Skip to main navigation Skip to search Skip to main content

Voordelen uit lucratief belang terecht tot row gerekend: Materiële aspecten

Research output: Contribution to journalCase noteProfessional

Abstract

Het gaat om het vervolg van de zaak Rechtbank Noord-Holland 19 maart 2024, 21/3218 e.a., ECLI:NL:RBNHO:2024:3177 (NLF 2024/0885 met noot van ondergetekende), waarin de rechtbank oordeelde dat het mogelijk is om de zogenaamde doorstootregeling (art. 3.95b lid 5 Wet IB 2001) toe te passen wanneer het vereiste aanmerkelijkbelanginkomen niet tot de Nederlandse fiscale grondslag behoort. Het gaat om een leemte in de wet en pergevolg is het een interessante zaak over rechtsvinding. Het hof haalt in zijn uitspraak enige interpretatiemethoden van stal. In mijn annotatie ontleed ik het oordeel van het hof en kom ik tot de conclusie dat deze mogelijk vatbaar is voor cassatie.
Original languageDutch
Article numberNLF 2025/1580
JournalNL Fiscaal
Volume10
Issue number30
Publication statusPublished - 28 Jul 2025

Court cases

CourtGerechtshof Amsterdam
Date of judgement3/07/25
ECLI IDECLI:NL:GHAMS:2025:1746
Case number24/3109
Case number24/3110
Case number24/3111

Keywords

  • Lucrative interest
  • Interpretation
  • Rechtsvinding

Cite this