Wetenschappers met kritiek op de werkgever: meningsvrij, academisch vrij of vogelvrij?

Research output: Contribution to journalArticleScientific

Abstract

In de zaak Täuber heeft de Hoge Raad geoordeeld dat er geen causaal verband bestond tussen de kritische wetenschappelijke publicatie die zij schreef over het speciale loopbaanprogramma voor getalenteerde vrouwen van de RUG en haar ontslag. De verstoorde arbeidsverhoudingen zouden namelijk reeds hebben bestaan voorafgaand aan de publicatie en de universiteit zou haar bovendien na de publicatie alsnog met terugwerkende kracht hebben willen bevorderen, hetgeen juist een teken van goede wil van de zijde van de werkgever zou zijn. De vraag is echter of de Hoge Raad de EHRM jurisprudentie op het punt van bescherming van de vrijheid van meningsuiting van Täuber wel juist geïnterpreteerd heeft. Dit geldt temeer nu de reactie van haar leidinggevenden op de publicatie een bedreiging kan vormen voor de academische vrijheid en een “chilling effect” kan opleveren voor anderen, zoals eerder in de zaak van ROC-docente Van Manen naar voren kwam.
Original languageDutch
Pages (from-to)97-121
JournalArbeidsrechtelijke Annotaties
Volume24
Issue number3
Publication statusPublished - 2025

Keywords

  • verstoorde arbeidsverhouding; meningsvrijheid; academische vrijheid; Herbai-criteria

Cite this