Schadevergoeding voor een onvoorzichtige opdrachtnemer

M.B.M. Loos

Research output: Contribution to journalArticleScientific

Abstract

De regeling van de opdracht in titel 7.7 BW bevat onder meer een bepaling op grond waarvan de opdrachtnemer onder bepaalde voorwaarden vergoeding van in de uitoefening van zijn opdracht ontstane schade kan vorderen van de opdrachtgever (art. 7:406 lid 2 BW). Deze regeling stelt echter zodanig scherpe voorwaarden voor aansprakelijkheid van de opdrachtgever dat daaraan slechts zelden zal zijn voldaan, met name niet wanneer sprake is van een zekere mate van 'eigen schuld'. De regeling van art. 7:406 lid 2 BW is evenwel niet uitputtend van aard. Een forse uitbreiding van de aansprakelijkheid voor professionele opdrachtgevers vloeit voort uit de overeenkomstige toepassing van de werkgeversaansprakelijkheid (art. 7:658 lid 4 BW). Maar ook voor particuliere opdrachtgevers gelden aanvullende normen op grond van de verplichting om zich als 'goed opdrachtgever' te gedragen. Deze verplichting kan onder omstandigheden ook een zorgplicht jegens de opdrachtnemer meebrengen. Schending van die verplichting levert dan een tekortkoming van de opdrachtgever op, zodat schadevergoeding krachtens art. 6:74 e.v. BW kan worden afgedwongen. De onvoorzichtige opdrachtnemer behoeft dus niet noodzakelijkerwijs met (geheel) lege handen te blijven staan.
Original languageDutch
Pages (from-to)261-264
Number of pages4
JournalNederlands tijdschrift voor burgerlijk recht
Volume8
Publication statusPublished - 1999

Projects

Grondslagen aansprakelijkheidsrecht

Barendrecht, M., Haazen, O. A., Giesen, I., van Boom, W. H. & Spier, J.

1/01/9531/12/99

Project: Research project

Cite this