rolnummer 25358/12: Paradiso en Campanelli tegen Italië

Research output: Memorandum/expositionCase noteProfessional

Abstract

De zaak van Paradiso en Campanelli tegen Italië gaat om een koppel (vrouw en man) dat een kind zou hebben verwekt middels kunstmatige inseminatie, dat voldragen werd door een Russische draagmoeder. Eén en ander werd geregeld door een Russisch bedrijf. De twee krijgen een Russische geboorteakte waarin zij als ouders staan vermeld en registreren het kind in Italië. Dan beginnen de problemen. De Italiaanse autoriteiten wijzen er op dat dergelijke vormen van draagmoederschap niet zijn toegestaan in Italië, de geldigheid van de geboorteakte wordt betwist en ook worden de ouders aan een DNA-test onderworpen. Het blijkt dat Paradiso en Campanelli niet de biologische ouders zijn van het kind. De Italiaanse autoriteiten twijfelen vervolgens aan de oprechte intenties van het koppel en menen dat zij slechts een kind hebben genomen uit egoïstische motieven; ook wordt er getwijfeld aan hun capaciteiten om het kind op te voeden. Het kind wordt daarom uit huis geplaatst en uiteindelijk bij een gastgezin geplaats; het koppel wordt vervolgd voor fraude en valsheid in geschrifte. Het koppel stapt naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In deze procedure staan vier vragen centraal: (1) Onder welk recht behandelt het Hof deze zaak, art. 8 EVRM, 12 EVRM of 6 EVRM, eventueel in combinatie met art. 14 EVRM? Het wordt het recht op bescherming van privé- en familieleven. (2) Was er reeds sprake van familieleven nu het koppel slechts gedurende enkele maanden voor het kind heeft gezorgd en Paradiso en Campanelli niet de biologische ouders zijn? Ja, zegt het Hof, maar het wijst ook op het recht op privéleven, dat mede omvat het recht om relaties aan te gaan met anderen, zoals ouders met hun (al dan niet biologische) kind. (3) Was de inbreuk voorgeschreven bij wet? De vraag is of hier het Italiaanse recht van toepassing is of uit moet worden gegaan van het Russische recht. Daaraan gekoppeld hebben beide landen een Conventie getekend waaruit volgt dat landen elkaars documenten zullen erkennen en respecteren. Het EHRM stelt dat de Italiaanse autoriteiten er voor mochten kiezen om het Italiaanse recht toe te passen, onder meer omdat de Conventie ruimte laat voor een discretionaire bevoegdheid van landen, omdat de rechters zich in een conflict van plichten bevonden en omdat niet duidelijk is welke nationaliteit het kind heeft (daar de biologische ouders niet bekend zijn). De inbreuk was dus voorgeschreven bij (Italiaanse) wet. (4) Was de inbreuk noodzakelijk en legitiem in een democratische samenleving? Nee, oordeelt het Hof. Het stelt dat de Italiaanse autoriteiten niet hebben gehandeld in het belang van het kind, maar dat wel hadden moeten doen. Ze hebben zich gericht op het beschermen van de publieke orde, door het koppel te straffen omdat ze zich niet aan de Italiaanse wet hebben gehouden. Dit had echter niet de overweging mogen zijn van de Italiaanse autoriteiten - het belang van het kind had voorop moeten staan. Het was in het belang van het kind geweest om bij Paradiso en Campanelli op te groeien. Het stel krijgt het kind echter niet terug - dat is ook niet in het belang van het kind.
Original languageEnglish
Publication statusPublished - 2015
Externally publishedYes

Fingerprint Dive into the research topics of 'rolnummer 25358/12: Paradiso en Campanelli tegen Italië'. Together they form a unique fingerprint.

  • Cite this