Stil leven: Zwanger, maar niet in verwachting

Een forensisch psychologische studie naar neonaticide in Nederland

K.J. de Wijs-Heijlaerts

Research output: ThesisDoctoral ThesisScientific

4 Downloads (Pure)

Abstract

Wat bezielt vrouwen die hun pasgeboren kind om het leven brengen?

Deze vraag is het uitgangspunt geweest van een forensisch psychologische studie naar neonaticide in Nederland.

Probleemstelling
Neonaticide betreft het om het leven brengen van een pasgeboren kind binnen 24 uur na de geboorte, meestal door de biologische moeder. Het is een fenomeen van alle tijden, culturen en windstreken en komt in het huidige westerse tijdperk enkele keren per jaar aan het licht. De vondst van een lichaam van een dode pasgeborene roept in de samenleving naast afschuw vaak veel vragen op. Over de achtergronden en beweegredenen van moeders die tot neonaticide overgaan is echter nog weinig bekend. Dit promotieonderzoek strekte ertoe deze achtergronden en beweegredenen te identificeren.

Onderzoeksmethode
Het onderzoek bestond uit een literatuuronderzoek in combinatie met een dossierstudie naar 30 gevallen van neonaticide in Nederland binnen de onderzoeksperiode van 1994-2015. Van deze 30 casus zijn pro Justitia rapportages (psychologische en psychiatrische onderzoeken over de verdachten ten behoeve van de strafrechtspleging), uittreksels justitiële documentatie en de gerechtelijke uitspraken bestudeerd.

Belangrijkste conclusies
Een duidelijk socio-demografisch profiel van de neonaticidepleger kan niet worden gegeven; neonaticide wordt zowel door jonge, minderjarige, alleenstaande vrouwen gepleegd als door oudere vrouwen, die getrouwd zijn en reeds moeder zijn van kinderen. Haar persoonlijkheid wordt veelal gekenmerkt door een langdurig patroon van een laag zelfgevoel, gevoelsisolatie, identiteitszwakte, vermijdende kenmerken en autonomieproblemen. Bij bijna alle verdachten is een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vastgesteld. Geconfronteerd met een ongeplande zwangerschap trekken veel verdachten zich terug uit het sociale leven en houden de zwangerschap voor hun omgeving verborgen. Het meest kenmerkende gegeven van deze vrouwen is dat zij tijdens de zwangerschap geen band met het kind opbouwen en het kind tijdens de zwangerschap en bij de geboorte slechts in beperkte mate – of zelfs in het geheel niet – ervaren als een separaat en hulpbehoevend individu. De bevalling vindt bijna altijd plaats in afzondering en zonder verloskundige hulp. Bij meer dan een vijfde van de slachtoffers was de doodsoorzaak niet meer vast te stellen. Onder de doodsoorzaken die wel vastgesteld konden worden, zijn zowel actieve als passieve wijzen van om het leven brengen aangetroffen. Bij ruim een kwart van de rapportages werden geen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van angst voor ontdekking van de bevalling bij de verdachten. In de overige casus kende de angst uiteenlopende achtergronden, met een wisselende mate van ernst van hetgeen op het spel stond (zoals vrezen voor lijfbehoud bij angst voor eerwraak, of angst voor een afkeurende reactie van ouders of partner). Bij deze conclusies dient vanzelfsprekend wel rekening gehouden te worden met het feit dat het een kleine onderzoeksgroep betrof.

Aanbevelingen
Neonaticide kan in gedragsdeskundige zin beschouwd worden als een tragedie in vier bedrijven, namelijk de conceptie, de zwangerschap, de geboorte en dood van het slachtoffer en tot slot de bestemming van het lichaam van de dode pasgeborene. De bevindingen van het onderzoek geven aanleiding tot het formuleren van enkele aandachtspunten voor professionals - met name pro Justitia rapporteurs, hulpverleners, de wetgever en de rechterlijke macht - die te maken krijgen met (een verdenking van) neonaticide of met vrouwen die mogelijk at risk zijn voor het plegen van neonaticide.
Original languageDutch
QualificationDoctor of Laws
Awarding Institution
  • Tilburg University
Supervisors/Advisors
  • Kooijmans, Tijs, Promotor
  • Meynen, Gerben, Promotor
  • Valkenburg - van den Berg, A.W., Promotor, External person
  • Verheugt, A.J., Promotor
Award date1 Oct 2019
Publication statusPublished - 1 Oct 2019
Externally publishedYes

Cite this

@phdthesis{58f5db4667e748788accd87ef9b8a496,
title = "Stil leven: Zwanger, maar niet in verwachting: Een forensisch psychologische studie naar neonaticide in Nederland",
abstract = "Wat bezielt vrouwen die hun pasgeboren kind om het leven brengen?Deze vraag is het uitgangspunt geweest van een forensisch psychologische studie naar neonaticide in Nederland. ProbleemstellingNeonaticide betreft het om het leven brengen van een pasgeboren kind binnen 24 uur na de geboorte, meestal door de biologische moeder. Het is een fenomeen van alle tijden, culturen en windstreken en komt in het huidige westerse tijdperk enkele keren per jaar aan het licht. De vondst van een lichaam van een dode pasgeborene roept in de samenleving naast afschuw vaak veel vragen op. Over de achtergronden en beweegredenen van moeders die tot neonaticide overgaan is echter nog weinig bekend. Dit promotieonderzoek strekte ertoe deze achtergronden en beweegredenen te identificeren.OnderzoeksmethodeHet onderzoek bestond uit een literatuuronderzoek in combinatie met een dossierstudie naar 30 gevallen van neonaticide in Nederland binnen de onderzoeksperiode van 1994-2015. Van deze 30 casus zijn pro Justitia rapportages (psychologische en psychiatrische onderzoeken over de verdachten ten behoeve van de strafrechtspleging), uittreksels justiti{\"e}le documentatie en de gerechtelijke uitspraken bestudeerd. Belangrijkste conclusiesEen duidelijk socio-demografisch profiel van de neonaticidepleger kan niet worden gegeven; neonaticide wordt zowel door jonge, minderjarige, alleenstaande vrouwen gepleegd als door oudere vrouwen, die getrouwd zijn en reeds moeder zijn van kinderen. Haar persoonlijkheid wordt veelal gekenmerkt door een langdurig patroon van een laag zelfgevoel, gevoelsisolatie, identiteitszwakte, vermijdende kenmerken en autonomieproblemen. Bij bijna alle verdachten is een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vastgesteld. Geconfronteerd met een ongeplande zwangerschap trekken veel verdachten zich terug uit het sociale leven en houden de zwangerschap voor hun omgeving verborgen. Het meest kenmerkende gegeven van deze vrouwen is dat zij tijdens de zwangerschap geen band met het kind opbouwen en het kind tijdens de zwangerschap en bij de geboorte slechts in beperkte mate – of zelfs in het geheel niet – ervaren als een separaat en hulpbehoevend individu. De bevalling vindt bijna altijd plaats in afzondering en zonder verloskundige hulp. Bij meer dan een vijfde van de slachtoffers was de doodsoorzaak niet meer vast te stellen. Onder de doodsoorzaken die wel vastgesteld konden worden, zijn zowel actieve als passieve wijzen van om het leven brengen aangetroffen. Bij ruim een kwart van de rapportages werden geen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van angst voor ontdekking van de bevalling bij de verdachten. In de overige casus kende de angst uiteenlopende achtergronden, met een wisselende mate van ernst van hetgeen op het spel stond (zoals vrezen voor lijfbehoud bij angst voor eerwraak, of angst voor een afkeurende reactie van ouders of partner). Bij deze conclusies dient vanzelfsprekend wel rekening gehouden te worden met het feit dat het een kleine onderzoeksgroep betrof.AanbevelingenNeonaticide kan in gedragsdeskundige zin beschouwd worden als een tragedie in vier bedrijven, namelijk de conceptie, de zwangerschap, de geboorte en dood van het slachtoffer en tot slot de bestemming van het lichaam van de dode pasgeborene. De bevindingen van het onderzoek geven aanleiding tot het formuleren van enkele aandachtspunten voor professionals - met name pro Justitia rapporteurs, hulpverleners, de wetgever en de rechterlijke macht - die te maken krijgen met (een verdenking van) neonaticide of met vrouwen die mogelijk at risk zijn voor het plegen van neonaticide.",
author = "{de Wijs-Heijlaerts}, K.J.",
year = "2019",
month = "10",
day = "1",
language = "Dutch",
school = "Tilburg University",

}

Stil leven: Zwanger, maar niet in verwachting : Een forensisch psychologische studie naar neonaticide in Nederland. / de Wijs-Heijlaerts, K.J.

2019. 244 p.

Research output: ThesisDoctoral ThesisScientific

TY - THES

T1 - Stil leven: Zwanger, maar niet in verwachting

T2 - Een forensisch psychologische studie naar neonaticide in Nederland

AU - de Wijs-Heijlaerts, K.J.

PY - 2019/10/1

Y1 - 2019/10/1

N2 - Wat bezielt vrouwen die hun pasgeboren kind om het leven brengen?Deze vraag is het uitgangspunt geweest van een forensisch psychologische studie naar neonaticide in Nederland. ProbleemstellingNeonaticide betreft het om het leven brengen van een pasgeboren kind binnen 24 uur na de geboorte, meestal door de biologische moeder. Het is een fenomeen van alle tijden, culturen en windstreken en komt in het huidige westerse tijdperk enkele keren per jaar aan het licht. De vondst van een lichaam van een dode pasgeborene roept in de samenleving naast afschuw vaak veel vragen op. Over de achtergronden en beweegredenen van moeders die tot neonaticide overgaan is echter nog weinig bekend. Dit promotieonderzoek strekte ertoe deze achtergronden en beweegredenen te identificeren.OnderzoeksmethodeHet onderzoek bestond uit een literatuuronderzoek in combinatie met een dossierstudie naar 30 gevallen van neonaticide in Nederland binnen de onderzoeksperiode van 1994-2015. Van deze 30 casus zijn pro Justitia rapportages (psychologische en psychiatrische onderzoeken over de verdachten ten behoeve van de strafrechtspleging), uittreksels justitiële documentatie en de gerechtelijke uitspraken bestudeerd. Belangrijkste conclusiesEen duidelijk socio-demografisch profiel van de neonaticidepleger kan niet worden gegeven; neonaticide wordt zowel door jonge, minderjarige, alleenstaande vrouwen gepleegd als door oudere vrouwen, die getrouwd zijn en reeds moeder zijn van kinderen. Haar persoonlijkheid wordt veelal gekenmerkt door een langdurig patroon van een laag zelfgevoel, gevoelsisolatie, identiteitszwakte, vermijdende kenmerken en autonomieproblemen. Bij bijna alle verdachten is een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vastgesteld. Geconfronteerd met een ongeplande zwangerschap trekken veel verdachten zich terug uit het sociale leven en houden de zwangerschap voor hun omgeving verborgen. Het meest kenmerkende gegeven van deze vrouwen is dat zij tijdens de zwangerschap geen band met het kind opbouwen en het kind tijdens de zwangerschap en bij de geboorte slechts in beperkte mate – of zelfs in het geheel niet – ervaren als een separaat en hulpbehoevend individu. De bevalling vindt bijna altijd plaats in afzondering en zonder verloskundige hulp. Bij meer dan een vijfde van de slachtoffers was de doodsoorzaak niet meer vast te stellen. Onder de doodsoorzaken die wel vastgesteld konden worden, zijn zowel actieve als passieve wijzen van om het leven brengen aangetroffen. Bij ruim een kwart van de rapportages werden geen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van angst voor ontdekking van de bevalling bij de verdachten. In de overige casus kende de angst uiteenlopende achtergronden, met een wisselende mate van ernst van hetgeen op het spel stond (zoals vrezen voor lijfbehoud bij angst voor eerwraak, of angst voor een afkeurende reactie van ouders of partner). Bij deze conclusies dient vanzelfsprekend wel rekening gehouden te worden met het feit dat het een kleine onderzoeksgroep betrof.AanbevelingenNeonaticide kan in gedragsdeskundige zin beschouwd worden als een tragedie in vier bedrijven, namelijk de conceptie, de zwangerschap, de geboorte en dood van het slachtoffer en tot slot de bestemming van het lichaam van de dode pasgeborene. De bevindingen van het onderzoek geven aanleiding tot het formuleren van enkele aandachtspunten voor professionals - met name pro Justitia rapporteurs, hulpverleners, de wetgever en de rechterlijke macht - die te maken krijgen met (een verdenking van) neonaticide of met vrouwen die mogelijk at risk zijn voor het plegen van neonaticide.

AB - Wat bezielt vrouwen die hun pasgeboren kind om het leven brengen?Deze vraag is het uitgangspunt geweest van een forensisch psychologische studie naar neonaticide in Nederland. ProbleemstellingNeonaticide betreft het om het leven brengen van een pasgeboren kind binnen 24 uur na de geboorte, meestal door de biologische moeder. Het is een fenomeen van alle tijden, culturen en windstreken en komt in het huidige westerse tijdperk enkele keren per jaar aan het licht. De vondst van een lichaam van een dode pasgeborene roept in de samenleving naast afschuw vaak veel vragen op. Over de achtergronden en beweegredenen van moeders die tot neonaticide overgaan is echter nog weinig bekend. Dit promotieonderzoek strekte ertoe deze achtergronden en beweegredenen te identificeren.OnderzoeksmethodeHet onderzoek bestond uit een literatuuronderzoek in combinatie met een dossierstudie naar 30 gevallen van neonaticide in Nederland binnen de onderzoeksperiode van 1994-2015. Van deze 30 casus zijn pro Justitia rapportages (psychologische en psychiatrische onderzoeken over de verdachten ten behoeve van de strafrechtspleging), uittreksels justitiële documentatie en de gerechtelijke uitspraken bestudeerd. Belangrijkste conclusiesEen duidelijk socio-demografisch profiel van de neonaticidepleger kan niet worden gegeven; neonaticide wordt zowel door jonge, minderjarige, alleenstaande vrouwen gepleegd als door oudere vrouwen, die getrouwd zijn en reeds moeder zijn van kinderen. Haar persoonlijkheid wordt veelal gekenmerkt door een langdurig patroon van een laag zelfgevoel, gevoelsisolatie, identiteitszwakte, vermijdende kenmerken en autonomieproblemen. Bij bijna alle verdachten is een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vastgesteld. Geconfronteerd met een ongeplande zwangerschap trekken veel verdachten zich terug uit het sociale leven en houden de zwangerschap voor hun omgeving verborgen. Het meest kenmerkende gegeven van deze vrouwen is dat zij tijdens de zwangerschap geen band met het kind opbouwen en het kind tijdens de zwangerschap en bij de geboorte slechts in beperkte mate – of zelfs in het geheel niet – ervaren als een separaat en hulpbehoevend individu. De bevalling vindt bijna altijd plaats in afzondering en zonder verloskundige hulp. Bij meer dan een vijfde van de slachtoffers was de doodsoorzaak niet meer vast te stellen. Onder de doodsoorzaken die wel vastgesteld konden worden, zijn zowel actieve als passieve wijzen van om het leven brengen aangetroffen. Bij ruim een kwart van de rapportages werden geen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van angst voor ontdekking van de bevalling bij de verdachten. In de overige casus kende de angst uiteenlopende achtergronden, met een wisselende mate van ernst van hetgeen op het spel stond (zoals vrezen voor lijfbehoud bij angst voor eerwraak, of angst voor een afkeurende reactie van ouders of partner). Bij deze conclusies dient vanzelfsprekend wel rekening gehouden te worden met het feit dat het een kleine onderzoeksgroep betrof.AanbevelingenNeonaticide kan in gedragsdeskundige zin beschouwd worden als een tragedie in vier bedrijven, namelijk de conceptie, de zwangerschap, de geboorte en dood van het slachtoffer en tot slot de bestemming van het lichaam van de dode pasgeborene. De bevindingen van het onderzoek geven aanleiding tot het formuleren van enkele aandachtspunten voor professionals - met name pro Justitia rapporteurs, hulpverleners, de wetgever en de rechterlijke macht - die te maken krijgen met (een verdenking van) neonaticide of met vrouwen die mogelijk at risk zijn voor het plegen van neonaticide.

M3 - Doctoral Thesis

ER -