Van probleem naar oplossing en weer terug

Het conceptwetsvoorstel aanpassing witwaswetgeving

M.J. Borgers, T. Kooijmans

Research output: Contribution to journalArticleScientificpeer-review

891 Downloads (Pure)

Abstract

In de rechtspraak van de Hoge Raad is de reikwijdte van het witwasdelict door middel van de zogeheten kwalificatie-uitsluitingsgrond ingeperkt. Het doel daarvan is (onder andere) het voorkomen van een automatische verdubbeling van strafbaarheid. In de rechtspraktijk is de indruk ontstaan dat deze rechtspraak in sommige situaties een be-lemmering oplevert voor een effectieve bestrijding van misdaadgeld. Het gaat dan met name om de situatie waarin de rechter aanneemt dat een voorwerp afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, terwijl vervolging ter zake van dat grondmis-drijf niet haalbaar is. In een recent verschenen conceptwetsvoorstel wordt daarom voorgesteld de strafbaarstelling van witwassen uit te breiden door expliciet strafbaar te stellen het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkom-stig is uit enig misdrijf dat de schuldige heeft gepleegd. De vraag rijst echter of en, zo ja, in welke vorm, een probleem is ontstaan ten gevolge van de rechtspraak van de Hoge Raad en, zo dat het geval mocht zijn, of het conceptwetsvoorstel wel voorziet in de juiste oplossing voor dat specifieke probleem. In deze bijdrage wordt betoogd dat de rechtspraak van de Hoge Raad weliswaar tot enige verwarring kan leiden, maar dat daaruit geen wezenlijke belemmeringen lijken voort te vloeien. Invoering van het conceptwetsvoorstel zal bovendien nieuwe problemen oproepen.
Original languageDutch
Article number8
Pages (from-to)57-74
Number of pages18
JournalDelikt en Delinkwent
Volume2015
Issue number2
Publication statusPublished - 2015

Cite this

@article{5b4cca8bd6d744fe8c66f413fca513fa,
title = "Van probleem naar oplossing en weer terug: Het conceptwetsvoorstel aanpassing witwaswetgeving",
abstract = "In de rechtspraak van de Hoge Raad is de reikwijdte van het witwasdelict door middel van de zogeheten kwalificatie-uitsluitingsgrond ingeperkt. Het doel daarvan is (onder andere) het voorkomen van een automatische verdubbeling van strafbaarheid. In de rechtspraktijk is de indruk ontstaan dat deze rechtspraak in sommige situaties een be-lemmering oplevert voor een effectieve bestrijding van misdaadgeld. Het gaat dan met name om de situatie waarin de rechter aanneemt dat een voorwerp afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, terwijl vervolging ter zake van dat grondmis-drijf niet haalbaar is. In een recent verschenen conceptwetsvoorstel wordt daarom voorgesteld de strafbaarstelling van witwassen uit te breiden door expliciet strafbaar te stellen het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkom-stig is uit enig misdrijf dat de schuldige heeft gepleegd. De vraag rijst echter of en, zo ja, in welke vorm, een probleem is ontstaan ten gevolge van de rechtspraak van de Hoge Raad en, zo dat het geval mocht zijn, of het conceptwetsvoorstel wel voorziet in de juiste oplossing voor dat specifieke probleem. In deze bijdrage wordt betoogd dat de rechtspraak van de Hoge Raad weliswaar tot enige verwarring kan leiden, maar dat daaruit geen wezenlijke belemmeringen lijken voort te vloeien. Invoering van het conceptwetsvoorstel zal bovendien nieuwe problemen oproepen.",
author = "M.J. Borgers and T. Kooijmans",
year = "2015",
language = "Dutch",
volume = "2015",
pages = "57--74",
journal = "Delikt en Delinkwent",
issn = "0045-9879",
number = "2",

}

Van probleem naar oplossing en weer terug : Het conceptwetsvoorstel aanpassing witwaswetgeving. / Borgers, M.J.; Kooijmans, T.

In: Delikt en Delinkwent, Vol. 2015, No. 2, 8, 2015, p. 57-74.

Research output: Contribution to journalArticleScientificpeer-review

TY - JOUR

T1 - Van probleem naar oplossing en weer terug

T2 - Het conceptwetsvoorstel aanpassing witwaswetgeving

AU - Borgers, M.J.

AU - Kooijmans, T.

PY - 2015

Y1 - 2015

N2 - In de rechtspraak van de Hoge Raad is de reikwijdte van het witwasdelict door middel van de zogeheten kwalificatie-uitsluitingsgrond ingeperkt. Het doel daarvan is (onder andere) het voorkomen van een automatische verdubbeling van strafbaarheid. In de rechtspraktijk is de indruk ontstaan dat deze rechtspraak in sommige situaties een be-lemmering oplevert voor een effectieve bestrijding van misdaadgeld. Het gaat dan met name om de situatie waarin de rechter aanneemt dat een voorwerp afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, terwijl vervolging ter zake van dat grondmis-drijf niet haalbaar is. In een recent verschenen conceptwetsvoorstel wordt daarom voorgesteld de strafbaarstelling van witwassen uit te breiden door expliciet strafbaar te stellen het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkom-stig is uit enig misdrijf dat de schuldige heeft gepleegd. De vraag rijst echter of en, zo ja, in welke vorm, een probleem is ontstaan ten gevolge van de rechtspraak van de Hoge Raad en, zo dat het geval mocht zijn, of het conceptwetsvoorstel wel voorziet in de juiste oplossing voor dat specifieke probleem. In deze bijdrage wordt betoogd dat de rechtspraak van de Hoge Raad weliswaar tot enige verwarring kan leiden, maar dat daaruit geen wezenlijke belemmeringen lijken voort te vloeien. Invoering van het conceptwetsvoorstel zal bovendien nieuwe problemen oproepen.

AB - In de rechtspraak van de Hoge Raad is de reikwijdte van het witwasdelict door middel van de zogeheten kwalificatie-uitsluitingsgrond ingeperkt. Het doel daarvan is (onder andere) het voorkomen van een automatische verdubbeling van strafbaarheid. In de rechtspraktijk is de indruk ontstaan dat deze rechtspraak in sommige situaties een be-lemmering oplevert voor een effectieve bestrijding van misdaadgeld. Het gaat dan met name om de situatie waarin de rechter aanneemt dat een voorwerp afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf, terwijl vervolging ter zake van dat grondmis-drijf niet haalbaar is. In een recent verschenen conceptwetsvoorstel wordt daarom voorgesteld de strafbaarstelling van witwassen uit te breiden door expliciet strafbaar te stellen het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkom-stig is uit enig misdrijf dat de schuldige heeft gepleegd. De vraag rijst echter of en, zo ja, in welke vorm, een probleem is ontstaan ten gevolge van de rechtspraak van de Hoge Raad en, zo dat het geval mocht zijn, of het conceptwetsvoorstel wel voorziet in de juiste oplossing voor dat specifieke probleem. In deze bijdrage wordt betoogd dat de rechtspraak van de Hoge Raad weliswaar tot enige verwarring kan leiden, maar dat daaruit geen wezenlijke belemmeringen lijken voort te vloeien. Invoering van het conceptwetsvoorstel zal bovendien nieuwe problemen oproepen.

M3 - Article

VL - 2015

SP - 57

EP - 74

JO - Delikt en Delinkwent

JF - Delikt en Delinkwent

SN - 0045-9879

IS - 2

M1 - 8

ER -