwen en aanpassen. Door nieuwe relaties te vormen en waardevolle relaties op de nieuwe locatie te versterken, kunnen bedrijven toegang krijgen tot een breder scala aan kennis, wat helpt om hun prestaties te verbeteren.
Prior research has treated firms as static entities in geographical space and focused predominantly on how knowledge ties and networks evolve over time. Consequently, the geographic mobility of network members has been largely ignored to date as another possible driver of tie and network dynamics. This PhD dissertation moves away from this static view and investigates the role of firm relocation in reshaping firms’ external knowledge sourcing through interorganizational relationships, and the extent to which such changes influence subsequent firm performance. It comprises three empirical studies conducted in the Dutch architecture and engineering consultancy (AEC) sector.
The first study addresses the question, “To what extent does the relocation of a firm affect the formation of new knowledge ties with new partners in a subsequent period?” The results show that firms tend to establish new knowledge ties soon after relocating. However, firms that keep many of their knowledge ties after relocation are less likely to form new ones. These findings point out that firms are well aware of their knowledge deficits and consequently act quickly to compensate for them after relocation.
The second study explores the configurational pathways through which highly dissimilar knowledge flows into AEC firms in the post-relocation period. It is driven by the idea that accessing highly dissimilar knowledge can enhance firm innovativeness by bringing in new ideas and perspectives. Analyzing how tie characteristics (strength, duration, geographic distance) and partner attributes combine to facilitate highly dissimilar knowledge inflow, the findings reveal that such inflows cannot be attributed to a single tie or partner characteristic. Instead, they emerge from distinct configurations of multiple conditions, and highly innovative, moderately innovative, and non-innovative firms adopt different strategies to access highly dissimilar knowledge.
The third study examines the relationship between firm relocation distance and change in firm performance by employing changes in external knowledge sourcing, captured by change in external knowledge breadth and depth, as a mediator. The results show that relocation distance affects firm performance indirectly through changes in the number of different partners the firm works with and the depth of those relationships.
The dissertation suggests three key recommendations. First, forming new knowledge ties soon after relocation helps reduce uncertainty and compensate for knowledge gaps. Managers should therefore quickly engage with new knowledge partners, especially when they lack the knowledge they need. Second, external knowledge ties differ in the value they provide. Managers should therefore carefully consider the type and quality of their knowledge relationships to improve organizational outcomes. Third, moving to a new location alone does not improve a firm’s performance. Instead, firms benefit when they actively rebuild and adjust their network of knowledge partners after moving. By forming new relationships and strengthening valuable ones in the new location, firms can access a wider range of knowledge, which helps improve their performance.
____
Bedrijven vertrouwen op organisatienetwerken om toegang te krijgen tot kennis buiten hun eigen organisatie. Deze externe kennis helpt hen te leren, te innoveren, hun productiviteit te verbeteren, concurrerend te blijven en te overleven. Omdat kennisuitwisseling gemakkelijker verloopt tussen geografisch nabijgelegen organisaties, beïnvloedt de locatie van een bedrijf met wie het kan interacteren en hoe gemakkelijk en hoe vaak deze interacties plaatsvinden. Omdat de kennisbehoeften van een bedrijf en de middelen die op zijn locatie beschikbaarzijn in de loop van de tijd veranderen, kan het bedrijf verhuizen als een strategische stap om zich aan deze veranderingen aan te passen. Wanneer dit gebeurt, moet het bedrijf ook haarexterne kennisrelaties en netwerk in de nieuwe omgeving opnieuw opbouwen of aanpassen om concurrerend te blijven.
Eerder onderzoek heeft bedrijven behandeld als statische entiteiten in de geografische ruimte en zich voornamelijk gericht op hoe kennisrelaties en netwerken zich in de loop van de tijd ontwikkelen. Daardoor is de geografische mobiliteit van netwerk actoren tot op heden grotendeels genegeerd als een mogelijke drijvende kracht achter de dynamiek van relaties en netwerken. Dit proefschrift neemt afstand van deze statische benadering en onderzoekt de rol van bedrijfsverplaatsing in het opnieuw vormgeven van de externe kennisverwerving van bedrijven via interorganisatiorische relaties, en in welke mate dergelijke veranderingen de daaropvolgende bedrijfsprestaties beïnvloeden. De dissertatie bestaat uit drie empirische studies die zijn uitgevoerd in de Nederlandse architectuur- en ingenieursadviessector (AEC).
De eerste studie behandelt de vraag: “In welke mate beïnvloedt de verplaatsing van een bedrijf de vorming van nieuwe kennisrelaties met nieuwe partners in een daaropvolgende periode?” De resultaten tonen aan dat bedrijven de neiging hebben om kort na een verhuizing nieuwe kennisrelaties te vormen. Bedrijven die na de relocatie echter veel van hun bestaande kennisrelaties behouden, hebben een kleinere kans om nieuwe relaties aan te gaan. Deze bevindingen wijzen erop dat bedrijven zich terdege bewust zijn van hun kennistekorten en daarom snel handelen om deze na een verhuizing te compenseren.
De tweede studie onderzoekt de configuratieve paden waarlangs sterk verschillende externe kennis naar AEC-bedrijven stroomt in de periode na relocatie. Zij vertrekt vanuit de idee dat toegang tot sterk verschillende externe kennis de innovatiekracht van bedrijven kan vergroten door nieuwe ideeën en perspectieven binnen te brengen. Door te analyseren hoe kenmerken van relaties (sterkte, duur, geografische afstand) en eigenschappen van externe partners samen bijdragen aan de instroom van sterk verschillende kennis, laten de bevindingen zien dat dergelijke kennisstromen niet kunnen worden toegeschreven aan één enkel kenmerk van een relatie of partner. In plaats daarvan ontstaan zij uit specifieke configuraties of combinaties van meerdere voorwaarden en hanteren zeer innovatieve, matig innovatieve en niet-innovatieve bedrijven verschillende strategieën om toegang te krijgen tot sterk verschillende kennis.
De derde studie onderzoekt de relatie tussen de verhuisafstand van een bedrijf en veranderingen in de bedrijfsprestaties door veranderingen in externe kennisverwerving als mediator te gebruiken. Deze mediator wordt gemeten via veranderingen in de breedte en diepte van externe kennis. De resultaten tonen aan dat de verhuisafstand de bedrijfsprestaties indirect beïnvloedt via veranderingen in het aantal verschillende partners waarmee het bedrijf samenwerkt en de diepte van deze relaties.
Het proefschrift doet drie belangrijke aanbevelingen. Ten eerste helpt het vormen van nieuwe kennisrelaties kort na een verhuizing om onzekerheid te verminderen en kennislacunes snel te compenseren. Managers zouden daarom snel nieuwe kennispartners moeten betrekken, vooral wanneer zij niet over de kennis beschikken die zij nodig hebben. Ten tweede verschillen externe kennisrelaties in de waarde die zij toevoegen. Managers zouden daarom zorgvuldig moeten nadenken over het type en de kwaliteit van hun kennisrelaties om zo bedrijfsresultaten te verbeteren. Ten derde leidt verhuizen naar een nieuwe locatie op zichzelf niet tot betere bedrijfsprestaties. Bedrijven profiteren wanneer zij na een verhuizing hun netwerk van kennispartners actief opnieuw opbouwen en aanpassen. Door nieuwe relaties te vormen en waardevolle relaties op de nieuwe locatie te versterken, kunnen bedrijven toegang krijgen tot een breder scala aan kennis, wat helpt om hun prestaties te verbeteren.
| Original language | English |
|---|---|
| Qualification | Doctor of Philosophy |
| Awarding Institution |
|
| Supervisors/Advisors |
|
| Award date | 11 May 2026 |
| Publisher | |
| Print ISBNs | 978-94-6536-087-4 |
| DOIs | |
| Publication status | Published - 2026 |
Fingerprint
Dive into the research topics of 'Rewiring after relocation: Dynamics of firms' external knowledge sourcing through interorganizational relationships'. Together they form a unique fingerprint.Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver