Abstract
Even before the COVID-19 pandemic, general practice care was under pressure due to an aging population, increasing demand for care, task-shifting to the general practitioner (GP), and a growing staff shortage. The pandemic, which began in 2020, brought additional challenges and led to significant changes in both the organization and utilization of general practice care. At the same time, this period also offered opportunities to explore how general practice care could be made more sustainable for the future, while preserving the core values of general practice: patient-centered care, medical generalism, collaboration, and continuity.
This dissertation investigated how the organization and utilization of Dutch general practice care changed during the COVID-19 pandemic. Two studies, based on interviews, focused on changes in the organization of general practice and the care for individuals with long-term COVID-19 symptoms (post-COVID syndrome, PCS). Three other studies analyzed healthcare utilization in general practice using quantitative data, both for the general population and for specific patient groups. For this, data were used from the Nivel Primary Care Database on out-of-hours GP services, Statistic Netherlands (in Dutch: Centraal Bureau voor de Statistiek), and the Academic General Practice Development Network, Family Medicine Network, and Research Network Family Medicine Maastricht.
This dissertation highlights several changes in the organization and utilization of general practice care during the COVID-19 pandemic. For example, consultation times were extended to reduce crowding in waiting rooms and thereby limit the spread of the coronavirus. As a result, GPs were able to see fewer patients per day. Individuals with long-term COVID-19 symptoms often felt insufficiently heard by their GPs, as their complaints were not always taken seriously. At the same time, GPs found it challenging to diagnose these new types of complaints. Additionally, the downscaling of regular care may have placed extra pressure on other healthcare providers. Altogether, these developments put the core values of general practice under strain.
Despite these challenges, the pandemic also led to positive developments. There was increased use of remote care and improvements in triage, for instance through the deployment of more GPs or the implementation of stricter triage criteria. Moreover, GPs also intensified their collaboration with other healthcare professionals. These adaptations helped preserve key aspects of general practice, even under the difficult circumstances of the pandemic.
This dissertation provides insight into how general practice care adapted during the pandemic and which core values were preserved or came under pressure. It also emphasizes the importance of continuous learning, both from experience and from data, especially during crises like the COVID-19 pandemic. These lessons are essential for addressing future challenges within general practice care and responding effectively to possible future pandemics.
___
Al vóór de coronapandemie stond de huisartsenzorg onder druk, onder andere door vergrijzing, een toenemende zorgvraag, de verschuiving van taken naar de huisarts en een groeiend personeelstekort. De coronapandemie, die in 2020 begon, bracht extra uitdagingen met zich mee en zorgde voor grote veranderingen in de organisatie en het gebruik van huisartsenzorg. Tegelijkertijd bood deze periode ook kansen om te kijken hoe de zorg toekomstbestendiger ingericht kan worden, met behoud van de kernwaarden van de huisartsenzorg: persoonsgerichte zorg, medisch generalistisch, gezamenlijk en continuïteit.
In dit proefschrift is onderzocht hoe de organisatie en het gebruik van de Nederlandse huisartsenzorg veranderden tijdens de coronapandemie. Twee studies, gebaseerd op interviews, richtten zich op de veranderingen in de organisatie van de huisartsenzorg en de zorg voor mensen met langdurige coronaklachten (post-COVID-syndroom, PCS). Drie andere studies analyseerden, met behulp van cijfers, het zorggebruik in de huisartsenzorg voor de gehele populatie en voor specifieke patiëntengroepen. Hiervoor werden onder andere gegevens gebruikt van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn over huisartsenspoedposten, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en van het Academisch Huisartsen Ontwikkel Netwerk, Family Medicine Network en Research Network Family Medicine Maastricht.
Dit proefschrift laat zien dat er tijdens de coronapandemie verschillende veranderingen optraden in de organisatie van en het zorggebruik binnen de huisartsenzorg. Zo werd de consultduur verlengd om de drukte in de wachtkamers te verminderen en daarmee het risico op verspreiding van het coronavirus te beperken. Een gevolg hiervan was dat huisartsen per dag minder patiënten konden zien. Mensen met langdurige coronaklachten voelden zich vaak onvoldoende gehoord door hun huisartsen, doordat hun klachten niet serieus werden genomen. Tegelijkertijd vonden huisartsen het lastig om bij deze nieuwe klachten een diagnose te stellen. Daarnaast zorgde het afschalen van reguliere zorg mogelijk voor extra druk bij andere zorgverleners. Hierdoor kwamen de kernwaarden van de huisartsenzorg onder druk te staan.
Toch bracht de pandemie ook positieve ontwikkelingen voor de huisartsenzorg met zich mee. Huisartsen maakten vaker gebruik van digitale zorg en pasten de triage aan, bijvoorbeeld door de inzet van huisartsen bij de triage of door strengere triagecriteria te hanteren. Ook gingen huisartsen intensiever samenwerken met andere zorgverleners. Dankzij deze aanpassingen konden de kernwaarden van de huisartsenzorg tijdens de pandemie ook deels behouden blijven.
Het proefschrift biedt inzichten in hoe de huisartsenzorg zich tijdens de pandemie heeft aangepast en waar kernwaarden behouden of juist onder druk kwamen te staan. Ook benadrukt dit proefschrift het belang van continu leren, zowel uit ervaringen als uit cijfers, vooral tijdens crisissituaties zoals de coronapandemie. Deze lessen zijn van groot belang voor het omgaan met toekomstige uitdagingen binnen de huisartsenzorg, evenals tijdens eventuele toekomstige pandemieën.
This dissertation investigated how the organization and utilization of Dutch general practice care changed during the COVID-19 pandemic. Two studies, based on interviews, focused on changes in the organization of general practice and the care for individuals with long-term COVID-19 symptoms (post-COVID syndrome, PCS). Three other studies analyzed healthcare utilization in general practice using quantitative data, both for the general population and for specific patient groups. For this, data were used from the Nivel Primary Care Database on out-of-hours GP services, Statistic Netherlands (in Dutch: Centraal Bureau voor de Statistiek), and the Academic General Practice Development Network, Family Medicine Network, and Research Network Family Medicine Maastricht.
This dissertation highlights several changes in the organization and utilization of general practice care during the COVID-19 pandemic. For example, consultation times were extended to reduce crowding in waiting rooms and thereby limit the spread of the coronavirus. As a result, GPs were able to see fewer patients per day. Individuals with long-term COVID-19 symptoms often felt insufficiently heard by their GPs, as their complaints were not always taken seriously. At the same time, GPs found it challenging to diagnose these new types of complaints. Additionally, the downscaling of regular care may have placed extra pressure on other healthcare providers. Altogether, these developments put the core values of general practice under strain.
Despite these challenges, the pandemic also led to positive developments. There was increased use of remote care and improvements in triage, for instance through the deployment of more GPs or the implementation of stricter triage criteria. Moreover, GPs also intensified their collaboration with other healthcare professionals. These adaptations helped preserve key aspects of general practice, even under the difficult circumstances of the pandemic.
This dissertation provides insight into how general practice care adapted during the pandemic and which core values were preserved or came under pressure. It also emphasizes the importance of continuous learning, both from experience and from data, especially during crises like the COVID-19 pandemic. These lessons are essential for addressing future challenges within general practice care and responding effectively to possible future pandemics.
___
Al vóór de coronapandemie stond de huisartsenzorg onder druk, onder andere door vergrijzing, een toenemende zorgvraag, de verschuiving van taken naar de huisarts en een groeiend personeelstekort. De coronapandemie, die in 2020 begon, bracht extra uitdagingen met zich mee en zorgde voor grote veranderingen in de organisatie en het gebruik van huisartsenzorg. Tegelijkertijd bood deze periode ook kansen om te kijken hoe de zorg toekomstbestendiger ingericht kan worden, met behoud van de kernwaarden van de huisartsenzorg: persoonsgerichte zorg, medisch generalistisch, gezamenlijk en continuïteit.
In dit proefschrift is onderzocht hoe de organisatie en het gebruik van de Nederlandse huisartsenzorg veranderden tijdens de coronapandemie. Twee studies, gebaseerd op interviews, richtten zich op de veranderingen in de organisatie van de huisartsenzorg en de zorg voor mensen met langdurige coronaklachten (post-COVID-syndroom, PCS). Drie andere studies analyseerden, met behulp van cijfers, het zorggebruik in de huisartsenzorg voor de gehele populatie en voor specifieke patiëntengroepen. Hiervoor werden onder andere gegevens gebruikt van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn over huisartsenspoedposten, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en van het Academisch Huisartsen Ontwikkel Netwerk, Family Medicine Network en Research Network Family Medicine Maastricht.
Dit proefschrift laat zien dat er tijdens de coronapandemie verschillende veranderingen optraden in de organisatie van en het zorggebruik binnen de huisartsenzorg. Zo werd de consultduur verlengd om de drukte in de wachtkamers te verminderen en daarmee het risico op verspreiding van het coronavirus te beperken. Een gevolg hiervan was dat huisartsen per dag minder patiënten konden zien. Mensen met langdurige coronaklachten voelden zich vaak onvoldoende gehoord door hun huisartsen, doordat hun klachten niet serieus werden genomen. Tegelijkertijd vonden huisartsen het lastig om bij deze nieuwe klachten een diagnose te stellen. Daarnaast zorgde het afschalen van reguliere zorg mogelijk voor extra druk bij andere zorgverleners. Hierdoor kwamen de kernwaarden van de huisartsenzorg onder druk te staan.
Toch bracht de pandemie ook positieve ontwikkelingen voor de huisartsenzorg met zich mee. Huisartsen maakten vaker gebruik van digitale zorg en pasten de triage aan, bijvoorbeeld door de inzet van huisartsen bij de triage of door strengere triagecriteria te hanteren. Ook gingen huisartsen intensiever samenwerken met andere zorgverleners. Dankzij deze aanpassingen konden de kernwaarden van de huisartsenzorg tijdens de pandemie ook deels behouden blijven.
Het proefschrift biedt inzichten in hoe de huisartsenzorg zich tijdens de pandemie heeft aangepast en waar kernwaarden behouden of juist onder druk kwamen te staan. Ook benadrukt dit proefschrift het belang van continu leren, zowel uit ervaringen als uit cijfers, vooral tijdens crisissituaties zoals de coronapandemie. Deze lessen zijn van groot belang voor het omgaan met toekomstige uitdagingen binnen de huisartsenzorg, evenals tijdens eventuele toekomstige pandemieën.
| Original language | English |
|---|---|
| Qualification | Doctor of Philosophy |
| Supervisors/Advisors |
|
| Award date | 26 Nov 2025 |
| Place of Publication | s.l. |
| Publisher | |
| DOIs | |
| Publication status | Published - 26 Nov 2025 |